Zonder zorgen: o was ik maar…

Wat wil een mens meer tijdens echte vakantiedagen? Genieten, niet moeten, geen zorgen, geen stress. Allemaal gewone woorden natuurlijk: iedereen kent ze. Maar even graven, in de hoop op ge-luk?

Hoe word ik gelukkig?

Tja, helaas, dat heb je niet in de hand! ‘Geluk’ lijkt alvast geen fysieke/ lichamelijke dimensie te hebben, als we uit etymologie conclusies mogen trekken. Lukken/ gelukken begint niet met geluk in onze betekenis, maar met het spel van het lot en dus de kans op wat wij nu ‘geluk’ noemen. Je had ‘good luck’ (je was ‘lucky’) of ‘bad luck’. Geluk is dus in eerste instantie geluk hebben.

Nu, ons geluk ontstond uit die stam (en die betekenis). In het Frans is er een betekenisparallel (semantisch dus): het (bonne) heure geeft je geluk (bonheur), maakt je gelukkig (heureux), of met andere woorden: the lucky moment. Het Engelse happy lijkt helemaal anders, maar blijkt hetzelfde. Hap is namelijk good luck, of het neutrale luck, en een happy persoon was aanvankelijk heel blij. Tevoren was hij zalig/ gesaelig, maar die gesaelige mensen van ooit zijn nu silly, dwaas, geworden, etymologisch toch. Tja, dat komt ervan als je het geluk te licht neemt, denk ik dan. Het geluk moet je toe-vallen, het moet lukken. Zo lijkt het toch.

Ongeluk maakt eng..

Maar helaas dus, we kunnen tegenslag hebben, “het” kan tegenslaan in het leven – en flink zelfs. En dan begint het. We maken ons klein of we worden klein, voelen ons klein: angst heeft met “eng(te)” te maken. De spanning uit zich bijvoorbeeld concreet in stress. Dat was aanvankelijk tegenslag (ad-versity, vijandigheid zelfs, zoals een adversary, tegenstander), there we go again, maar eigenlijk verwijst stress naar stringere, vernauwen, dichtsnoeren. De zorgen omknellen ons met name zoals een boa constrictor (lett. een dikke wurger-slang). Zorgen kunnen daar ook toe leiden: de worries wurgen ons etymologisch namelijk, want beide woorden zijn stamverwant.

Hoe krijgen wij ruimte?

Tja, niet makkelijk. Wel bestaat de wurgende boa soms alleen in onze gedachten, al lijkt ze zo reëel als zoemende muggen in de nacht: je ziet ze niet, hoort ze wel, en ze zijn er ook. Maar als we diep genoeg kunnen ademen, denk ik soms, dan kunnen we ons bevrijden, aarden en ruimte ervaren. Want adem heet soms ‘geest’, spirit/ esprit: respirer in het Frans is “ademen”. En de Geest in de Hebreeuwse Bijbel heet niet toevallig Roeach: adem, geest, wind.

Dus: met het oog op de nakende vakantie kunt u alvast proberen diep te ademen. Adem lucht immers op (wat een opluchting), er gaat er een pak (of iets anders) van ons hart, en zo kan ons hart ook weer opengaan, somehow… In het nu komen we bij onszelf en bij de eeuwigheid. Soms even toch.

Jan Glorieux