Racisme in dialoog: verken de leefwereld van je gesprekspartner

In de eerste twee delen van deze reeks over het omgaan met dagdagelijks racisme zagen we dat het soms zinvol is om tijd te winnen of inspiratie te halen bij Sherlock Holmes: niet te snel oordelen, en als een speurder te werk gaan. Maar hoe vermijd je oneindige discussies?

Veel gesprekken over migratie en (religieuze) diversiteit zijn heel abstract. Vaak belanden we in een ideologische of morele stellingenoorlog: “het open grenzenbeleid van Europa trekt op niets” staat lijnrecht tegenover “We moeten solidair zijn”. “Ze moeten zich aanpassen” wordt gecounterd met “We kunnen toch niet verwachten dat mensen zich assimileren?” Discussies over ideologische of morele standpunten zijn belangrijk, maar ook vermoeiend. Dit is niet verwonderlijk: vaak praten we naast elkaar heen, zonder goed te begrijpen wat er echt speelt.

Het gesprek concreet maken…

Het komt er dan ook op aan om een gesprek slim aan te gaan. De kunst bestaat erin de oren te spitsen voor de kleinste concrete informatie:

  • Tijdsaanwijzingen: gisteren, vroeger, vorige maand, binnenkort…
  • Plaatsen: ik was op de bus, aan het station, in mijn buurt, in stad x…
  • Ervaringen (zelf meegemaakt of van horen zeggen): moest je weten wat mijn buurvrouw meemaakte; mijn dochter is al drie maanden werkloos…
  • Mensen uit de directe omgeving: ik, mijn vriend, man, collega, neef…

Zodra je iets concreets hoort, kun je daarop inzoomen.

“En wat gebeurde er toen?’ ; “je spreekt over je wijk, welke wijk is dit?” ; “hoe lang woon je daar al?”, “welke opleiding heeft je dochter?”

Door bijvragen te stellen over die concrete situatie, hou je het gesprek kort. En vooral: je maakt het gesprek tastbaar. Op het algemene migratie- of integratiebeleid hebben we als individuele burger weinig vat. Daarover spreken, versterkt dus het gevoel van onmacht. Maar specifieke gebeurtenissen verwerken, of concrete problemen dicht bij huis proberen op te lossen, is al een stuk haalbaarder. Het komt er dus op neer een groot onhandelbaar en wazig probleem in verschillende behapbare concrete stukjes te hakken.

Mental health matters—and it's ok to need help – The Pipestone Flyer

Soms gebeurt het echter dat iemand in algemeenheden blijft praten. Het is dan zaak om gerichte, niet-beschuldigende vragen te stellen:

  • “Waar woon jij precies?”
  • “ken je soms moslims/asielzoekers/joden/mensen met een migratiegeschiedenis/…”?
  • “Oei, heb je soms iets meegemaakt?” “Heb je daar zelf ervaring mee?”

Goed, maar zijn we dan niet gewoon om het probleem heen aan het fietsen zonder het racisme op te lossen? Integendeel. Achter elke racistische uitspraak schuilt een uniek verhaal: de ene persoon spuit gif vanuit een persoonlijke ervaring, de ander door armoede, een gebrek aan juiste informatie, eenzaamheid, angst voor de toekomst… Zonder concreet te worden is de kans groot dat we de bal volledig misslaan. Bijvoorbeeld door met rationele argumenten af te komen terwijl iemand vooral vanuit emotie spreekt.

… en concreet houden

Eens het gesprek concreter wordt, leert de ervaring dat het behoorlijk wat inspanning vergt om het gesprek ook concreet te houden. Je vriend spreekt over zijn wijk, maar vervalt dan weer in racistische veralgemeningen, en je pikt daarop in. Of je luisterde even aandachtig naar een concrete ervaring, en zonder het zelf te beseffen ga je al snel terug over tot een moreel standpunt.

Je doet met andere woorden een “jojo’tje”: je gaat even naar beneden, naar de bezorgde ondertoon – de concrete woon-, werk- en leefomgeving waarover iemand bezorgd is – en bent even snel terug boven, met de racistische boventoon bezig – de racistische uitspraak zelf (over boven- en ondertoon, zie het tweede artikel van deze reeks).

Artists transform Graffiti Alley with new murals in 'show of ...

Nog anders gezegd: racisme is aan te pakken als gezouten frieten met een klodder mayonaise*. In de mayonaise blijven plakken (de racistische uitspraak) helpt ons niet om bij de frieten en het zout (de concrete aanleiding van de uitspraak) te geraken. We moeten eerder voorzichtig tussen de mayonaise vissen en bij de punt van de frietzak, waar het meeste zout zit, blijven. Bij de kern van de zaak dus. Maar het is snel gebeurd om toch weer in de mayonaise verzeild te raken.

De uitdaging is dus om telkens weer naar concrete zaken terug te gaan: blijf bij het zout!

De ideologische, racistische, abstracte standpunten laat je dan even voor wat ze zijn. Je doet alsof je ze niet gehoord hebt. Een voorbeeld:

  • “In mijn wijk is het niet meer te doen. Binnen de kortste keren zullen ze het hier allemaal overpakken.”
  • “Wat gebeurt er in je wijk?”
  • “Ja, auto’s die dubbel geparkeerd staan, vuil op de grond. Ze willen zich niet aanpassen hé. Allemaal terugsturen zeg ik je.”
  • “Terug naar je wijk: over dat dubbel parkeren gesproken…”

Deze aanpak vergroot de kans op een rustiger, constructief gesprek. En het vergroot de kans dat iemand oor zal hebben naar wat je over de racistische uitspraak zelf te vertellen hebt. Maar dat is voer voor een volgende bijdrage.

Thomas Peeters is medewerker van Orbit vzw – http://www.orbitvzw.be

*Met dank aan Didier Vanderslycke

Beeld graffiti: Project “Paint the City Black”

Een gedachte over “Racisme in dialoog: verken de leefwereld van je gesprekspartner

Reacties zijn gesloten.