Het begin van een decadente tussenfase luidt het einde in van een oud model

Er zijn twee geluiden over onze economie: “het komt nooit meer goed” en “het wordt straks nog beter”. De media doen hun uiterste best om alarmisme en opportunisme te verkopen als profetische waarheden, meestal verkocht door specialisten ter zake. De nuance lijkt helemaal weg. Laat ons even omdenken en terugschakelen.

De winkels trekken opnieuw volk, de horeca-sector slaakt een zucht van verlichting, de huizenmarkt ontploft, kleine zelfstandigen voelen opnieuw wat wind in de rug en de files lijken weer even lang als nooit tevoren. Het puin wordt geruimd, de overheid werkt allerlei stimulanspakketten uit, het feest kan opnieuw beginnen. Voor veel mensen is terug business as usual. We staan aan het begin van een euforische tussenfase die een onbekende toekomst aankondigt.

Een decadente tussenfase

Voor vele mensen moet de geest uit de fles, en dat zal straks blijken indien de mogelijkheden vergroten bij een dalende curve. Daar zijn drie duidelijke redenen voor. Vooreerst moeten de noodzakelijke bestedingen ingehaald worden, en dat betekent eenvoudigweg dat de orderboekjes voor vele zelfstandigheden en KMO’s overvol zullen geraken. Die versleten wagen stond dan misschien enkele maanden aan de kant, maar nu moet die écht wel vervangen worden. En die deurklink…u weet wel.

Vooral de ondersteunende maatregelen en het installeren van economische werkloosheid hebben op korte termijn het ergste leed voorkomen, en het geloof doen behouden dat onze koopkracht niet zwaar aangetast werd, wat in de meeste gevallen ook zo was. Leve de sociale zekerheid?

Er is ook de psychologische factor waarbij velen nu of straks méér zullen uitgeven dan ooit het geval was. De decompressie zal er sowieso komen, na een – voor velen – stressvolle periode, en de markt zal hier gewillig op inspelen, in vele geuren en kleuren. Met of zonder toestemming van de overheid: u zult versteld staan.

Ten slotte: we zijn en blijven volgelingen van een verslavend consumptiemodel. We grijpen dus eenvoudigweg terug naar dat model, omdat we het andere helemaal niet kennen, en ook niet vertrouwen. Sedert de jaren ’80 is het zo, en zo zal het wel nog even blijven. Even.

Alarmisme: het komt nooit meer goed

De grote economische crisissen in onze geschiedenis werden allemaal overwonnen. De strijd – en die woedt vooral achter de schermen – luidt: “zal de wereld na Covid-19 de bevestiging van het huidige model zijn, gaan we naar een stevig corrigerende vorm (in welke vorm dan ook), of wordt het een ommekeer?”

Veel zal afhangen van de cijfers én de sociale spanningen

Want dit is wat komt: een reeks kleine en grote faillissementen en herstructureringen (die nu reeds van tel zijn) die we tussen september en – pakweg – de late lente van 2021 te verduren zullen hebben. Daar moeten we helaas van uit gaan, hoeveel we ook nu en straks zullen uitgeven.

Die faillissementen zullen gepaard gaan met sociale spanningen. De vraag alleen is hoe de werknemers en het middenveld dit kunnen organiseren. Proclameren ze zelf het behoud van het oude model? Willen ze een ommekeer? Wie hun meest recente verklaringen leest kan enkel maar tegenstrijdigheden opvangen, wat normaal is voor deze tussentijd. De vraag is: “hoe hevig wordt de sociale strijd en wie zal aan het langste eind trekken?” Wie daar nu een voorspelling over waagt: niet lezen, want niemand weet het. Blijven ademen dus, maar de boodschap is dat de wereld wellicht niet vergaat.

Opportunisme: het wordt beter dan vroeger

In mijn brievenbus kreeg ik, vorige week, een gratis exemplaar van de Krant van West-Vlaanderen gedropt. Het doorbladeren ervan gaf me een onwezenlijk gevoel: 36 pagina’s goed nieuws. De boodschap was duidelijk: “geloof er gewoon in, handen uit de mouwen en het wordt een prachtige wereld.”

Mooi, maar de mensen zijn niet dom. De meesten weten heus genoeg dat de rekening straks gepresenteerd wordt. Aan de politici om daar open kaart over te spelen. Maar ze doen het niet. Ze wakkeren liever een oude droom aan, uit angst dat het mensen in een koopkramp houdt. Maar we weten allemaal dat de nuchtere Vlaming/Belg het meest respect toont voor politici die – zoals Jean-Luc Dehaene nog durfde – durven aangeven dat het een moeilijke tijd wordt, gekoppeld aan heldere maatregelen.

Slotsom: we weten het niet

De strijd tussen economen Geert Noels en Paul de Grauwe is er één tussen twee toekomstvisies. Het is echter onvoorspelbaar wat het straks zal worden. We hangen sterk af van export en een globale economie, waarbij een opengrenzenbeleid de motor is van alles wat we tellen aan inkomsten en uitgaven.

De andere uitdagingen: klimaat en de geo-politieke en sociale realiteiten, zullen zeker mee uitmaken wat het straks wordt. Hou daarbij 3 november in de gaten (presidentsverkiezingen V.S.), want dit wordt zeker een bepalend ankerpunt.

Meegaan in het doemdenken, of meegaan in een dwingend opportunisme zijn niet het speelterrein waarop onze toekomst kan gebouwd worden. Enkel moedig leiderschap met zin voor nuance en heldere taal, open voor een geleidelijke transitie – waarbij ecologische en sociale vraagstukken een belangrijke plaats verwerven – kan ons verder helpen.

Politici die deze houding aannemen zullen er ook voor beloond worden, al is er een risico. Maar wie durft?

Thomas Holvoet

Een gedachte over “Het begin van een decadente tussenfase luidt het einde in van een oud model

Reacties zijn gesloten.