Vrede is een lange weg, maar er is beginnen aan

Beelden gekapt door verkeerde handen? Het is Willem Vermandere die het verhaal van beeldhouwer Daniël Devriendt bezingt in het dramatische “De ballade van Daniël”. Een lied over Permeke, Cyriel Verschaeve, Arno Breker, nazi-leider Joseph Goebbels. Een verhaal over een Vlaams beeldhouwer die naar Duitsland trok om er mee te werken aan de verbeelding van een duizendjarig “Reich”. Wat moeten we hiermee? En welke spiegel wordt ons binnen dit tijdsgewricht voorgehouden waarbij Black Lives Matters, collaboratie en kolonisatie ons geweten en de kennis over dit verleden op de proef stellen?

Daniël Devriendt, geboren in 1907 te Wilskerke, volgde de opleiding tot beeldhouwer aan de academies van Brugge en Gent. Al vlug werd hij leerling van Constant Permeke – gekend als één van de groten binnen het expressionisme – voor wie hij talloze beelden hielp maken, waaronder het beeld “Marie-Lou” dat hij in 1937-1938 van een skelet voorzag. Het beeld is tot op heden te bewonderen in het Middelheimpark te Antwerpen.

Marie-Lou, Constant Permeke/Daniël Devriendt

Maar vlug daarna kwam hij terecht bij pastoor Cyriel Verschaeve voor wie hij, in opdracht, enkele religieuze beelden maakte. Verschaeve sprak in die periode met Daniël over “grootse” gebeurtenissen in Duitsland, met een stevige vingerwijzing bezongen door Vermandere met: “een brood mag je iedereen geven, maar nooit niemand slechte raad”. Helaas, met die raad trok Daniël eind jaren ’30 naar Duitsland om met Arno Breker, architect en persoonlijke vriend van Hitler te helpen bouwen aan de megalomane plannen van Albert Speer, met het concrete doel een nieuw Berlijn uit de grond te kappen en te verbeelden.

Daniël Devriendt, beeldhouwer

Verschillende malen voor en tijdens de oorlog had Devriendt persoonlijke contacten met Joseph Goebbels en Herman Goering. Kortom – en dat zal de lezer niks verrassen – Daniël werd na de oorlog veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens collaboratie en diende nadien naar Argentinië te vluchten met zijn gezin. Pas op het einde van zijn leven durfde hij regelmatig terug te keren naar België, waar hij uiteindelijk Willem Vermandere ontmoette. Vermandere was diep geraakt door zijn levensverhaal en schreef er een lied over dat hij precies dertig jaar geleden uitbracht in zijn befaamde live album “Een avond in Brussel” in de AB.

Black lives matters & kolonisatie

Nu veel gesproken, geschreven en beslist wordt over beelden die verwijderd of gesitueerd dienen te worden met tegenbeelden, alsook over straatnamen (waaronder Cyriel Verschaeve), is dit lied over een “verkeerde” beeldhouwer meer dan ooit actueel.

In het lied zet Vermandere een bril van compassion op, ongezien en bijna ongehoord. Maar nergens in het lied kiest hij kant. Wel integendeel: hij ondervraagt Devriendt over zijn kennis van de jodenvervolging. Een spilmoment in het lied en wellicht in zijn carrière, want het antwoord hield het risico in om geframed te worden door voor- en tegenstanders van amnestie, of door links en rechts.

Maar die verscheurdheid, waar tot op vandaag veel landgenoten (weliswaar in tweede of derde lijn) mee worstelen vanuit hun familiegeschiedenis, ontkleedt Vermandere met een meerzijdig-partijdige uitspraak van Devriendt op die beklemmende vraag: wist je dan echt niks, Daniël?

Devriendt antwoordt (in het lied) dat hij niks wist van Dachau en Auschwitz, maar dat hij diep binnenin gestorven is toen de gruweldaden hem ter ore kwamen.

De 82 kinderen van Lidici, vergast in Gelmno en verbeeldt door Marie Uchytilova

Geen “Wir haben es nicht gewusst“, maar een immense verscheurdheid, waarbij hij zijn verantwoordelijkheid en positie onder ogen zag, met de daarbij horende consequenties tot zijn vlucht naar Argentinië.

Wat zegt dit over vandaag?

Alles en niks. Niks omdat Devriendt geen grote machtsfunctie uitoefende zoals de verbeelde figuren die nu in vraag worden gesteld. Maar het heeft er ook alles mee te maken omdat het ons confronteert met onze eigen onkunde om de waarheid van het verleden in waarachtigheid te belichten.

