Wat zijn de opties voor de grote religies in België? deel 1: de cijfers

Er bestaat geen correct cijfermateriaal over de religieuze beleving in ons land. Elke wetenschappelijke studie daaromtrent doet tekort aan het totale plaatje van de individuele beleving en een tekort een de zeer regionale verschillen. Een bevraging bij enkele duizenden geven een tendens – dat wel – maar we moeten het helaas doen met empirisch onderzoek dat complex en tegelijk boeiend is. In dit eerste deel vatten we nog even samen wat we weten, vooraleer de vraag gesteld wordt: “wat nu?” Een reeks over een snel veranderend landschap waar niks voorspelbaar is, en een samenleving die worstelt met de noden van de zoekende mens.

Waarom beschikken we niet over geloofwaardige statistieken?

Eenvoudigweg omdat we de religieuze ervaring niet kunnen meten. Je kunt het aantal bezoeken aan een moskee, een tempel, een kerk tellen. Je kunt het aantal doopsels of initiatierituelen noteren en aanvinken, net zoals alle overgangsmomenten in het leven van een mens omkleed kunnen worden met een rituele handeling. Maar wat zeggen die cijfers?

We kunnen honderdduizend mensen vragen of ze geloven in een bovennatuurlijke kracht, in een God, in Allah, in Abraham, Isaak, Jacob… en daar een antwoord op krijgen. Maar we zullen nooit weten hoe de individuele mens die religieuze ervaring beleeft. Die bovennatuurlijke kracht, God, Allah…ze hebben duizend betekenissen voor evenveel mensen.

Zoveel mensen, zoveel smaken

De meeste mensen voelen zich nog steeds verwant met één bepaalde religie. Over het muurtje kijken bij andere levensbeschouwingen ligt in onze Westerse samenleving minder moeilijk dan vroeger, maar weinigen bekeren zich tot meer dan één dominante levensbeschouwing of religie.

Afbeeldingsresultaat voor religions under pressure

Zoveel mensen, zoveel vormen van beleving

Je hebt mensen die hun geloof intens beleven en praktiseren. Door bijvoorbeeld elke week naar een kerk te gaan, of als moslim het gebed vijfmaal daags te bidden. Maar we zullen nooit weten hoe die gewoontes zijn, ook al worden ze individueel beleefd. En wat is praktiseren eigenlijk?

Er is ook een groep die enkel in een gebedshuis te zien is tijdens de zogenaamde “sterke tijden van het religieuze jaar”, en je hebt een nog grotere groep mensen die slechts te zien zijn tijdens de grote overgangsmomenten in het leven, en er wél of geen belang aan hechten.

Ja, je hebt mensen die misschien nooit naar een gebedshuis gaan, maar zeer intens bezig zijn met een bepaalde religie of levensbeschouwing. Wat ben je dan met cijfers?

Zoveel mensen, zoveel invullingen van beleving

Er is geen enkele afspraak en geen enkel criterium waarbij we stellig kunnen zeggen: deze mens is christen, boeddhist, hindoe, moslim, jood… Tenzij die opgelegd worden. Maar in een seculiere samenleving zou dat onmogelijk moeten zijn? Helaas zien we het omgekeerde gebeuren.

Er zijn ook leerstelligheden, boeken, religieuze wetten, uitspraken, tradities…maar die liggen nooit vast en zijn erg afhankelijk van regio tot regio, en dus ook van mens tot mens.

Afbeeldingsresultaat voor religions under pressure women

Er zijn wel grote instituten

Zeker de Katholieke kerk steekt hier met kop en schouders bovenuit omdat ze hiërarchisch het sterkste uitgebouwd is. Maar ook binnen deze godsdienst is er een enorme diversiteit die zelfs de paus niet kan of wil bedwingen of afremmen. Dit is een gegeven dat positief kan belicht worden maar binnen de Westerse landen vaak andersom beleefd wordt. Veel christenen worstelen met loyaliteit(en) en vloeken binnensmonds dat het anders moet. Maar een te sterk centralistisch beleid voorkomt haast elke verandering in denken en doen.

