Vergeving: “Niet het verleden veranderen, maar de toekomst openen”

Auschwitz heeft ons spreken over menselijkheid en vergeving diepgaand en definitief beïnvloed, en dat is een understatement. De vraag is of vergeving überhaupt nog mogelijk is in het licht van de holocaust. Neem je menselijke verantwoordelijkheid voldoende au sérieux als je zelfs daders van onmenselijk kwaad in een ander perspectief plaatst? Didier Pollefeyt (KU Leuven), die zich al dertig jaar verdiept in theologie na Auschwitz, presenteert vanuit die expertise zijn belangrijkste inzichten over (christelijke) vergeving.

“Een wereld waarin vergeving almachtig is, wordt onmenselijk”, waarschuwde de joodse filosoof Emmanuel Levinas (1906-1995). Gemakkelijke vergeving plaveit immers de weg voor nieuw onrecht door menselijke verantwoordelijkheid op te heffen. Zeker na de holocaust is vergeving een gevoelig thema voor christenen. Onder meer Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) heeft er – kritisch en terecht – op gewezen dat het christendom vaak een discours van ‘goedkope genade’ naar voren heeft geschoven. Tegelijk was de kerk zeer traag in het erkennen van het eigen aandeel in die tragedie: elementen uit het Nieuwe Testament en de christelijke traditie hebben mee de voedingsbodem gevormd voor het antisemitisme dat in de holocaust culmineerde in een uitbarsting zonder voorgaande.

Dietrich Bonhoeffer toen en nu
Dietrich Bonhoeffer, vermoord in het concentratiekamp Flossenbürg in 1945

Binnen de krijtlijnen van het probleem om vergeving te schenken, de moeilijkheid om vergeving te ontvangen, de legitimiteit van morele woede en de roep om rechtvaardigheid, de verleiding bij zowel slachtoffer als dader om te blijven hangen in de slachtofferrol, tekent zich de mogelijkheid af van het schenken en ontvangen van vergeving als een vrije act die toekomst opent. Maar die is verre van goedkoop.

Knellende band

‘Eens gestolen, altijd een dief’. Het bekende spreekwoord suggereert niet alleen dat wie eens gestolen heeft, altijd zal blijven stelen, maar erger nog: dat we een negatief oordeel over iemand vasthouden en nooit meer bijstellen, wat die persoon verder ook doet of is. Meteen voert dit spreekwoord ons naar het hart van het probleem van kwaad en vergeving. Onze daden zijn in vele gevallen onomkeerbaar in de tijd en ze vormen langzaamaan wie we zijn. Onze daden plakken als het ware aan onze identiteit en onze identiteit wordt getekend en gedefinieerd door onze daden. Dat blijkt het scherpst uit daden die een negatieve invloed hebben op onszelf, op anderen en op de omgeving.

Als ik het slachtoffer ben van kwaad dat mij is aangericht, ben ik meestal niet langer in staat de dader anders te zien dan in het licht van zijn misdaad. Daad en misdaad vallen in mijn oordeel samen, voor eens en altijd. Soms is het aangerichte kwaad zo extreem dat die reactie volkomen begrijpelijk en zelfs natuurlijk is. Op zijn of haar beurt wordt de dader van het kwaad geconfronteerd met de knellende band tussen dader en misdaad. Maar hoe meer het slachtoffer of de gemeenschap de band tussen dader en misdaad aanspant, hoe meer de dader via allerlei mechanismen zal proberen aan die versmachtende identificatie te ontsnappen: het kwaad wordt ontkend, verontschuldigd of goedgepraat.

Why jail isn't stopping DV offenders from getting to victims | Queensland  Times

In technische termen uitgedrukt: de diabolisering door het slachtoffer of de gemeenschap en de ethisering door de dader versterken elkaar en drijven de beide partijen uit elkaar. Zowel in extreme als in dagelijkse contexten doen zulke situaties zich regelmatig voor. Gevolg? Het heeft geen zin dat daders zich bekeren want ze zijn toch tot niets anders in staat. Daders willen zich ook niet meer bekeren want ze kunnen hun daden perfect uitleggen of zelfs excuseren. Het slachtoffer blijft achter met massa’s vragen, en antwoorden blijven verstopt achter de muur die de dader geworden is. De

kwetsuur in het slachtoffer blijft in stand gehouden en stuurt soms het hele verdere leven. De dader komt terecht in een wereld die hij manipuleert om zichzelf te ‘redden’ maar raakt afgesloten van zichzelf, zijn daden, zijn verantwoordelijkheid en dus zijn vrijheid.