Wie dit doet, en daar de tijd voor neemt, zal zelden in een zwart-wit-verhaal belanden. Nee, een slechte jeugd of slechte raad is geen reden om feiten te vergoelijken maar kennis en inzicht kunnen ons helpen om het vreselijke verleden te onthullen tot zijn werkelijkheid. En een werkelijkheid verdraagt alleen maar schaduw als er ook licht is. Devriendt maakte foute keuzes, was wellicht zeer naïef en koppig, maar zijn gebrokenheid over de gruwel van Nazi-Duitsland maakten hem nederig en berouwvol. Wie zover komt zegt meer dan “sorry”.

Dit lied is een oproep tot dialoog en compassie

De meest melige oproep ooit wellicht, maar wat we melig vinden is wellicht wat we niet meer kunnen: in dialoog gaan met elkaar en begrip tonen voor de kwetsuren die vaak onuitwisbaar zijn. Nee, het lijkt gemakkelijker om in de kwaadheid te blijven, om daarmee de Ander te demoniseren of te negeren. Maar wat voor samenleving zijn we dan?

Wie trouwens vindt dat dialoog en compassie melig zijn…

…moet maar eens lezen hoe de waarheidscommissie in Zuid-Afrika, onder leiding van Desmond Tutu (die hiervoor de Nobelprijs van de Vrede kreeg) het apartheidsregime onder de loep nam door slachtoffers en daders, in dezelfde ruimte, elkaars getuigenissen te laten beluisteren.

Desmond Tutu beluistert slachtoffers en daders van het apartheidsregime in Zuid-Afrika

Het heeft nooit tot een volledig herstel geleid, en zowel onderhuids als concreet is nog heel wat werk te verrichten om de naweeën van die tijd te verdrijven, maar het was meer dan een teken van hoop om verder te kunnen.

En België kan dat tot nu toe niet

We zijn niet in het reine met ons verleden. We kennen het verhaal niet helemaal en dat geldt voor alle partijen die veroorzaker en slachtoffer waren van het kolonialisme en van de collaboratie. Op 30 juni is Congo 60 jaar onafhankelijk, maar ons land weigert, tot op vandaag, de volledige waarheid te belichten. We zijn een zwijgend volkje, maar vergeten daarbij dat wie zijn geschiedenis weigert te kennen, gedoemd is die te herhalen. Het feit dat de gedeeltelijke kennis over ons koloniaal verleden nu pas in de eindtermen van het secundair onderwijs opgenomen worden is daar maar één element van.

De tijd die alle wonden heelt?

Vermandere spreekt hoop uit in de laatste zin van het lied, maar ik moet hem helaas ongelijk geven. De kwetsuren uit het verleden worden van generatie op generatie doorgegeven. Er is meer nodig dan tijd. De wonden? Die zijn littekens geworden, ze blijven voor eeuwig zichtbaar.

Collaboratie en kolonialisme in eenzelfde artikel?

Ook iets wat u wellicht niet wist. De Belgische overheid hielp mee om diamanten uit de mijnen van Congo te transporteren naar het Duitsland van Hitler. Diamanten waren enorm belangrijk om de bewapening op peil te houden, waardoor de oorlog langer duren kon. Simpel.

Maar België is ook mede-verantwoordelijk voor de bommen op Hiroshima en Nagasaki. Ruim 70% van het nodige uranium kwam uit Congo. Ook hier weten we, eenvoudigweg, te weinig over. Maar onze rol was niet min voor een klein land als het onze.

Sorry?

First things first. En met “sorry” ban je slechts weg wat oprecht uitgesproken werd. Maar wat blijkt? De tijd is er niet rijp voor. Overheid en koningshuis willen ook meer onderzoek, maar enkel en alleen omdat ze bevreesd zijn dat de waarheid zal leiden tot herstelbetalingen, toch wat het koloniaal verleden betreft.

Devriendt en Desmond Tutu geven hoop. Streven naar de waarheid en waarachtigheid over een collectief verleden is een must willen we met onszelf en de slachtoffers verder op weg kunnen. De juiste houding daarbij is: nederigheid, luisteren, spreken.

Er is ook nood aan meer studie. Nu de eerste generaties van het koloniaal verleden en de collaboratie er niet meer zijn is het aan de tweede en derde generatie om er werk van te maken. Het politiek bestel moet dit proces faciliteren, maar niet voeden.

De oprichting van (waarheids-)commissies over deze moeilijke bladzijden uit onze geschiedenis blijven op het voorplan. Doen we dit niet en willen we nieuwe wetten stemmen om “foute mensen” te doen zwijgen, dan doen we aan symptoombestrijding. De symptomen zullen dan verdwijnen – en dat is uiteraard dringend nodig – maar we weten allemaal dat het uiteindelijk niet gaat om de tak maar om de wortel. Vrede is een werk van lange adem, maar er is beginnen aan.

Thomas Holvoet

Tip: beluister eerst het verhaal en dan het lied

Het verhaal over Daniël Devriendt, verteld door Willem Vermandere
“De ballade van Daniël”, gezongen in 1990 in de Ancienne Belgique