Krimpen. Zonder kramp.

Tja, vreemde titel natuurlijk, maar misschien is “krimpen” een bijzonder modern woord voor de vasten. Het woord is u uiteraard ook al langer bekend, maar de link met “krimpen” verbreedde plots mijn kijk op krampen. En het doet mij ook denken aan de Gerhardt/Vanderzijdevertaling. Zoals psalm 4, vers 2: “Die in nood mij ruimte kan scheppen”. En, zo ontdekte ik bij het schrijven plots, ook in psalm 142, vers 8: “ O, bevrijd uit de engte mijn leven, dat ik weer moge loven uw naam.” De omkering: ruimte vs. engte.

Afbeelding: onbekend

In eerste instantie interesseerde mij de idee van kramp-achtigheid en ver-kramp-theid, die ik heel geregeld bij mij en soms ook bij anderen onderken, of toch meen te onderkennen. Kramp is voor mij het tegendeel van vrijheid. Wie in een kramp raakt, kan – even of langer – een lichaamsdeel niet goed bewegen. Wie in een mentale kramp gaat, kan even zijn geest niet in vrijheid bewegen. Zijn geest gaat in een hoekje zitten, in de engte, en vindt geen ruimte meer. Of slaat vanuit die kramp wild om zich heen en eist ruimte op ten koste van anderen bijvoorbeeld. In beide gevallen mist de persoon – vaak wijzelf – vrijheid doordat hij/zij verkeert in de engte: in angst.

Maar natuurlijk beseffen wij dat vaak niet. Eilaas. Ik las daarover net nog bij Merton in Conjectures, p. 224 (uit Willy’s werkvertaling, met dank). Herkenbaar: in deze meritocratische maatschappij is er geen ruimte voor bescheidenheid en alleen einde-loze consumptie.

“De mens die zichzelf heimelijk ziet als een volledig vrij, autonoom zelf, met onbeperkte mogelijkheden (dat wordt hem althans door de maatschappij waarin hij leeft voorgehouden) merkt dat hij zich in een onverdraaglijk moeilijke positie bevindt. Hij is “als een god” en daarom ligt alles binnen zijn bereik.

Afbeelding: Janos Huszti “Midlife crisis”

Tot er een grens bereikt blijkt, bij een mid-lifecrisis bijvoorbeeld. Merton:

“Maar het blijkt dat alles wat hij met eigen wilskracht kan bereiken eigenlijk niet de moeite waard is. Wat hij écht zoekt en nodig heeft – liefde, een authentieke identiteit, een leven met betekenis – kun je niet krijgen door het alleen maar te willen en ze te gaan aanschaffen. Zelfs met heel veel vernuft kun je deze dingen niet “kopen”!”

Bij zo’n crisis vallen wij, uitgeput – en onvoldaan. Dan moeten wij vanuit onze eigen humus (humility, nederigheid) weer groeien, tot onszelf. Denk ik. Merton:

“Om ervoor [voor de gave van het zijn] open te staan moeten we aan onszelf verzaken en in zekere zin sterven aan het beeld dat wij van onszelf hebben gemaakt, aan onze zelfstandigheid, aan onze gehechtheid aan onze zelf gewilde persoonlijkheid. We moeten in staat zijn de psychische en spirituele kramp te ontspannen die ons vastknoopt in het pijnlijke, kwetsbare, hulpeloze “ik” dat alles is wat wij van onszelf kennen.”

Kramp dus. Daarbij kan alleen adem ons redden, letterlijk of figuurlijk. Noem het eventueel r/Roeach of spirit, eventueel ook de wind. Maar vooral de adem die we diep in ons vinden/ halen, doordat ons middenrif ruimte creëert en zich vult met levenskracht, waardoor we ons bevrijden (zoals in Genesis). Zo kunnen wij weer bij onszelf blijven, met onszelf leven: het benedictijnse habitaresecum? Pas dan, lees ik bij Merton opnieuw, zullen we zien:

“De dingen die we werkelijk nodig hebben worden ons als gaven geschonken en om ze als gaven te kunnen ontvangen moeten wij ervoor openstaan.“

Afbeelding: Helga Renders

We hebben geen nood aan meer “krimpgebieden”, waar jongeren “wegvluchten” en meteen winkels ook de wijk nemen, integendeel. We hebben nood aan minder kramp, meer echte vrijheid.

Ik denk nu vooral ook aan enerzijds economische groei en anderzijds consumptie. Die lijken nog altijd uit te deinen, terwijl de klimaatberichten ons alarmeren. Gezonder zou zijn, denk ik, om te onderzoeken hoe we kunnen krimpen. Niet in de zin van armoede, wel in de zin van soberheid en herwonnen

overvloed. Nu drijft een ontembare schaarste ons, terwijl net de zelfbeperking ons mogelijk de overvloed weer kan laten ontdekken. Met een variant op Goethes adagium: “In der Beschränkung zeigt sich der moderne Weltbürger” [in plaats van “der Meister”: in de beperking toont de meester zich]).

Als geloof ook en vooral vertrouwen is, dan kan geloof inspireren tot loslaten, beperken, loslaten. Zonder vrees, zonder angst. Vanuit onszelf, spontaan. Vanuit de ontdekking van de volheid van de leegte.

Jan Glorieux – http://www.thomasmerton.nl

Hoofdafbeelding: Paolo Maccaferri “Damn cramp”