Ik vroeg het aan de vogels

Vragenderwijs

Ik vroeg het aan de vogels
de vogels waren niet thuis

ik vroeg het aan de bomen
hooghartige bomen

ik vroeg het aan het water
waarom zeggen ze niets
het water gaf geen antwoord

als zelfs het water geen antwoord geeft
hoewel het zoveel tongen heeft

wat is er dan
er is alleen een visserman

die draagt het water
onder zijn voeten
die draagt een boom
op zijn rug
die draagt op zijn hoofd een vogel.

Guillaume Van Der Graft – Uit: Mythologisch

Over dit gedicht

De dichter stelt zichzelf een belangrijke vraag, een kernvraag: waar komt het op aan in het leven, wat is het uiteindelijke antwoord, of misschien beter: waar komt het op aan voor christenen?

Hij vraagt het aan de vogels en aan de bomen. Maar krijgt geen antwoord. Ten einde raad vraagt hij aan het water waarom “die twee” geen antwoord geven. Maar ook het water gaf geen antwoord.

Dat verbaast hem omdat het water zo belangrijk is in het leven, en vooral omdat uit het water zoveel vormen van leven ontstaan en bestaan.

Opeens vindt hij op de vraag “wat is er dan” het antwoord in een rijmwoord: “er is alleen een visserman”. Hoe vreemd: door de visserman (nvdr. “Jezus”) op te roepen, krijgt het gedicht, en krijgt de vraagstelling een beeldrijk antwoord.

Fragmenten uit: “Als jij roept in de morgen”, Bart Mesotten