Het ontsluierde gelaat van het kapitalisme

In De Morgen van 10 april 2020 schrijft moraalfilosoof Patrick Loobuyck dat het coronavirus geen beschuldigende vinger naar het kapitalisme is. Hij hekelt daarbij de ‘’teleologische manier van denken” – dat is het zoeken naar de achterliggende doeleinden – wanneer we met natuurrampen en virussen te maken krijgen. Heel wat mensen hebben immers de neiging een crisis te beschouwen als een straf voor alles wat verkeerd loopt in onze samenleving. Loobuyck stelt correct dat “natuurfenomenen” er niet zijn “om morele rekeningen te vereffenen of om met de mens te communiceren”. Helemaal terecht: natuurfenomenen worden inderdaad blind veroorzaakt. Maar ook een blinde oorzaak gebeurt in een omgeving, in een context, in media res. Op zijn minst roept de coronacrisis vragen op over onze manier van leven, over hoe we onze samenleving inrichten, over hoe we voor onszelf zorgen én over welke ideeën dominant aanwezig zijn. De coronacrisis legt de zwaktes van ons economisch systeem bloot (bv. besparingen in de zorg en met name in woonzorgcentra) en toont aan dat groepen die in een samenleving als niet ‘actief’ of ‘productief’ beschouwd worden (mensen op leeftijd, mensen met specifieke noden, …) altijd al aan het kortste eind trekken. In crisissen zijn zij steevast bij de eerste slachtoffers die buiten proportie getroffen worden. Deze crisis legt dus de ideologische logica bloot van een systeem dat de meeste mensen als ‘het beste tot nog toe’ beschouwen. Vraag is dan: het beste voor wie? Vanuit welke geprivilegieerde positie kan je deze overtuiging blijven volhouden?

Het beleid bepaalt wie het hardst getroffen wordt 

Loobuyck argumenteert dat er al epidemieën waren voordat het kapitalisme en globalisering de dienst uitmaakten. Dat doet echter niets af aan het feit dat de manier waarop we onze samenleving inrichten een invloed heeft op het deel van de bevolking dat getroffen wordt door de verspreiding van het virus. Net daar zit het probleem van Loobuycks betoog. Als hij stelt dat kritiek op de huidige gang van zaken enkel ingegeven is door ideologische vooringenomenheid suggereert hij dat de huidige aanpak vrij zou zijn van een ideologisch kader. Nochtans legt de huidige crisis de gevolgen van eerdere beleidskeuzes bloot. Bezuinigingen in sectoren die armoede en uitsluiting bekampen zijn het gevolg van prioriteiten die gebaseerd zijn op politieke en dus ideologische keuzes. En ze zijn bepalend voor wie het hardst getroffen wordt.

Loobuyck stelt dat “de beschuldigende vinger naar en verwensing van onze maatschappij, ons economisch systeem en onze manier van leven” … “overdreven en misplaatst” is. Hij kijkt ons inziens net te weinig naar de feiten. Het virus eist naar verhouding een overdreven hoge tol van mensen in armoede, ouderen en zij die slecht betaalde maar essentiële jobs uitoefenen. Onderzoek uit het Verenigd Koninkrijk toont tevens aan dat mensen met een donkere huidskleur en mensen met Aziatische roots een groter risico lopen om hard getroffen te worden door het virus(1). Het onderzoek haalt daar verschillende redenen voor aan. Het feit dat mensen uit deze groepen meer gezondheidsproblemen kennen, vaker in de zorgsector werken, zich in een economische zwakkere groep bevinden bepalen mee hun kwetsbaarheid in deze crisis. Naast een duidelijke sociale dimensie legt dit virus zo ook een institutioneel racistische dimensie bloot. 

Een sterke overheid is het beste vaccin

Loobuyck pleit er terecht voor om rationeel en kritisch de oorzaken en gevolgen van deze pandemie te bestuderen. Dat is een uitgelezen kans om ons maatschappelijk systeem onder de loep te leggen. En om een beleid te voeren dat, in tegenstelling tot het huidige beleid, de kwetsbaren in de toekomst beter beschermt.

Wij opperen alvast een aantal suggesties. Stop de eindeloze besparingen op cruciale diensten, in de eerste plaats op onze gezondheidszorg. Laten we opnieuw het principe hanteren dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Weg dus met de jaarlijkse 172 miljard euro belastingontwijking! Voer een beleid dat de mechanismen die tot armoede leiden, structureel aanpakt. Zet in op samenwerking en verbinding tussen bevolkingsgroepen in plaats van assimilatie van minderheden te eisen. Leer van burgerinitiatieven, maar laat solidariteit niet enkel over aan burgers. Een sterke overheid uitbouwen is niet alleen in het belang van de meest kwetsbare groepen, maar in het belang  van onze collectieve kwetsbaarheid van de hele samenleving. Dat toont ons de coronacrisis vandaag.

Mensen in de publieke sector leveren nu ongelofelijk hard werk. Dat kan ons inspireren om dapper te zijn en verder te zoeken naar de oorzaken van de huidige problemen in plaats van enkel te zoeken naar de schuldige van het tekort aan mondmaskers. Verder zoeken betekent ook, het verband tussen de huidige coronacrisis en het huidige economische systeem verder uitspitten daarbij mag legitieme kritiek niet meteen als ‘ideologisch’ – en dus illegitiem – weggezet worden. Alsof de verdediging van het Business As Usual model niet evenzeer aan een ideologie schatplichtig is. 

Als de coronacrisis, de groeiende ongelijkheid, de armoedecijfers, de klimaatcatastrofe … één ding duidelijk maken dan is het wel dat het huidige model meedogenloos is voor de kwetsbare groepen in onze samenleving. Zij die vandaag blind blijven geloven in een economisch systeem dat bovenstaande problemen tot gevolg heeft en die dat systeem dan ook nog eens ‘het beste systeem tot nog toe’ noemen, maken zich misschien niet schuldig aan teleologie maar wel aan goedgelovigheid. 

Jo Dirix

Educatief medewerker Motief vzw – http://www.motief.org