Wende

Vergeving geeft echter een volledig andere wende aan het drama van het kwaad. De weg van vergeving is niet minder ingrijpend en veeleisend, maar de uitkomst is geheel anders, zowel voor dader als voor slachtoffer. Vergeving is de act die door het slachtoffer of diens erfgenamen wordt gesteld en waarbij de totale identificatie van de dader met zijn misdaden wordt opgeheven: het slachtoffer of de gemeenschap erkent dat de dader méér is dan zijn eigen misdaden. Dat is geen ontkenning of relativering van de misdaad, integendeel.

Het is wel de ontkenning van de overtuiging dat de dader helemaal en voor altijd met zijn misdaden samenvalt. Het kan soms een hele tijd vergen om tot dat punt te komen. De dader wordt in de vergeving niet ontdaan van zijn verantwoordelijkheid en zelfs niet van zijn schuld voor de gepleegde misdaad. Tegelijk krijgt hij een nieuwe kans om te laten zien dat hij meer en uiteindelijk anders is of kan zijn dan zijn ergste misdaden. Noch de feiten noch de schuld voor de feiten houden op te bestaan. Ze zijn evenwel niet langer verpletterende stenen, ze worden ‘dragelijk’.

Voorwaarden

Vergeving vergt wel een engagement van de dader en is gebonden aan een reeks voorwaarden. Die worden niet willekeurig opgelegd door het slachtoffer, want anders kan vergeving vertroebeld worden door narcisme of door een verlangen naar wraak of leedvermaak. Die voorwaarden vloeien daarentegen voort uit de natuur van de bekering van de dader zelf.

De eerste voorwaarde is dat de dader zijn misdaden recht in de ogen kijkt en vooral ook de gevolgen voor de slachtoffers onder ogen ziet en daarover oprecht berouw betuigt. Dat is geen goedkoop en snel ‘sorry’, maar het erkennen van oprechte, diepe pijn voor wat men heeft aangericht, vaak op onomkeerbare wijze. In een diaboliserende samenleving zal dat berouw niet per se als authentiek en geloofwaardig worden gezien, maar voor vergeving is het wel een noodzakelijke voorwaarde. Wat doen we als samenleving of als kerk met daders die schreeuwen om vergeving, die kapot gaan van de schuld, die zichzelf voor altijd opgesloten weten in onherroepelijk kwaad?

Recognizing Godly Sorrow vs Worldly Sorrow — Pure Life Ministries

Vergeving vraagt vervolgens dat uit dat oprechte berouw het verlangen volgt om de aangerichte schade zoveel mogelijk terug goed te maken. Soms kan dat alleen in de vorm van een compensatie. Soms is compensatie helemaal niet meer mogelijk omdat de aangerichte menselijke schade onherroepelijk is. Dat behoort tot het drama van het kwaad en de onherroepelijkheid van de schuld en maakt dat een bekeerde dader het gevoel kan hebben de vergeving niet waard te zijn, ook niet in zijn eigen ogen. Hij moet dus ook in staat zijn zichzelf te vergeven.

Hij moet eveneens bereid zijn een straf te ondergaan. In zekere zin is een straf een geschenk aan de dader, tenminste als het om een constructieve straf gaat. Zo’n straf is er niet op gericht om de dader te blijven identificeren met zijn misdaad, maar is net een gelegenheid om als dader terug aan te knopen bij het goede en daarvan getuigenis af te leggen ten overstaan van zichzelf, anderen en de samenleving. Het heeft daarom niet de minste zin, meer nog, het is zelfs uiterst gevaarlijk, om daders gewoon meerdere jaren op te sluiten op enkele vierkante meters om hen vervolgens vol zelfmedelijden en kwetsuren terug op de samenleving los te laten. De straf moet de dader kansen bieden om voor zichzelf de ruimte tussen persoon en daden een andere wending te geven, die positief te benutten en zo zijn plaats binnen de samenleving opnieuw te verdienen.

