Glasraamschoonheid

Je moet het maar kunnen: je ogen gesloten houden en een man toch de indruk geven dat je hem helemaal in het vizier hebt, hem voluit aankijkt. Deze glasraamschoonheid, gezien in “Vannes”, lonkt naar Guido Vanhercke, die er een overweging bij schreef.

Je moet het maar kunnen: je ogen gesloten houden en een man toch de indruk geven dat je hem helemaal in het vizier hebt, hem voluit aankijkt.

Vrouwen kunnen dat.

Wij, mannen, denken soms dat we goed kunnen lonken, zo zijn wij, rap tevreden over onszelf. Maar hola, dit is lonken van een veel hoger niveau. Toen ik in Vannes deze glasraamschoonheid voorbijliep, leek het of ze net voor ik keek, haar ogen had dichtgedaan. En nu, met die kwartwereldbollen van oogleden, met dat kopke scheef, met die lichtjes opgespannen rode mond. tegen mij zei (zei? ja, ik hoorde het haar dicht in mijn oor zeggen): kijk maar, hoor, je mag gerust kijken hoor, ik zie jou ook.

Zo gaat dat, mannen hebben geen idee van de subtiliteit waarmee vrouwen kijken kunnen. Hogere kunst.

Maar het was dat kleine lokske dat krulde op haar rechterwang dat me helemaal voor haar innam. Er waren dus ook dingetjes die ze, in haar kunst, niet in de hand had… “Het schone van natuur passeert toch alle const”, schreef Bredero, toen hij op een morgen had zitten lonken naar een vrouw die haar haar (“citroenich van coleur”) aan het kammen was.

Guido Vanhercke