“Soms moet die knop gewoon uit” – over communicatie in een verbrokkelde samenleving

Je had de krant, je vaste radiozender, de mensen met wie je samenwoonde, de buren, het verenigingsleven, de postbode, het café, de gesprekjes in de winkel, meneer pastoor of – voor anderen – de tentakels van het verzuilde Vlaanderen. Dat waren de voornaamste bronnen tot informatie voor de modale burger. Alles kwam, maar ging gezapig. Tijd dus. Maar toen gebeurde het: de scud raketten, Irak, CNN, 1990: “the video game war”.

Er was vroeger een soort standaard om nieuws, vers van de pers, te controleren op waarheidsgetrouwheid. Er moesten minstens twee bronnen zijn die hetzelfde nieuwtje konden bevestigen. En ook die bronnen zelf werden onder de loep genomen.

Eens dat gebeurd was kwam het in de krant, anders niet. En die krant werd – voornamelijk – gelezen door mannen, jawel. Vervolgens gingen sommige berichten de ronde doen en werd informatie van het verre bed publiek eigendom. Ook toen hadden mensen vragen, angsten, verzuchtingen. Die werden geventileerd in het gezin, aan de bar, de vereniging, na de mis, op de markt. En er kon ook veel verteld, verzucht, afgevraagd, want er was – zelfs al voelde dat verstikkend aan – sociale controle. En er was tijd.

Er waren dus twee verzachtende handgrepen om belastend, angstwekkend nieuws te capteren. Het nieuws kwam terecht in een sociale omgeving, waar het een eigen betekenis kreeg. Vervolgens was er ook tijd om berichtgeving te doorwerken, te verteren, in een bepaald kader te plaatsen (en censuur was daar een onderdeel van). Maar vooral: nieuws werd hierdoor publiek eigendom. Er werden, als het ware, vleugels gelegd over angstwekkend nieuws waardoor de individuele burger niet alleen kwam te staan. De schaduwzijde was dat de individuele burger, tot in verregaande vorm, een bepaalde lezing van de feiten opgedrongen werd.

Maar de sociale cohesie verdween en de burger kwam steeds meer op zichzelf te staan om angstwekkend nieuws op te vangen. En wat angst oproept wil een mens controleren, leren beheersen, een natuurlijke reactie. De live-beelden van inslaande scudraketten op Iraakse doelwitten in 1990, uitgezonden door CNN, vaagden alle buffers weg. Er was geen sociale omgeving om deze angstwekkende beelden te delen, en er was geen tijd om ze te verwerken. De mens stond er plots alleen voor. De mentale stress bij het publiek was zo groot dat deze roekeloze berichtgeving moest stopgezet worden.

Dit idee dat we stresserend nieuws op ons ééntje kunnen opvangen “als verstandige en redelijke burgers” is een verhaal van een maatschappijmodel dat er bij gebaat is de mens te herleiden tot een zelfstandig, consumerend object. “There’s not such a thing as society” zei toenmalig premier van Groot-Brittannië Margeret Thatcher in de jaren ’80. Dat ‘de samenleving niet bestaat’ weerspiegelt het idee dat onderling afhankelijke sociale systemen en instellingen een natuurlijke orde in de menselijke aangelegenheden brengen. De details ervan zijn duidelijk in het gewoonterecht, in rituelen en in gebruiken en praktijken die van generatie op generatie zijn doorgegeven. Door deze veranderende volgorde kunnen individuen hun persoonlijke keuzes tot uitdrukking brengen; en door die keuzes worden systemen en instellingen gevormd door continue aanpassing.

Kortom: vanaf nu staat u er alleen voor. Maar wat blijkt: we kunnen dit niet. De meesten onder ons gaan ten onder aan de maalstroom van negatieve berichtgeving die we op ons kamertje voor een computerscherm moeten zien te verwerken. Dit leidt tot ontwijkend gedrag en zelfs depressies en woede: “hoezo een klimaatprobleem?” en “hoezo, het gevaar van kernenergie?” Om vervolgens het zwembad te doen vollopen, die jodiumpillen niet in huis te halen, opgelegde maatregelen naast ons neer te leggen.

We hebben het dan nog niet over versterkende factoren zoals fake-news, dramatiserende boventitels bij artikels die uit zijn op zoveel mogelijk clicks, sociale media enz.. Een perverterend systeem werd zo uitgerold dat niet langer uit is op diepgravende en correcte berichtgeving, maar op snel en ongefilterd nieuws 24/7 waarbij het uitrekken van winstmarges een enig doel zijn.

We moeten niet terug naar vroeger, nee. Deze geglobaliseerde wereld dient het verhaal te vertellen uit alle windstreken. Maar het staat als een paal boven water dat de overheid onmogelijk kan verwachten dat de individuele burger in staat is om – ten allen tijde – angstwekkend nieuws op zichzelf te doorwerken “zonder voldoende rust (tijd) en sociale omgeving”.

En het is gekend: angst vervloeit tot woede, verdriet en ten slotte machteloosheid en onverschilligheid – ja – zelfs ontkenning. Niet omdat de mens van nature onwillig zou zijn, maar eenvoudigweg om hij er niet in staat toe is om te gaan met angstwekkend nieuws binnen de huidige context.

De persconferenties met betrekking tot Covid-19, met Steven Van Gucht op kop, geven alvast een mooi voorbeeld hoe één en ander wél zou kunnen. Maar ook daar is het wikken en wegen met wat je als mens aankunt, en wat teveel is. Soms moet die knop gewoon uit. Immers, die sociale omgeving is er voor velen gewoonweg niet.

Nieuwe media zoals Apache en Mo Magazine grijpen alvast terug naar de standaardnormen van correcte en gevarieerde berichtgeving, al wordt hier voornamelijk gemikt op een hoger opgeleid lezerspubliek.

Ten slotte is het ook een opdracht voor het middenveld om te zoeken naar manieren om de sociale omgeving, die ze mee vormen, te gebruiken als speelveld voor kritische berichtgeving met een optie voor helder taalgebruik, op maat gesneden van verschillende doelgroepen in onze samenleving. Maar, er zijn tegenkrachten, en die vragen studie en overleg.

Misschien verdient dit thema een congres. En niet alleen met specialisten. Geef eerst het woord aan de burger, en zijn beleving bij dit belangrijke thema. Benieuwd.

Pieter De Jonge