Pijltje

“Aan het wandelen in Lozer, een stil dorp met veel bomen, want meneer de baron had er veel rond zijne maisonette staan. We lopen zelfs door een echt beukenbos, in deze vroege lente een verzameling lange basketters die niets zeggen, wachten tot we weer weg zijn en ze verder kunnen trainen.”
Guido Vanhercke neemt ons mee op zijn tocht vol bijzondere waarnemingen die hem doet dromen, onder meer over de vogels en hoe ze hun weg terugvinden.


Uit het bos, op de wegen rond het dorp, is veel hemel.

Ineens zie ik voor mijn voeten een pijltje van niks, geschilderd aan de rand van de weg. Geel, beetje amateuristisch geklad, wijst naar rechts waar enkel een gracht is, enfin een klein raadsel. Wat doet zo’n minipijltje hier heel alleen, in een land waar verkeersborden en -pijlen graag in groepjes dicht bij elkaar staan?

Zou het kunnen, dacht ik, dat de vogels in de lucht hun eigen verkeerstekens hebben, gelakt op de grond? Dat ze met hun scherpe oog genoeg hebben aan zo’n klein geel dingetje om te weten dat ze hier rechtsaf moeten? Misschien begint hier, in Lozer bij Oudenaarde, voor hen wel de grote vliegweg naar het zuiden, hun aéroroute du soleil?

Built-in compass helps birds find way home - Cosmos Magazine

Ik verzamel graag vragen zonder antwoord

Met de fiets of de auto had ik het gele dingetje niet gezien, dat is zeker. Te voet kijkt een mens toch af en toe eens naar de grond, of er niet teveel putjes en putten in weg zijn. En misschien ook om, stiekem, te genieten van zijn eigen benen. Het is grote kunst, gaan, stappen, lopen: voorover vallen, even in de lucht hangen, evenwicht houden en weer landen. Springen is lastig, liggen is lui, hogere esthetiek dan een rechtopstaand en bewegend lichaam is er niet. Daarin vervoegen mensen de bomen, die staan ook niet te geloven rechtop. Bomen en stengels, soms hebben ze een natuurlijke elegantie. Sommige mensen hebben dat ook, ze staan en gaan alsof er een fijne golf door hen trekt, van kleurrijke Afrikaanse mama tot Italiaans heertje met sjaaltje tijdens de avondwandeling. Maar hoe dan ook, esthetisch of niet, stappen doen we, en bij ieder van ons blijft het een wonderlijk ding, we zijn jongleurs met ons eigen lijf. En ondertussen halen we adem, babbelen we, zien we de verre wolken en de gezichten van tegenliggers, horen we de vogels tekeer gaan, alsof ze op het conservatorium zelf zitten. En af en toe krijgen we ook een geschilderd vraagje te zien, een vraagje voor het plezier van het vragen, zomaar, omdat mensen dat kunnen…

Guido Vanhercke