Restorative Justice: Victims and Offenders | RACOLB LEGAL

Een vierde voorwaarde om vergeving te kunnen ontvangen, is de oprechte bereidheid om nooit meer in hetzelfde euvel te vervallen. Daarom is de thematiek van de recidive zo moeilijk. In de Bijbel is er sprake van vergeven tot 7 x 70 maal toe. Maar zijn er menselijk gesproken geen grenzen aan het aantal nieuwe kansen dat men iemand kan geven? In elk geval is het belangrijk te waken over de proportionaliteit tussen de accumulatie van misdaden en de daaraan verbonden straffen. Dat is een delicate oefening, want als men te snel te harde straffen toedient, soupeert men veel te snel de groeimarge van daders op. Onvoldoende en niet duidelijk genoeg optreden bij het geven van straffen, voedt moreel laxisme en creëert een context van straffeloosheid.

Vergeving vergt tenslotte ook herinnering. Het Vlaamse spreekwoord ‘Het is vergeven en vergeten’ gaat daarom niet op. Authentieke vergeving impliceert het levendig houden van de misdaden. Herinneren is echter niet hetzelfde als het verleden telkens opnieuw herhalen door in de wonde te blijven peuteren, maar wel door het constructief te integreren in de verantwoordelijkheid voor de toekomst.

Remembering Passchendaele | CWGC
Passchendaele

In authentieke vergeving geneest de wonde wel maar blijft er altijd een litteken. De misdaad wordt niet weggewist, evenmin als de sporen ervan. Juist omdat we dat niet kunnen, is vergeving nodig. Vergeving is echter niet hetzelfde als amnestie of het herroepen van het verleden. Vergeving slaat op de verhouding tussen de dader en zijn misdaad: elke mens moet minstens de kans krijgen om opnieuw zichzelf te overstijgen en daarom is en blijft iedere misdadiger vergeefbaar. Vergeving erkent de wezenlijke afstand tussen daad en dader. Zolang de dader echter zelf niet bereid is afstand te nemen van de valse legitimatie van zijn misdaad, kan er geen sprake zijn van vergeving en zet hij zichzelf vast in de onvergeefbaarheid. In de woorden die aan Jezus worden toebedeeld als hij over onvergeeflijkheid spreekt: ‘de zonde tegen de heilige Geest’ (Mt. 12,31-32) is onvergefeelijk.

Pure gratuïteit

Maar zelfs als aan alle vijf de voorwaarden is voldaan, heeft de dader niet de garantie dat het slachtoffer vergeving zal schenken. Er bestaat immers geen morele plicht tot vergeving aan de kant van het slachtoffer. Vergeven is geen ‘moeten’ maar een act van onvoorwaardelijke liefde. Vergeving kan je niet afdwingen, zelfs niet door helemaal op de knieën te gaan. Slachtoffers hebben soms in die mate geleden of zijn zozeer gekwetst dat ze de identificatie van dader en misdaad gewoonweg niet kunnen overstijgen. Dat onvermogen is voor het slachtoffer zelf trouwens vaak ook een drama want zo bepalen de dader en de misdaad hun hele leven, vaak op een negatieve manier: de blijvende demonisering van de dader rooft energie en houdt de kwetsuur in stand.

Vergeving is daarom alleen mogelijk als zowel dader als slachtoffer bereid en in staat zijn om de ruimte te erkennen tussen dader en misdaad. Dat is een act van pure gratuïteit. Het slachtoffer schenkt die ruimte aan de dader als een act van pure liefde. De dader grijpt die ruimte aan om in de eerste plaats zichzelf te vergeven en zich te bekeren naar de andere en naar de gemeenschap.

When You Can't Forgive | Psychology Today

Vergeving en verzoening

Dat hoeft niet automatisch tot gevolg te hebben dat de relatie tussen dader en slachtoffer hersteld wordt: vergeving is niet hetzelfde als verzoening. Er is ook vergeving mogelijk zonder verzoening. Dader en slachtoffer verklaren elkaar dan vrij maar knopen niet opnieuw een relatie aan: ze gaan hun eigen weg. Het omgekeerde – verzoening zonder vergeving – is veel moeilijker en minder evident. Authentieke verzoening lijkt niet mogelijk zonder een moment van erkenning van het aangerichte kwaad en vergeving.

