Het nieuwe jaarrapport van de Katholieke Kerk schoffeert de werkelijkheid op het terrein

De Katholieke Kerk heeft een derde jaarrapport gepubliceerd om de eigen relevantie aan te tonen. De verschillende cijfers, opgenomen in het jaarrapport, doen uitschijnen dat het goed gaat. Maar nét die genoemde cijfers maken het rapport zeer problematisch en daarom erg ongeloofwaardig. Het strooit zand in de ogen van beleidsmakers en het doet eenvoudigweg onrecht aan de realiteit van een afstervende kerkgemeenschap die geen kanten meer uit kan en niet transparant is over de pijnpunten, noch een beleidsplan uitrolt om perspectief te creëeren voor gelovigen en samenleving.

Het jaarrapport geeft een beeld

Dat een geloofsgemeenschap wenst aan te tonen dat ze relevant is is legitiem en zelfs belangrijk. Een zekere verantwoording van middelen en inzet van mensen tegenover de samenleving die mee betaalt, én het in beeld brengen van een zekere relevantie is erg belangrijk. De onderzoekers stellen ook enkele elementen scherper in beeld dan vorige jaren, en benadrukken dat ze niet de volledige kerk in beeld kunnen brengen. Daar zijn kanttekeningen bij te plaatsen. Maar eerst iets over de cijfers.

De cijfers maken het jaarrapport ongeloofwaardig

De cijfers stellen de realiteit veel te rooskleurig voor en doen uitschijnen dat er nog sprake is van een soort sociologisch christendom. Nee dus.

De 416000 leerlingen die naar een Katholieke basisschool gaan is inderdaad een cijfer. Maar de opname hiervan in een jaarrapport van de Katholieke Kerk wekt de indruk dat het om “hun jongeren” gaat, die – daarenboven – bewust kiezen voor een Katholieke school. Dit cijfer is enkel relevant voor de scholen zelf, maar helemaal niet voor de Katholieke Kerk. De gemiddelde jongere is niet meer gelovig – dat weten we allemaal – en komt niet meer naar de kerk. Ook vele andere cijfers verhullen een waarheid die misschien pijn doen maar oproepen tot introspectie in plaats van “hoera-geroep”.

De waarheid is dat de kerk zoekende is en met nesten in de haardos zit

Een eerlijk jaarrapport toont de sterktes, maar ook de zorgen. Wij lezen er geen enkele. Een beleidsmaker die dit soort rapport ziet klasseert het verticaal omdat het rapport ontbreekt aan enige vorm van zelfkritiek en planning om pijnpunten aan te pakken. 

Een kerkwerker die met de voeten in de modder staat kijkt er naar en ploetert verder. Ook voor hen is dit jaarrapport een blijk van ontkenning van de feiten. De meeste kerkwerkers die we gecontacteerd hebben lezen het niet, omdat ze zich het zwijgen opgelegd voelen door de hoera-sfeer dat het rapport uitschreeuwt. De communicatiestrategie van de bisschoppen genereert meer schade en vooral: onverschilligheid bij de kerkwerkers zelf die blijven vragen: hallo bisschoppen, waar zijn jullie?

Het solidariteitswerk wordt plots ontdekt

“De parochies zijn goed voor meer dan 2000 solidariteitsprojecten”, was de titel op Kerknet. Dit cijfer zal opnieuw kloppen, maar het neemt niet weg dat veel gelovigen zich in de steek gelaten voelen, nu ze het moeilijk hebben. Het is – opnieuw – een ontkenning van de pijnpunten. Vele gewone gelovigen voelen geen affiniteit met dit rapport dat mooie beelden brengt binnen een schitterende lay-out, maar de andere kant van de medaille niet in beeld brengt. Daar bestaat een woord voor: window-dressing.