Maar dus terug naar die cijfers

We weten het niet. We kunnen enkel waarnemingen doen en vaststellen. In België – dat weten we zeker – speelt religie een veel minder sterke rol in het dagelijkse leven dan pakweg 60 jaar geleden. Maar zegt dit iets over de blijvende zoektocht van de mens, of over de religieuze ervaring?

België is het meest geseculariseerde land op deze aardbol

De gemeenschap van Taizé is een kleine, zeer open broedergemeenschap op een heuvel in de streek van Dijon in Frankrijk. Ze leven er erg sober, in goede verstandhouding met alle christelijke kerken, en huisvesten ook moslims die gevlucht zijn uit Syrië. Ze ontvangen jaarlijks honderdduizenden jongeren uit alle windstreken van de wereld. Tijdens een gemiddelde zomerweek zijn er 120 nationaliteiten aanwezig, en doorheen het jaar zien ze inwoners uit zowat alle landen. Ze houden dit eenvoudigweg bij door inschrijvingen en maken de som.

En die som zegt dat er slechts een paar honderd Belgen per jaar afzakken naar dit kleine dorp, waar de bussen vroeger in file hun opwachting maakten.

Ook dit cijfer zegt niks over de religiositeit van deze christenen. Je hebt mensen die nooit naar de diensten gaan, en je hebt er die meer diensten meemaken dan er zijn. Maar de broeders zijn stellig, zeker na hun bezoek in 2009 in Brussel: “België is het meest geseculariseerde land ter wereld”. Althans, volgens hen. Althans, vanuit christelijke zijde bekeken.

De kerken stromen leeg, de moskeeën vol?

Dat valt maar te bezien. Dat er minder kerkgangers zijn is zeker waar, en er zijn wellicht minder christenen, maar is het daarom zo dat enkel het kerkbezoek als criterium moet genomen worden om de meetlat definitief af te stippen?

Afbeeldingsresultaat voor religions under pressure women

Want ook binnen de verschillende stromingen van de Islam zijn er geluiden bij de ouderen dat de jongeren niet meer elke week trouw op post zijn in de moskee. Maar wil dit zeggen dat jonge moslims minder in aantal zijn, of minder gelovig, of minder praktiserend? Geen mens die het weet. Er zijn vermoedens, dat wel.

Wat wel waar is

Het is wel degelijk zo dat levensbeschouwingen en religies het op maatschappelijk vlak erg moeilijk hebben. De grote instituties lijken bij velen van minder of geen tel meer te zijn. Vele leden van de grote levensbeschouwingen en religies zien dat als een bedreiging of een eindpunt. En nee, ook de vrijzinnige bewegingen breiden niet uit met vele nieuwe leden, ondanks het religieuze verval. Opvallend.

Afbeeldingsresultaat voor atheist peple

Wellicht is het wel zo dat de instituties de religieuze of levensbeschouwelijke nood, van de moderne mens, niet langer kunnen invullen. Als christen kan en wil ik enkel spreken over de Katholieke kerk. Zij slaagt er niet meer in om mensen na hun 25ste levensjaar een aanbod te voorzien. En – laat ons eerlijk zijn – voor velen is het vormsel eigenlijk het grote afscheid van de Kerk. Daarna zie je de meesten niet meer terug. Einde verhaal.

De grote leegte, of is het een oase?

Het is zo dat de interdiocesane jeugddienst (IJD) tot die leeftijd (ongeveer 25 à 30 jaar) een aanbod voorziet. Maar daarna verwachten de bisschoppen eenvoudigweg dat je aansluiting vindt bij een parochie. Daar gaan die jongeren dus niet naar toe. Want ze zitten er alleen, en vinden geen aansluiting bij de oudere groep, die krimpt.

Sommigen zoeken nog even, voelen een desolaatheid en weinig (h)erkenning in hun eigen omgeving waar de Kerk allang niet meer meetelt. Die sociale druk is vaak moeilijk te dragen. En daarom haken velen af.

Afbeeldingsresultaat voor pastor visiting sick people

Wie binnen de Kerk werkt weet hoe moeilijk het is om als telg van de jongere generaties te overleven, en niet thuis te “kunnen” komen met de vragen van de moderne tijd, die superdivers is geworden, en vragen stelt waar de Kerk niet kan op antwoorden. Al denkt ze dat ze dat wel kan. “Kies voor ons”, luidt het devies. “Kies voor het juiste bergpad” wordt stellig beweerd. Mijn vraag is dan: “wat is onjuist en wie bepaalt zoiets?”