Vergeving en verzoening zijn ongelooflijk krachtige uitdrukkingen van liefde. Ze gaan volledig in tegen de menselijke natuur. Het zijn mirakels van transcendentie waarin een andere, hogere logica aan het werk is. Het is mensen niet altijd gegeven om dat mirakel als slachtoffer te bewerkstellingen of als dader te beleven. Maar wanneer ze gebeuren, onthullen ze een stroom van liefde die in geen woorden te vatten is en waarin zowel dader als slachtoffer hun menselijkheid kunnen terugvinden. Het zijn daarom ook diep religieuze ervaringen in de meest fundamentele zin van ‘re-ligare’: de dader wordt opnieuw verbonden met zichzelf, weg van het zelfbedrog; het slachtoffer raakt verlost van het giftige dualisme dat zich in hem of haar heeft geïnstalleerd, het verleden wordt opnieuw verbonden met de toekomst. En soms kunnen zelfs dader en slachtoffer opnieuw met elkaar verbonden worden, maar dat kan niet onmiddellijk. Zoiets vraagt tijd, rouw, inspanning en pijn.

How to Help Kids Consider Forgiveness

Vergeving en verzoening zijn geen romantische termen: voor wie er middenin staat, is het nooit evident, is de evolutie lang onzeker en is een positieve uitkomst een enorme verlossing. Voor christenen is het een krachtig teken dat nu reeds het kwaad in de wereld overwonnen kan worden. In die zin realiseren vergeving en verzoening de verlossingsdynamiek die Jezus in gang heeft gezet ter realisatie van het Rijk Gods. Daarom is het zo belangrijk dat christenen die mogelijkheid present stellen in een harde en dualistische wereld: op speelplaatsen van scholen, in gezinnen, op de werkvloer, in gevangenissen, tot en met de plek waar mensen ziek zijn en de dood nabij is.

Onvergeeflijk

Is dan werkelijk alles vergeefbaar? Vergeving gaat ervan uit dat er altijd een ruimte kan gecreëerd worden tussen de dader en zijn misdaad. Maar in werkelijkheid lukt dat soms gewoonweg niet. Sommige daders sterven onbekeerd en dus in een situatie van onvergeeflijkheid. Soms zijn de slachtoffers overleden of zelfs door de dader om het leven gebracht: dan kunnen zij niet langer de afstand tussen de dader en de misdaad erkennen. De dader zal dan voor altijd met die onvergeeflijkheid moeten leren leven. Niemand kan in de plaats van het slachtoffer de bevrijdende daad van de vergeving stellen en evenmin kan iemand in naam van het slachtoffer de mogelijkheid van vergeving weigeren. In beide gevallen wordt de herinnering aan het slachtoffer gebruikt of misbruikt. Onvergeeflijkheid is een immens drama.

Het onmogelijke blijven proberen

Als God liefde is, dan blijft de vraag wel of er wel een dader is die ultiem kan weerstaan aan de lokroep van de ultieme liefde en dus voor altijd in de zelfrechtvaardiging en het zelfbedrog kan blijven. Als we de menselijke vrijheid ernstig willen nemen, dan lijken we te moeten aanvaarden dat er mensen zijn die ultiem ‘neen’ blijven zeggen aan de kracht van de liefde. Dat ondermijnt de absolute macht van de liefde, zelfs in het perspectief van de eindtijd. Wellicht is het niet aan ons om daar ultieme uitspraken over te doen. Voor wie zo’n God van liefde belijdt, is het in elk geval niet mogelijk in het hier en nu te aanvaarden dat sommige mensen ervoor kiezen één grote leugen te blijven door van zichzelf afgesneden te blijven.

Sister Helen Prejean Says Federal Executions Speak To Trump's Violent  Approach To Power | Here & Now
Helen Préjean

Het is dat geloof dat Helen Préjean (1939), een Amerikaanse katholieke zuster die een boegbeeld is in de strijd tegen de doodstraf, ertoe dreef om een dader van gruwelijke feiten te volgen tot op het moment dat hij naar zijn executie wandelde. Het onvergeefljike is dan niet langer een manier om mensen af te schrijven, maar een instrument om toch het onmogelijke te blijven proberen, soms tegen alle evidentie van de natuurlijke wereld in. Het is teken en hoop dat het Rijk Gods komt.

Didier Pollefeyt is als gewoon hoogleraar verbonden aan de Onderzoekseenheid Pastoraaltheologie en Empirische Theologie van de KU Leuven. Tot zijn onderzoeksdomeinen behoren onder meer holocaust studies, joods-christelijke dialoog en vredesethiek. Hij is de auteur van Ethics and Theology after the Holocaust (Leuven, Peeters, 2018, 426 p.). Daarin wijdt hij twee hoofdstukken integraal aan het thema vergeving van/na de holocaust.

Didier Pollefeyt