Poorten

Wie opent de poorten naar een nieuwe toekomst? Niemand die het weet. Maar ondanks de beslotenheid van deze periode zijn er mensen voor wie “poorten” een verhaal zijn met handen en voeten. Guido Vanhercke schrijft over zijn “verzot zijn” op poorten en nodigt ons uit mee te gluren over zijn schouders.

Beetje vreemd om over poorten te schrijven in een tijd van pandemie en andere commotie, maar dat is dan maar zo. Indertijd had ik een kleinzoon die verzot was op poorten en overal waar hij er eentje zag, zijn klein vingertje uitstrekte en zei: “poort”… Zijn opa weet al langer dat het toeval poorten kan opleveren van een grote schoonheid. Ik heb het dan niet over de afgelikte poorten in verkavelingen. Ik heb het over door tijd en regen en wind bewerkte panelen die open en bloot te kijk hangen voor wie langskomt en er oog voor heeft.


Zoals een van mijn favorieten, Anselm Kiefer, zijn indrukwekkende schilderijen buiten legt en het weer zijn werk laat doen, zo kan ik een hoek omslaan in stad of dorp en plots een buitengewoon kunstwerk zien.


Een prachtig zesluik in Paulatem, met vaardige hand verroest.
Een surrealistisch klein meesterwerkje in Halle (wat is er gebeurd met de carrossiers Vanderslagmulders, dat de helft van de familie vergaan is?)
Een gedurfde appelblauwzeegroene compositie in Ronse.
Een grappige tweelingpoort in Deinze (een-eiïg).
Een Italiaanse designpoort in een klein gat in Toscane.

Maar misschien is mijn liefde voor opvallende poorten wel gewoon begonnen bij een oude foto: kijk, daar zit mijn moeder op haar knieën nagels te kloppen in een schuurpoort. Zo jong en fel en prachtig als ze daar zit. Voor mij is ze daar de hele wereld aan het repareren…

Guido Vanhercke

Foto voorpagina: Anselm Kiefer