Goed opvoeden? “Je kinderen zijn je kinderen niet”.

“Je kinderen zijn je kinderen niet” schreef Kahlil Gibran, maar ouders – in alle gedaanten – hebben nog steeds het idee dat er zoiets bestaat als “een goede opvoeding”. Bestaat die wel? En van wie zijn die kinderen eigenlijk als ze niet van jou zijn?

Iemand zei me ooit: “er bestaan zoveel soorten opvoedingen als er soorten gezinssituaties bestaan”. Die persoon had een punt. “Het grote handboek voor opvoeding” bestaat niet en bij elk gezin waar ik over de vloer kom merk ik andere kansen en risico’s. Ouders wijten dit vaak aan het feit dat ze leven naar het temperament van hun kind(eren), maar de waarheid is complexer: er is veel projectie van eigen verlangens en tekorten, vaak geërfd uit de eigen opvoeding. Juist, je hebt normen en waarden, maar ook wat er niet is/was of wat ervaren voelt als een tekort speelt een grote rol in wat ouders zullen betekenen voor hun kinderen.

Wat begrijpen we onder opvoeden?

Ik denk dat we direct naar de volgende vraag mogen overgaan. Dit stukje is beschouwend, niet wetenschappelijk en heeft geen bedoeling te beleren want ondertekende staat evenveel in de onmacht als de lezer. Wel is het algemeen geweten dat ouders in Europa, Afrika, Azië of Amerika (Van Zuid tot Noord) er gewoonweg anders over denken. Simpel. En wie heeft de beste methode in de broekzak? Wel, geen enkele. De beste bestaat niet. Maar bestaat de goede dan wel? En wie bepaalt wat goed is? Een eeuwige discussie. Leest u er maar de boeken op na en bekijk even de (basis)teksten van onze onderwijskoepels, de faculteiten pedagogiek of levensbeschouwelijke instituten: ze helpen ons nauwelijks vooruit. We blijven altijd blind “het beste” doen voor onze pupillen.

Opvoeden en Goed?

Het woord opvoeden is afgeleid van “voeden”, en het voorvoegsel op- betekent dat we iemand omhoog willen tillen, vooruit helpen. In het Engels willen ouders met “raising” kinderen doen rechtop staan, laten (op-)groeien. Het Franse“é-lever” wil kinderen als het ware een zetje geven. In het Russisch meent men met povysheniye iets te doen toe-nemen. Het lijkt duidelijk: opvoeden is zeggen tegen ons kinderen “plus est en vous”. Vrij vertaald: er zit meer in jou, en we willen dat alle kansen geven.

Maar goed?

“Goed” verwijst sterk naar het normerende, en dus ook het disciplinerende. Deze samenleving verwacht immers veel en elke ouder wil er alles aan doen om kinderen mee te krijgen in dit verhaal. Ik zie veel ouders die het anders willen aanpakken. Er bestaan zelfs aparte schoolnetten voor, maar ook in de vrije tijd is er heel wat die dat andere wil benadrukken.

Maar ondanks de goede bedoelingen

Ja, zelfs al probeer je het anders te doen, dan nog. Een kind wordt volwassen en slaat zijn of haar vleugels uit. En die vleugels kunnen waaien zolang ze passen binnen het plaatje. Doen ze dat niet dan is er een probleem. En dat wil je als ouder ten zeerste voorkomen. Vandaar: opvoeding. En eerlijk? Voor veel ouders gaat het ook om een diep geloof in de maakbaarheid van een kind. Je hoort dan dat ze sterk, weerbaar, gelukkig, succesvol en uniek mogen zijn. Mogen?

Wat denken de kinderen daar zelf over?

Ik kreeg ooit een boekje met de beschreven rechten van kinderen, opgelijst volgens leeftijd. Vanaf 12 jaar mocht je dit, vanaf 14 dat…. enz…handig. Maar ik had mijn bedenkingen. Was ik hier zelf ooit over geconsulteerd? Wie had deze regels en wetten opgesteld? Wat blijkt: meestal oudere, witte mannen, vanuit de hogere klassen met een voornamelijk westerse bril.

Maar dus nee: aan kinderen en jongeren wordt haast nooit gevraagd wat ze nu zelf denken. Correctie: er wordt méér dan ooit naar hun gevoel en mening gevraagd. Maar structureel wordt weinig gedaan met wat ze aanbrengen. Kinderen niet meenemen in het verhaal van de strijd tegen Covid-19 was een systeemfout onder het mom van “beschermende maatregelen”, maar de psycho-sociale kosten op middellange en lange termijn zijn groot. En los daarvan: kinderen het recht ontnemen te spelen, vriendjes te zien, onderwijs te krijgen, aangeraakt te worden is – en ik wik mijn woorden – onverstandig.

We moeten ons daar vragen over stellen

Want die kinderen zijn onze kinderen niet. En dat betekent dat we meer moeten doen dan hen beschermend de weg te wijzen tot we ze loslaten, net zoals Tim in dat liedje van Wim De Craene.

Covid-19 is en was een crisis waarbij trial and error onze samenleving dooreen geschud heeft. Maar ik wijs hierbij eenvoudig op een systeemfout die er allang is. Want: hoe zit het met onze kinderopvang (en het tekort daaraan)? Hoe zit het met ons onderwijs en de grote uitval van jongeren zonder diploma? Hoe zit het met de armoedecijfers bij kinderen? Hoe zit het met de kansen van kinderen met ouders van een niet-Belgische afkomst? Hoe zit het met de opgesloten kinderen in asielcentra? Hoe zit het met de opvoeding van onze volwassenen die hiervoor veel te weinig verantwoordelijkheid opnemen? Misschien kan die oude tekst van Gibran hen wat tot inzicht brengen.

Je kinderen zijn je kinderen niet – Kahlil Gibran

“En hij zei:

Je kinderen zijn je kinderen niet.
Zij zijn de zonen en dochters van ’s levens hunkering naar zichzelf.

Zij komen door je, maar zijn niet van je,
en hoewel ze bij je zijn, behoren ze je niet toe.

Je mag hen je liefde geven, maar niet je gedachten,
want zij hebben hun eigen gedachten.

Je mag hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen,
want hun zielen toeven in het huis van morgen,

dat je niet bezoeken kunt, zelfs niet in je dromen.
Je mag proberen gelijk hun te worden, maar tracht niet hen aan jou gelijk te maken.

Want het leven gaat niet terug,
noch blijft het dralen bij gisteren.

Jullie zijn de bogen, waarmee je kinderen als levende pijlen worden weggeschoten.
De boogschutter ziet het doel op de weg van het oneindige,
en hij buigt je met zijn kracht opdat zijn pijlen snel en ver zullen gaan.
Laat het gebogen worden door de hand van de boogschutter
een vreugde voor je zijn:
want zoals hij de vliegende pijl liefheeft,
zo mint hij ook de boog die standvastig is.”

Elise Vandoorn, pedagoge