Euthanasie: “een appel naar een goede omgang met de dood blijft.”

De storm is al langer gaan liggen: het “euthanasieproces over Tine Nys” is al even voorbij, met vrijspraken, maar intussen zijn veel ouderen overleden, door Covid-19, helaas geregeld of vaak in eenzaamheid. Geen zachte dood, wel onmacht…Maar hoe leeft het woord “euthansie” in onze taal? Een etymologische bijdrage over “levenseinde, sterven, inslapen….”

Termen zoals euthanasie. Sommigen zullen de woorden kennen: eu + thanatos, allebei Griekse woorden. Thanatos stond in dit proces centraal: sterven inclusief een einde maken aan het leven (bios/ vita), maar eigenlijk de dood, zoals in het koppel Eros en Thanatos, de wezenlijke menselijke driften volgens Sigmund Freund ooit. Thanatos was ook een mythologische figuur, maar daarover iets in een voetnoot onderaan*.

In onze West-Europese talen ontstonden uit dit Griekse woord echter nauwelijks afleidingen. Wel uit het Latijnse mors/ mort-: doden groeten we nog altijd in mortuaria, en we kennen de mortaliteit, de sterftegraad en sterftecijfers, nu ook de oversterfte, helaas, maar niet bekend als hypermortaliteit**. Ook zijn goden in het Engels immortal, bij ons: onsterfelijk, en mensen zijn mortals, bij ons: “sterfelijke wezens”. De dood vinden we als stam zelfs terug in schokdempers: amortisseurs namelijk, die de schokken “doden”. 

Euthanasia: Exposing the tactics used by the Catholic Church

Maar we eu-thanaseren dus. Eu– en dys (dis-) zijn antoniemen voor “goed” en “slecht” (en …). Euthanaseren wordt vaak omschreven als “laten inslapen”. En dat klinkt mooi. Voor sommigen, misschien voor iedereen, is dat mogelijk al een eufemisme: iets negatiefs mooier uitdrukken of zeggen (fem-). Je kan dat al al door iets slechts gewoon “niet goed” te noemen. Als iemand bijvoorbeeld verklaart “dat het met X niet goed gaat”, dan moeten we vaak het ergste vrezen.

Eufemisme dus. Maar er zijn ook dysfemismen. Dysfemisme houdt in dat je iets neutraals grof omschrijft, in harde woorden. “Kankeren” is een dysfemisme voor “piekeren” en zo. Zo vielen de woorden “doodspuiten” en “gifmoord” ook op het proces. De discussie staat open of je die als louter beschrijvend kunt beschouwen, of al als dys-/disfemistisch. Louter taalkundig nog: vandaar dat wij bepaalde zaken “dysfunctional” vinden, maar in het Nederlands “disfunctioneel”…

In het proces vielen vaak termen die verband houden met het stervensproces. Zoals “palliatieve zorgen”. Op zich een mooi woord, want een pallium was een [rood] schoudermanteltje, zoals tot voor kort door pausen gedragen. Palliatieve diensten willen de stervende met zorg omringen, de kilte van het sterven met warmte op afstand houden, zeg maar. Zoals in hospicehuizen, waar we de stam van “hospitaal” ook herkennen, niet zozeer als een ziekenhuis, maar meer als een gast[en]huis voor wie aan het einde van het leven is gekomen.

Euthanasia (2) - The art of dying | Britain | The Economist

Palliatieve sedatie wordt soms genoemd als een alternatief voor euthanasie. Sederen is eigenlijk “rustig maken”, vooral door het bewustzijnsniveau te verlagen. Een sedativum is in wezen een kalmeermiddel.

Het euthanasieproces is voorbij, gelukkig maar. Maar de thematiek blijft. Zo wordt het wellicht opgepikt op de onderhandelingstafel van een regeringsvorming. Maar vooral het appel naar een goede omgang met de dood blijft een belangrijk vraagstuk. Totterdood…

*Volgens Wikipedia was Thanatos is een zoon van Nyx, de nacht in het Grieks, en de tweelingbroer van Hypnos, de Slaap. Dat zal niemand van ons verwonderen.

**Toen ik naging of “hypermortaliteit” gangbaar was, vond ik de term in het Engels. In een artikel uit 2008 werd geponeerd dat de mortaliteit bij mannen en vrouwen in Rusland respectievelijk 3 à5 keer hoger of dubbel zo hoog was als in landen met een vergelijkbaar economisch niveau: hypermortality.

Jan Glorieux, auteur van een facebookpagina over “Woorden en hun waarde”

Beelden: Main: Margeret Ambidget en