De Kerk heeft blijkbaar beslist dat wie deel wil uitmaken van die gemeenschap het totale pakket moet aanvaarden, of helaas moet afhaken. “Groeien in vertrouwen of geloof” is niet langer het beleid. Het is veel meer “te nemen of te laten”. Maar daarmee kom je niet thuis bij de jongere generaties.

De Kerk is in die zin, net als de meeste andere levensbeschouwingen (voor zover mijn oog kan reiken), veeleisender, minder mild en minder open geworden. Ze is op zichzelf teruggeplooid, zit in een concurrentieel denken en is geneigd fundamenteler en stringenter te zijn dan twintig jaar geleden. Ja, de lat ligt veel hoger.

De redding is niet nabij

Blijkbaar zijn de kleiner wordende groepen voornamelijk geïnteresseerd in “oplossingen”. Dat geldt zowel voor de meer progressieve bewegingen, de klassieke als de eerder traditionele groepen. Allen bidden en hopen ze op herstel. Maar ze weten heel goed dat er iets anders nodig is. Enkel interesse hebben voor oplossingen is een beetje narcistisch. In plaats daarvan moet er een zelfbevraging komen over de eigen bestaansreden. De eeuwigheid is immers niet voor eeuwig geschreven. Ik moet daarom steeds grinniken bij gelovigen die menen dat “de Kerk al diepere dalen heeft meegemaakt in de geschiedenis”. Ik durf hen ongelijk te geven. Er zijn nu reeds grote gebieden in Europa waar niks meer is. Maar nogmaals: zegt dit iets over de openheid bij de moderne mens voor de religieuze ervaring, of zegt het iets over de instituties?

Luisteren naar de jongere generaties? Ja, soms. Iets doen met de resultaten van het luisteren? Neen. En dat is zo binnen elke, grotere levensbeschouwing. De dynamiek is er volledig uit. Versterkt door de pandemie, maar daar ligt niet de oorzaak. De meeste bewegingen, kloosters, parochies stoppen er mee, omdat er geen jonge krachten meer zijn.

Afbeeldingsresultaat voor sikhs hindoes

De andere levensbeschouwingen

Die staan ook onder druk, tenzij ze bereid zijn hun levensbeschouwing of religie op een zo individueel mogelijke basis te beleven, los van enige maatschappelijke bedenking. Een levendig debat tussen de levensbeschouwingen/religies en de samenleving is er niet. Er is blijkbaar veel angst om zich nog te mengen. De redenen daartoe zijn talloos. Het machtsmisbruik, in allerlei gedaanten, van de Katholieke kerk, heeft hier veel mee te maken. Alleen blijven de meesten zwijgen, en is het plaatje tot op vandaag niet helemaal uitgetekend, laat staan uitgesproken. Er is nog steeds weinig bereidheid om te spreken. De toekomst zal nochtans leren dat het onverwerkte zich herhaalt zolang het niet benoemd werd.

De zoekende mens zoekt verder

De mens is in se een zoekend wezen, die zijn of haar existentie puurt uit levenservaringen en confrontaties met de authentieke getuigenis – in doen en laten – van een ander mens. In relatie met de ander dus: een leraar, een buur, een familielid, een pelgrimstocht… Maar wanneer die overlevering stopt en stokt, dan kruipt het bloed waar het niet gaan kan. En dan is het maar de vraag in welke richting het bloed zal stromen. Het zou goed kunnen zijn dat er nieuwe zaken zullen ontstaan, die we nu niet kunnen bedenken. Het probleem nu is de levensbeschouwelijke en religieuze leemte.

Slotsom: in harde cijfers samenvatten hoe religieus dé Belg nu is? Nee, dat kunnen we niet. Daarmee doen we onrecht aan de feiten. En die zijn complex, net als de liefde.

In een volgend stuk gaan we dieper in op de vraag waarom de ruimte er momenteel niet is om de zoekende mens de nodige zorg te geven in zijn of haar zoektocht binnen een verbindend en maatschappelijk kader.

Thomas Holvoet