Smetvrees?

Ik schreef het stukje hieronder op 1 maart. Ik wilde liever over de corona van de zon spreken, maar eilaas, het ging toen al meer over een Corona-epidemie, toen nog net geen pandemie. Want ze besmette toen al mensen in verschillende continenten. Corona roept angst op, bezorgdheid, ten dele door onvolledige of paniekerige of sensationele informatie. Etymologische uitleg leidt misschien de aandacht af. Of in betere banen.

Geen demo- bij deze -demie

Een eerste woord dus, dat intussen helaas realiteit is geworden: pandemie. Want één ziekte treft momenteel heel velen, verspreidt zich over de wereld, maar als epi-demie verspreidt het zich letterlijk over het volk (demos), de bevolking. Heel democratisch zelfs [“het volk regeert”], bij wijze van spreken: rijken lopen evenzeer gevaar als armen, maar uiteraard, zij wonen verderaf, minder dicht opeen. Intussen is het helaas een “pan-demie” geworden, omdat het zich verspreid heeft over de hele (pan)-bevolking. — Nu, de WHO hanteerde aanvankelijk de term niet. Maar intussen krijgen we cijfers dagelijks op ons bord. Een aantal cijfers, die niet altijd de realiteit helemaal weergeven. Het lijkt allemaal be-vat-telijk (be-grijp-elijk), en cijfers verbergen ook veel. Maar op deze manier blijken we de piek voorbij, en dat geeft wel wat rust. Nu, demo’s [demonstraties, een “ver-toon-ing”, een andere stam dus] van hoe we ons efficiënt kunnen bescherming en van hoe we aan onze immuniteit kunnen werken nuttiger zijn. En een demo [demonstratie, een “ver-toon-ing”] van efficiënte bescherming zou nuttiger zijn.

Smet + vrees

Intussen heeft het virus zich dus verspreid, en een spoor is niet langer te volgen, al kunnen we proberen met traceren, “traces” ofte “sporen” te zoeken. Miljoenen mensen blijken al “besmet”, het virus blijkt ook behoorlijk “besmettelijk”… Daarin herkennen we “smet”, zoals in de uitdrukking: “een smet op zijn/ haar blazoen [wapenschild]”. Die “smet” blijkt oorspronkelijk niets anders dan een vlek, historisch toch.

Maar het klinkt heel anders. “Smet” hoor je het vaakst in de sfeer van de moraal of de ethiek:  “het hoort niet”, “het zou niet mogen”, zeggen we – en soms is het zelfs een schande. “Besmetten” daarentegen houdt verband met de ziekteleer (pathologie): besmettingen kunnen je ziek maken, en soms kun je ervan sterven. — Maar… Het is geregeld gevaarlijk in biologisch-pathologische termen te spreken, want die spreken direct tot het onderbewustzijn: we denken snel verder, raken sneller in paniek. Dat iemand iets “verpest” heeft (pest!), klinkt heel anders dan dat iemand het verbrod heeft – want dan denken we vermoedelijk aan een fout in de keuken… Het doet eerder denken aan een ziekte.

… door con-tact?

Nu, zij Covid-19 in het Engels/ Frans dus contagious/ contagieux, besmettelijk, met dezelfde stam als contact, letterlijk ‘aanraking’. Het lijkt te impliceren dat ieder contact gevaarlijk wordt. — Een bepaalde firma slaat daar al langer munt uit: het beschermt tegen bacteriën, heet het, terwijl wij in principe vooral onze eigen immuniteit moeten versterken. Eigenlijk triggert het smetvrees. Vrees, altijd weer… Vrees ik.

De toestand is wel degelijk zeer ernstig. Pre-ventie [voor-koming] is nodig. Ik wil hier alleen wijzen op de oorsprong en de betekenis van de woorden, en op het gevaar van medische metaforen omdat ze direct via het onderbewustzijn werken en heel grote impact hebben. Je moet opletten met Covid-19 maar ook met medische metaforen. Liever meer aanstekelijke grappen, want die doen de ziel goed…   

Jan Glorieux – Woordwaarde, woordweelde te volgen via Facebook.