Het blijft mij verrassen: hoe zo’n morgen kan blinken in zijn vel.

Het blijft mij verrassen : hoe zo’n morgen kan blinken in zijn vel. Ik trek het gordijn van mijn schrijfhok open en het lijkt wel of er een vers gewassen wereld naar mij terugkijkt. Met glimmende kaken, gezonde spieren, een grote borst vol lucht. Klaar om te vertrekken. Maar evengoed van een rust die nog geen tijd nodig heeft.

Het is niet omdat ik mij net ook netjes heb gewassen, maar ik voel me mee blinken bij de aanblik van zoveel jongheid. Alsof we samen, de morgen en ik, deel uitmaken van een groter lichaam. Eentje van belofte, van mogelijkheden. Eentje dat jubel voelt achter zijn vel. Zoals kleinzoon bij het knikkeren soms helemaal opspringt van de grote rode tapijt waarop we bezig zijn, en dan weer landt op knieën en handen zonder een sikkepitje pijn. Een kleine lofzang tilde hem op. Dan weer is het de wind die door hem trekt. Hij blaast en maakt allerlei speciale geluiden voor en na het afschieten van de blinkende bol. (Marbel, zeiden wij vroeger. En zijn vader herinnert zich dat ze alle knikkers een naam gaven, namen die hij nu nog kent. Zelfs knikkers horen dus thuis in dat grotere lichaam.)

Grayscale Photo of Little Boy · Free Stock Photo

Dat van dat grotere lichaam weet ik al lang. Ik zie het als ik in het gezicht kijk van de mens die ik ontmoet, en plots in dat gezicht nog een kleine jongen of klein meisje zie dat zich verbergt, soms een beetje verloren. Ik ervaar het als een gesprekje ons weer groter heeft gemaakt. Of vrij gemaakt, en niemand kan uitleggen wat er in dat luisteren is gebeurd. Ik denk aan al die lucht die door mij trekt, maar ook door de poes en de bomen daar buiten op straat. Ik denk aan alle woorden die in mij beland zijn, klanken en betekenissen van ver voor mij, en nog veel verder na mij zullen ze weer andere lichamen opzoeken om er te bloeien. Ik denk aan de verhalen die zichzelf opnieuw en opnieuw vertellen in al die lichamen. Ik denk aan de muziek die golft van mens tot mens. Aan de kleine goedheid, de solidariteit die sterker blijkt dan alle domheid. Ik denk aan dit letterlijke lichaam van mij, hoe ik elke morgen mag beseffen hoe groot dit cadeau is dat me gegeven is, aangeraakt, herkend, benoemd door zovele andere lichamen die ook om niet zijn gekregen…

In de namiddag, bij het Gentse Belfort, blonk de dag nog altijd, zag ik. De jongens van Georges Minne bleven zichzelf zoeken in de diepte voor hen, maar het gebeurde daar niet, het gebeurde in die grote stadstrots van een toren, en in de blauwte daarboven, die van de vogels is en van iedereen. Ik zag kleine pluisjes vrouwen in gesprek, voorbij drijvend in hun gezamenlijke nieuwe lichaam. Een oude vrouw op blote voeten in sloffen zat alleen, maar rookte diep zuigend een sigaret, ook dat was een aanraking.

Guido Vanhercke

De auteur publiceerde onlangs een boek met daarin zijn beste stukjes van de voorbije 5 jaar. Wens je meer te weten of te bestellen? Dan surf je best naar de webblog van Guido Vanhercke.