Zoemen

We waren op wandel in Meilegem en kwamen daar plots oude vrienden tegen, op de fiets. Hé, wie we hier hebben, da’s plezant om jullie te zien, en hoe gaat het, amai da’s ook toevallig. U kent heel dat gezoem dat vriendschap maakt. En wij maar vertellen dus.

Tot ik rond mijn oren een ander gezoem gewaar werd, een lichte maar nadrukkelijk gonzende toon. Je staat onder een vuilboom, zei onze vriend die natuurkennis gestudeerd heeft, de besjes zijn niet giftig maar kunnen buikloop veroorzaken, vandaar misschien de naam vuilboom. De boom heeft hele kleine bloemetjes, maar de bijen zijn er verzot op.

Het waren kleine bijtjes, geen tientonners van hommels, maar ze maakten drommels veel geluid. Dat is blijkbaar ook een natuurwet: hoe kleiner, hoe feller. De hele boom zat vol beweging en klank.

Daar had ik een verhaal bij. Ik herinnerde me een wandeling door de Apennijnen, langs een soortement eremietenklooster in Camaldoli, waar monniken hun leven doorbrengen in elk een eigen huisje met een klein tuintje. Toen we uit de bergen afdaalden naar een groot bos, kwam ons een intens gezoem tegemoet, alsof er een optreden bezig was onder de bomen. Maar het waren bijen die zongen. Een vreemde ervaring was dat, omdat we die bijen nauwelijks zagen, maar des te meer hoorden. En omdat het geluid leek te zweven tussen de stammen, bijna tastbaar, maar blijvend onzichtbaar.

We zijn erbij gaan zitten (ik had net voordien mijn voet omgeslagen, dus dat kwam wel van pas), als klein publiek bij een groot optreden. We waren onder de indruk. Het luide zwevende zingen deed ons beseffen hoeveel werk er verzet wordt in de natuur. Meestal ziet een mens dat werk niet: de boomblaadjes lijken er vanzelf gekomen, de grond onder onze voeten lijkt vanzelf gulle grond geworden. De torretjes kruipen, de vogels vliegen en fluiten, het lijkt ons allemaal gegeven maar is eigenlijk serieuze arbeid.

Toch: was ons verwonderen niet ook een deel van het grote werk? Zou er, die namiddag in Camaldoli, één dier- en plantensoort geweest zijn die met ons mee naar de bijen heeft geluisterd? En het onthouden heeft? En later verteld aan vrienden in Meilegem? En er een stukje over maakte?

Guido Vanhercke