De “werken van barmhartigheid” als toetssteen voor politici?

Ze vormen een leidraad voor christenen en vatten Jezus’ boodschap samen, maar daarom zijn ze niet minder gecontesteerd. Ook bij christenen zelf is er blijvende discussie. Nochtans is het een lijn die getrokken wordt zonder weliswaar moraliserend te zijn. Die lijn luidt: “de meest kwetsbaren moeten aan boord.” Maar sommige (politieke) groeperingen keren maar al te graag de zaken om. Tijd voor een rechtzetting.

De werken van barmhartigheid gaan terug tot de woorden van Jezus zelf in het Matteüs-evangelie, waarbij hij zes van de werken benoemt. Paus Innocentius III voegde er in de dertiende eeuw een zevende werk aan toe: “de doden begraven”, ontleend aan het apocriefe geschrift Tobit. Paus Franciscus voegde er zelfs een achtste aan toe: “de zorg voor de schepping”, beschreven in zijn encycliek Laudoto Si, dat handelt over dit thema.

De 8 werken opgesomd

  1. De hongerigen te eten geven
  2. De dorstigen te drinken geven
  3. De naakten kleden
  4. De vreemdelingen herbergen
  5. De zieken verzorgen
  6. De gevangenen bezoeken
  7. De doden begraven
  8. De zorg voor de schepping

Het spanningsveld is er

Voor veel mensen staan sommige werken op gespannen voet met de maatschappelijke en economische realiteit. Ze roepen dan ook op om te reflecteren over deze uitdagingen, die niet steeds in het normerende, lokale en actuele kader passen. En dat dit soms bloed, zweet en tranen vraagt is maar logisch.

Als het er op aankomt zijn we het vaak eens

De meeste mensen – christen of niet – kunnen zich vinden in 6 van de 8 werken, wat niks zegt over de wijze waarop deze humanistische handelingen concreet worden ingevuld. Maar eerlijk: “mensen die honger hebben te eten geven, mensen die dorst hebben te drinken geven, mensen kledij schenken, zieken verzorgen en je overledenen begraven” zijn niet de meest omstreden werken.

En toch. Het leefloon is nog altijd lager dan de Europese armoedegrens, en de laatste federale regeringen hebben de belofte om deze op te trekken nooit kunnen inlossen. “Wat wordt het nu?” vraagt o.m. het Netwerk tegen armoede zich (al jaren) af.

Plan de sortie de la pauvreté : note d'orientation

Ook volwaardige en gezonde voeding is voor steeds meer gezinnen een precair probleem. In juni dit jaar deden zo’n 195 000 mensen beroep op een voedselbank, een stijging van – maar liefst – 15% in vergelijking met vorig jaar.

En dan hebben we het nog niet gehad over systemische fouten die door de Covid-crisis sterker dan ooit kwamen boven drijven: de digitale kloof (ook voor kinderen), mobiliteit, gezondheidszorg (en -wijsheid), … Armoede is terug van nooit weg geweest.

De vreemdelingen herbergen

Het hoeft geen betoog dat de uitvoering van dit werk andere koek is. Zo hebben verschillende organisaties, betrokken bij het vluchtelingenwerk, de Belgische staat vorige zomer gedagvaard. Het ging om honderden mensen die op straat rond doolden sedert de uitbraak van Covid-19. Ze moesten in hun kot blijven maar ze hadden er geen.

Maar daarnaast is er – reeds enkele decennia – sprake van een verharding tegenover mensen zonder wettig verblijf. Zo wil de commissie Bossuyt, die volgende week haar rapport bekend maakt, dat een volgende regering het wettelijk mogelijk maakt om de verblijfplaats van deze mensen zonder toestemming binnen te dringen, om hen terug te kunnen sturen naar het land van herkomst. Iets wat in vele gevallen gewoonweg niet kan, omdat deze mensen niet langer welkom zijn in het herkomstland. Die verharding zie je bij zowel (zogenaamde) progressieve, als conservatieve groeperingen en partijen.

De zorg om de schepping

Tienduizenden mensen kwamen anderhalf jaar geleden op straat om te vragen voor meer inspanningen voor het klimaat. Maar van echte ambitie is nog altijd geen sprake.

Daar komt bij dat vele mensen het onheil niet voldoende erkennen als een probleem van hier en van nu. Wie daar opmerkingen over maakt krijgt al vlug kritiek. Maar wat daarbij over het hoofd wordt gezien is dat de klimaatproblematiek bij veel mensen machteloosheid oproept. Het probleem is zo “immens” dat mensen zich niet gewapend weten iets te veranderen aan de kwestie. En dan loert “het ontkennen ervan”logischerwijzeom de hoek.

Powerlessness | Waltzing the Dragon

Het Joods-Christelijk erfgoed als burcht tegen elke verandering

Verschillende strekkingen binnen het politieke spectrum nemen de verdediging op van de eigen cultuur, en zien deze bedreigd door de aanwezigheid van mensen met een migratiegeschiedenis. Ook de aanpak van de klimaatuitdagingen zien ze als een verstoring van een (ingebeelde) natuurlijke orde.

Tegelijk verdedigen ze daarbij het christendom, zonder zichzelf gelovig te noemen. Het christendom wordt beschouwd als een statisch cultuurelement die de natuurlijke orde heeft gevormd en dus bewaard moet blijven. Heel vreemd te zien dat mensen omwille van politieke motieven zich genoodzaakt weten het christendom in te roepen voor territoriaal gewin.

Maar zo werkt het dus niet

Jezus laat zich niet vangen in, kerken, musea of maatschappelijke gewoontes. Zijn figuur, of de erfenis daarvan inzetten als behoeder van “de natie” is eigenlijk bizar, want zijn figuur zelf veegt het belang van het territoriale compleet van tafel. Wie daarenboven de Bergrede, de Tien Woorden of – pakweg – de werken van barmhartigheid ter harte neemt, kan niet anders dan afzien van enige instrumentele toeëigening.

Groeperingen of individuen die het joods-christelijk erfgoed inroepen als tegencultuur hebben daarom vaak zelf geen enkele poot om op te staan. Ze zoeken bakstenen waarmee onmogelijk te bouwen valt, en beroepen zich op bronnen die ze niet kennen, of waar ze – in hun doen en laten – volkomen vreemd aan zijn. Mogen we dit benoemen zonder moraliserend te zijn?

En is het niet van belang dat ook religieuze leiders deze abstractie durven maken ten aanzien van éénieder die zich geroepen voelt dit toch te doen?

Thomas Holvoet