Het klopt niettemin dat de zogenaamde “levende geloofsgemeenschappen” veel beter omgaan met deze tweede lock-down, en dus beter ageren bij oproepen om dienstbaar werk te verrichten. Dit schakelen naar een beperkt maar belangrijk aanbod is realiteit en verdient alle respect en aandacht. Maar dat andere verhaal is er ook: parochies die niet langer in staat zijn te functioneren en geloofsgemeenschappen die zich in de steek gelaten voelen.

De jeugdbewegingen

Scouts en Gidsen Vlaanderen worden nog vernoemd. En verder ontbreken alle andere grote jeugdbewegingen die zichzelf nog positioneren als christelijk, maar misschien niet langer Katholiek zijn ondanks het feit dat vele kerkwerkers zich wel degelijk inzetten als proost of als ondersteuner. Hoe zit het met deze discrepantie, en waarom wordt deze inzet niet in beeld gebracht? De waarheid is dat vele bisschoppen het erg moeilijk hebben met de jeugdbewegingen en het debat gestaakt hebben. Maar de officiële uitleg na dit artikel zal zijn dat dit rapport niet het volledige plaatje in beeld kan brengen. Akkoord: maar je kunt hen ten minste vernoemen.

Diaconie krijgt aandacht maar geen middelen

Graag vernoemt het rapport het aantal betaalde krachten binnen de diaconie. Maar dit zijn geen betaalde krachten die worden ondersteund vanuit de Katholieke Kerkgemeenschap, zeer pijnlijk dus om dit te benoemen. Nee, de categoriale diaconie wordt in het jaarrapport gebruikt om te scoren maar krijgt in de feiten (bijna) geen enkele ondersteuning. Een onvoorstelbare lacune. Wanneer maken de bisschoppen hier werk van?

Stuitender nog is het vernoemen van Beweging.Net en de omringende organisaties. Ook voor hen is er geen enkele ondersteuning, en ook daar mag de vraag gesteld worden hoe het zit met de daadwerkelijke betrokkenheid tussen deze organisaties en de Katholieke Kerk. Velen onder hen benoemen zich nog als christelijk, maar Femma is duidelijk een pluralistische organisatie. Hoe zit het dan? Zelfs Familiehulp wordt opgenomen in het rapport.

Daarenboven: indien je Beweging.Net vernoemt hadden andere solidariteitsorganisaties binnen het Netwerk Rechtvaardigheid en Vrede minstens benoemd kunnen worden. Waarom niet?

Terechte vragen

Het is goed dat dit rapport in beeld brengt dat de Kerk nog aanwezig is in de media. Maar het is opnieuw een gemiste kans om de vraag te stellen waarom er na de afschaffing van het o.m. het Braambos niet meer aandacht besteed kan worden aan de levensbeschouwingen in Vlaanderen zoals dat op NOS, in Nederland, wel het geval is.

Een goed rapport vraagt om een beleidsplan

De Katholieke Kerk krijgt het grootste aandeel van de middelen die door de overheid voorzien worden om het werk te doen dat gedaan kan en moet gedaan worden. Maar het jaarrapport is geen weergave van de werkelijkheid. Er is nood aan meer transparantie, en nood aan een beleidsplan dat doelen vooropstelt om de samenleving, en zij die de Katholieke godsdienst in hun leven belangrijk vinden, perspectief te geven om uitdagingen aan te pakken. Godsdienstvrijheid declameren en geen verantwoordelijkheid opnemen ten aanzien van de bevolking en de eigen geloofsgemeenschap, binnen een breed maatschappelijk verhaal, is een gemiste kans.

De echte statistieken

Wel, die vraag je eenvoudigweg op. En dan zie je dat het niet goed gaat. Een bepaalde stad, niet nader genoemd, gaf haar statistieken door van enkele belangrijke sacramenten: doopsel, huwelijk, uitvaart. Deze statistieken kun je niet veralgemenen maar het geeft één beeld over de werkelijke situatie op veel plaatsen in het kerkelijke landschap. Bisschoppen?

Het volledige jaarrapport kunt u lezen via Kerknet of via deze link.

Thomas Holvoet