Laat een crisis nooit verloren gaan. Ze biedt geweldige mogelijkheden (R. Emanuel)

Politici voelden zich de laatste maanden nog nooit zo onmachtig. Hun lokale, regionale en nationale beleidsplannen zijn immers – minstens ten dele – niet langer relevant. Alle plannen die gemaakt werden, en de daarbij horende budgetten, moeten herbekeken worden. Niks lijkt nog zeker, en met een naderende economische recessie en een zich versneld manifesterend klimaatprobleem blijken de stenen van een robuust beleid, gebouwd op een fundament van ‘rustige vastheid” niet langer overeind te blijven. Maar er zijn mogelijkheden!

Wat is nu precies de situatie?

Burgers werden de laatste maanden stevig op de proef gesteld. Ze begrepen dat een bovenlokale aanpak van de pandemie lokaal ingebed moest worden, met hier en daar een gouverneur die mee op dezelfde hamer kon kloppen. Nog nooit was die synergie, en het belang van alle mogelijke democratische niveaus, zo duidelijk. En nog nooit leefde zoveel machteloosheid en frustratie omtrent de besluitvorming, aangaande de maatregelen, bij lokale politici en burgers.

Nee, niet alles is communautair

Een burgemeester kent doorgaans het beste zijn of haar stad, gemeente, dorp. De context, de mogelijkheden en risico’s, de sociale problemen, veiligheidsissues, economische haperingen en kansen, ruimtelijke ordening, uitdagingen op het vlak van samenleven, dit alles gekruid met een zeker temperament en lokale eigenheid.

Die kennis doet en deed er tijdens de huidige crisis eigenlijk niet toe: er was een uniform karkas en daarbinnen kon simpelweg niet bewogen worden. Het gelijkheidsbeginsel werd graag ingeroepen om te disciplineren – wat ten dele ook nodig was – maar er was geen zich enkele manoeuvreerruimte om in te gaan op lokale, specifieke uitdagingen. Zonder kennis van zaken schikten burgemeesters zich naar de maatregelen die federaal en, ten dele ook, regionaal, werden opgelegd.

Laten we hierbij vooral luisteren naar de verzuchtingen van mensen die, bijvoorbeeld, in grote appartementsblokken, binnen een (groot-)stedelijke context, nauwelijks bewegingsruimte hadden. Ook de vereenzaming (in dorpen en steden) heeft meer ellende aangericht dan op plaatsen waar sprake is van een sterk buurtcomité met een snel uitgerold aanbod van noodhulp door middenveldorganisaties en levensbeschouwingen en de mogelijkheden om losse vrijwilligers in te zetten voor kleine taken.

Bovenstaande voorbeelden wijzen gewoonweg op de noodzaak van meer gedifferentieerde aanpak bij dergelijke crisissen. Niet dat er “meer moet mogen”, wel dat er “meer moet kunnen”. Mogen slaat op de wet, kunnen slaat op de voorwaarden die moeten voldaan worden om een situatie, sociaal en economisch, menswaardig en leefbaar te houden. En het is geweten: kinderen zijn daarbij de meest vergeten groep. Ze hebben geen stem, geen mogelijkheden om zich te verweren, geen vluchtheuvels om zich uit benarde situaties te wringen. Dat was voordien ook al zo, maar deze crisis heeft zeer scherp gesteld dat het welzijn van kinderen allerminst op de voorgrond zat en zit.

Wat komt vraagt nieuwe afstemming en een te verleggen focus

De economische recessie zal globaal zijn en veel werkgelegenheid kosten. Deze zal gepaard gaan met sociale spanningen, persoonlijke en gezinsgebonden ellende. Ook de pandemie zelf zal dit najaar niet verdwenen zijn. Ook de misselijkmakende omstandigheden van migranten aan de poorten van Europa en de ongeziene droogte vragen om een dringende aanpak.

Wat deze problemen bindt is dat ze globaal zijn. En dit, op deze schaal, is haast ongezien. Je zou er van gaan duizelen als eenvoudige burgemeester.

Wat te doen, politici?

Politici zullen hun automatische piloot moeten uitschakelen. De blik op het eigen niveau zal daarbij verlaten moeten worden. Dit gebeurt nu reeds maar het is te weinig willen we de huidige en komende uitdagingen de baas kunnen.

Op globaal vlak moet er ingezet worden op maatregelen die voldoende impact genereren en tegelijk de grond- en mensenrechten respecteren. Liefst niet in vijftien stappenplannen maar in duidelijk, goed uitgekiend beleid waarbij niemand achterblijft. Ook hier zal het op maat moeten van continentale mogelijkheden en onmogelijkheden.

Nationale overheden moeten vervolgens – soeverein maar niet vrijblijvend – beleid uitrollen in samenspraak met de lokale niveaus. En ja, ditmaal mét een duidelijk doelgroepenbeleid en de specifieke, plaatselijke noden, die soms wijkgebonden zijn. Lastig? Ja. Maar moeilijk kan ook.

Maar ook lokale politici zullen zich beter moeten informeren over de globale context, en bereid zijn zich voluit in te werken. Virologen en klimaatdeskundigen hebben we genoeg, dus dit hoeven ze niet te worden. Wel vraagt elke burger beleidsmensen die mét die kennis creatief aan de slag gaan om hun gemeente of stad niet enkel effectief, maar ook menswaardig voor te bereiden op de uitdagingen die ons te wachten staan.

Doen ze dat niet dan zijn sociale spanningen, groeiende ongelijkheid en (nog meer) psycho-sociale problemen hun en onze toekomst. Maar, er is zijn dus mogelijkheden. Nu nog die regering, afwachten maar.

Thomas Holvoet