De vlam en de pan: over ongenoegen en haar vluchtwegen

In vorige bijdragen deden we uit de doeken dat we aan het begin staan van een tussenfase waarin verschillende bewegingen merkbaar zijn: vasthouden enerzijds maar ook merken dat het zo niet langer kan. Maar wat houdt dat “merken” precies” in? Welke splinters lijken plots de balk in onze eigen ogen? En vooral: hoe ga je daar als individu en als samenleving mee om?

Ik herinner mij een fragment uit de film “The remains of the day” waarbij Anthony Hopkins (in een glansrol) zijn oude vader – die koppig verder bleef werken – probeert op te tillen na een zoveelste val. Het probleem was dat de vader – toen reeds zeer ziek – zich vasthield aan de poot van een stoel. De zoon kreeg de vingers van de vader echter maar niet los van de stoel. Een be-klemmende scene waar de immense kracht van een mens, voor hij uiteindelijk te sterven komt, in beeld wordt gebracht. Mensen die in de zorg werken weten trouwens goed genoeg dat stervende mensen vaak een zogenaamd “helder” moment hebben, vlak voor ze komen te gaan.

Die tussenfase naar het nieuwe (of naar het niets, voor wie dat wil), gaat dus gepaard met een speling van krachten, die onverwacht en verrassend zijn. Want van een stervende verwacht je niet dat hij, vlak voor het bijltje gelegd wordt, nog even opveert. U weet wel: “Hij slaakte een kreet (= kracht) en bezweek.”

Over dat “nieuwe of het niets” valt veel te zeggen, maar laat het er ons bij houden dat belangrijke elementen in onze samenleving onderhevig zijn aan feiten die er ons toe dwingen om iets nieuws te installeren. Al zijn we ons daar nu nog niet voldoende van bewust. Niet erg, dat komt nog.

Vlammetjes en pannen

In die tussenfase komt er dus een opborrelen van krachten die we wel of niet voorzien hadden. Net omdat er zoveel spanning heerst kunnen het hele kleine feiten zijn die de vlam in de pan doen slaan.

Nee, dit hoeft niet gewelddadig te worden, maar dat er sociale spanningen op ons afkomen staat buiten kijf. Het zal een opeenhoping van kleine splinters zijn die een mogelijke eruptie kunnen veroorzaken. Vlamingen/Belgen zijn van nature erg bang van verandering, en dus (zogenaamd) nuchter en rationeel. Maar we leven niet op een eiland en zijn dus onmachtig om àlle splinters onder controle te houden. Dat zal ook zo blijken.

Hoe ga je daarmee om? Als individu? Als gezin?

Je kruipt in je kelder of je trekt een grote omheining op in je tuin, al is vluchten moeilijk wanneer het straks over centen, gezondheid, klimaat e.d. zal gaan. Maar velen kunnen dit eenvoudigweg niet aan en hebben beslist zich eenvoudigweg niet meer te informeren of – dat kan ook – stevig duidelijk te maken wie wel en wie niet binnen hun eigen periferie komt, op basis van gelijkgestemdheid. In beide gevallen heb je isolement en polarisering, met alle psycho-sociale gevolgen daaraan gekoppeld. Nee, beter niet, al is het gemakkelijk spreken. Soms kan het optrekken van een luchtkasteel in dit tijdsbestek een gezonde optie zijn. Tijdelijk.

Een tweede mogelijkheid is te observeren, en je observaties neer te schrijven. Dit lijkt namelijk een uitgelezen periode om met een dagboek te beginnen. En die gedachten vervolgens te delen met je naaste omgeving. Binnen 50 jaar zijn ze erfgoed, of misschien 100, wie zal het zeggen. Nu: observeren geef rust, biedt perspectief, creëert afstand. Je valt niet langer samen met de feiten. En, o ja: er zijn duizend manieren om te observeren.

Je kunt ook machteloosheid van je afschudden door in (kleine of grote) actie te komen, en alvast een voorbode te nemen op het nieuwe. Soms zal zoiets standhouden, en vaak ook niet, maar het maken van creatieve ruimte in tijden van neergang is een bewijs aan jezelf dat het leven verder gaat, ondanks het opborrelen van maatschappelijke spanningen. Dit kan, maar het hoeft niet. Weet je: niks hoeft.

“Zie je het nieuwe niet, het is al begonnen?”

Een bijbelse uitspraak die niet bijbels maar vooral wijs geanticipeerd mag worden. Met drie belangrijke bemerkingen.

  • Geloof niet dat er niks in beweging komt dat uiteindelijk duurzaam zal worden verankerd. Dit gebeurt momenteel wel, maar het is nog niet zichtbaar, niet meetbaar, en dus experimenteel. Laat je dus niks wijsmaken: de verandering komt er, alleen is er niemand die weet hoe die er uit zal zien. Business as usual? Ik denk het niet.
  • Geloof niet dat al het bestaande weggevaagd zal worden. De angst voor destructie zit er bij velen diep in – vooral bij Vlamingen – maar het is nergens voor nodig. Het wordt wél een kwestie van het kind niet met het badwater weg te gooien, al zal dat in sommige gevallen – zoals zo vaak, helaas – wel gebeuren. Daar nu reeds over treuren is zinloos en werkt verlammend. Maar toegegeven: dat heb je niet helemaal in de hand.
  • En ja: er zullen ongelukken gebeuren. Zoals altijd eigenlijk, en de komende tijd een stuk meer. Maar ook hier: de destructie voor ogen houden en de neergang observeren kan je enkel volhouden als je weet dat er straks een nieuwe week komt mét…een nieuwe maandag.

In een volgende bijdrage gaan we dieper in op die splinters, want wie goed observeert ziet ze nu reeds rondvliegen.

Lees ook de vorige bijdragen “over het begin van de tussenfase” en “Liminaliteit als overgangsfase”.

Thomas Holvoet

Afbeelding: “Between mirrors – Michal Trpak”