“Doe en denk als een kat!” Nou…?

De titel van dit werk-boekje bevat een schat aan informatie met allerlei redenen to be more as a cat. Zo krijg je bij elk hoofdstukje toespelingen hoe je kattenvaardigheden kunt gebruiken in je dagelijkse leven. Dit ludieke werkje oogt onschuldig en werkt aanstekelijk. Want als een kat “vrij, charismatisch, wijs, nieuwsgierig, gezellig en volhardend kan zijn – zoals de auteur oppert – dan valt er wellicht ook iets voor mij uit te halen” zegt dat innerlijke stemmetje. En de lach krijg je er gratis bij. Tot ik ontdekte dat het geschreven was door Laurie Hawkes, een Parijse, gedrags-cognitieve psychologe. En toen wist ik het wel…

Het gedrag van mijn twee katers zou iets kunnen vertellen over mij. En als ze iets te vertellen hebben mij, ja, dan valt er ook iets te leren. Want “een kat is een kat” en “een mens is … een groot vraagteken?” Verder geraak ik niet, nee, echt niet.

Geen enkel dier roept zoveel tegenstrijdige gevoelens op als een kat. Ze hebben heus talenten, maar als je even verder zoekt in de wereld van de taal dan staat diezelfde, poezelige borstel ook voor “feeks, gemenerik, secreet, tang enz… helaas meestal op vrouwen gericht. Maar als iemand je waarschuwt “dat je de kat niet bij de melk moet zetten” dan weten mannen vast wel waarover het gaat.

Maar ook: ze bedriegen je waar je er bij staat (“als de kat van huis is…”), ze doen kwaad waar niemand het ziet (“de katjes in het donker knijpen”), ze dagen gewoonweg niet op (“hij heeft zijn kat gestuurd”) en als je thuis komt na een avondje stappen dan heb je … een kater dus. Doe en denk als een kat? Nou…

Het is geweten dat we onze innerlijke gevoelswereld graag projecteren op onze huisdieren. We zijn ons daar vaak niet van bewust maar het geeft betekenis aan zaken die we soms niet onder woorden kunnen brengen. We denken dan “dat Wolleke zich een beetje treurig voelt” of “zo wild is omdat de buren zo tegen hem schelden” of “dat hij zo’n genieter is” of “een beetje ziekjes of ongelukkig oogt”. En zo zijn er honderden toespelingen die elke lezer bij zichzelf wel herkent.

Op zich allemaal oké, maar ik begin te begrijpen waarom bomen knuffelen evengoed helpt als je kat toefluisteren “hoe fijn of lastig het leven wel is”. In de psychologie noemt men dit “associëren”. Die kat of die boom roept iets op en we geven er taal aan. Klinkt abstract, maar het gaat er gewoon om dat “je gewoon zegt wat er in je opkomt bij het zien van die gekke kater”. Het komt er op neer dat preken mét of over je kat altijd een soort dialoog is met jezelf. En ook dat is helemaal oké.

Je kunt het eens proberen, maar dan moet je goed wakker zijn en minstens enkele dagen gedisciplineerd de volgende opdracht uitvoeren: neem er een schriftje bij, of een blaadje, en noteer de woorden/zinnen die je uitspreekt, in je hoofd of via de keelholte 🙂 , wanneer die kat in de buurt is, of gewoonweg niet opdaagt. Na enkele dagen trek je een streep onder dat blad en je overloopt even met een goede vriend(in), je partner of er woorden, uitspraken of gedachten zijn die wat licht werpen op je eigen beleving, je dromen, verlangens, angsten.

Ach, dat hoeft natuurlijk allemaal niet. Een kat mag gewoon oppervlakkig huisdier zijn en wat je die verleider toespeelt hoeft allemaal niet bevraagd te worden. Wat ik wou duiden is dat je je helemaal niet hoeft te plooien naar enig kattengedrag. Of simpel gezegd: “je moet helemaal niks”.

Gedragingen van katten benoemen (“ze zijn asociaal”, “ze zijn vals”, “ze doen onnozel”, “kijk hoe lief ze kijkt”) en alle spreekwoorden die we er – door de eeuwen heen – bij verzonnen hebben, zijn niks minder of meer dan morele toespelingen van de mens. En die vertellen kortweg iets over onze eigen verlangens, verwachtingen, dromen en nukkige kanten. En dus helemaal niets over die kat. Want een kat is een kat. En wees maar zeker: in Oosterse landen heeft men totaal andere spreekwoorden bij die pluizige viervoeters die in onze contreien helemaal niet van toepassing zijn. Waarom denk je trouwens dat katten in sommige delen van de wereld als lekkernij worden geserveerd. “Ach nee”, hoor ik je denken?

Dus als je de volgende keer thuiskomt, afgepeigerd na een drukke werkdag, je huishouden ligt overhoop, en je moet nog van alles; en als daar een luie kater op je vers gewassen T-shirt ligt te snoezen; en als je die kater toespeelt “zo’n kattenleven, zie ze daar liggen”, dan moet je vooral dringend beginnen schrappen in die agenda. Mààr “zijn” zoals die kat is onbegonnen werk. Gemiddeld slaapt een kat 18 à 20 uur per dag. Begin er maar aan. Knipoog.

Thomas Holvoet