Boeren

“’t Is weer het seizoen dat de boeren artiesten worden. Van de velden grafiek maken. Zaad in de grond stoppen, een toverspreuk erbij, en hop binnen enkele maanden wuift het koren.” Guido Vanhercke schrijft over zijn geloof in de boeren en de realiteit van een bedreigde mensensoort.

Boeren zijn een bedreigde mensensoort. Ik heb het niet over de agro-industrie, dat is zoals de naam het zegt een industrie: het grote geld koopt massaal gronden op en maakt van de boeren horigen, in het beste geval onderaannemers. En dan maar monocultuur monocultuur monocultuur.

Ik heb het over de boeren zoals Timmermans die beschrijft in Boerenpsalm. Een boer is iemand met zijn voeten in de aarde, zodat hij daar het leven voelt, en zijn kop in de lucht als een boom, zodat hij weer en wind en zon kan zien en proeven. En dan, tussen die twee uitersten, zijn kleine Genesis: de eerste dag een veldje of twee graan zaaien, en ’s avonds zien dat het goed is. De tweede dag een kalveke laten geboren worden, het droogwrijven met wat stro en dan bewonderend staan kijken hoe het al wankel op zijn pootjes recht wil komen, dat zit goed in elkaar zo’n beest. De derde dag een veld prachtasperges oogsten, en zien dat ze geweldig zullen smaken. De vierde dag petoeters rooien, en de kinderen van de buurt leren hoe ze in het dorre loof de restjes kunnen poffen, dan zullen die zelf wel glunderen dat het goed is. De vijfde dag mooie rijen ploegen, dat de klei glanst in zijn vel, en content zijn van je werk. De zesde dag eieren rapen, die kippen willen ook respect voor hun werk, het zijn trouwens schone eieren, stuk voor stuk volmaakte vormen. De zevende dag wachten, en alles de tijd geven om te worden wat het worden moet. En ook dat is goed.

Voilà, dat is het soort boer dat ik in mijn jonge jaren heb gekend. De mensensoort die nu bedreigd is. John Berger beschreef in zijn meesterlijke Het varken aarde de ondergang van de kleine Alpenboer. Ik hoop dat die ondergang onze boeren bespaard zal blijven. Ze zijn vindingrijk, werken met inschrijvingen, laten mensen zelf plukken, werken veel meer lokaal, veel kleiner ook, minder afhankelijk van de banken. Ze zaaien andere gewassen dan hun vader deed, ze huren percelen van de stad, ze verbouwen in de stad, op de daken, enz. Misschien moet het eerst erger worden, voor het weer beter gaat…

Guido Vanhercke