Mijn dochter en ik

Ed Hoornik was een groot dichter, die uit de aandacht is verdwenen. Hij werd geboren in Den Haag (1910) en overleefde het concentratiekamp Dachau, dit jaar op 29 april 75 jaar bevrijd. In het gedicht “‘mijn dochter en ik” spreekt Hoornik over zijn dochter, die hem aankijkt, terwijl hij rustig doorleest en zich voorstelt hoe het zijn dochter kan vergaan: “wat zal ze bereiken?”, “zal ze het echte geluk op het spoor komen”. Tot het moment komt dat dochter en vader elkaar recht in de ogen kijken.

Mijn dochter en ik

Terwijl ik lees voel ik mijn dochter kijken;
ik laat niets merken en lees rustig door.
Haar leven doet zich helder aan mij voor:
het zal in alles op het mijne lijken.

Niets kan ik doen, opdat zij zal bereiken
wat ik, amper gevonden, weer verloor;
geen vindt van het geluk méér dan een spoor,
ook zij niet, en ook zij zal het zien wijken.

Ik sluit het boek. Wij zitten naast elkaar;
geen woorden tussen ons; slechts, even maar,
de glimlach van de één tegen de ander.

’t Is of ik in mijn ogen staar,
en wat daar staat, is het als water klaar,
wanneer ik langzaam in mijzelf verander.

Ed Hoornik (Uit “Tweespalt” 1941-1945)

In het gedicht lezen we hoe de dichter zich niet kan voorstellen hoe het leven van zijn jonge dochter “er – op één of andere manier – ànders zou kunnen uitzien als het zijne.” Hij gebruikt hiervoor het treffende woord helder. Ja, het is glasklaar: zijn dochter zal dezelfde dromen, verlangen, maar ook beperkingen moeten ontvangen van het leven.

“Niemand vindt méér dan 1 spoor van het geluk” schrijft de dichter, en uiteraard zal zij die andere sporen – zoals bij een echte splitsing – zien wijken naar andere oorden. Er worden keuzes gemaakt, en die hebben hun voor- en tegenkanten, altijd. Daar is niks tegen opgewassen. Of, om het even kort door de bocht te stellen: kiezen is verliezen, en de boel terugdraaien? Begin er niet aan.

In het slot richten vader en dochter zich, stilzwijgend, naar elkaar toe en kijken in de ogen. Die laatste drie verzen getuigen van zoveel liefde dat hij samen lijkt te smelten met de blik van zijn dochter: het is alsof ik in mijn ogen staar.” Veel mooier kan de liefde tussen een vader en zijn dochter niet verdicht worden.

Thomas Holvoet