In een christelijke samenleving is niemand dominant

“In een recent interview in De Tijd verraste Vlaams Belang voorzitter Tom Van Grieken vriend en vijand door zijn openhartigheid. Hoewel de aandacht de dagen nadien vooral uitging naar de uitspraak dat ‘het blanke een dominante factor in onze samenleving’ moet zijn, stelde Van Grieken in één adem dat ook het christelijke dominant hoort te zijn. In één beweging koppelde hij zo het christelijke geloofsverhaal aan een identitair discours. Dit mag verbazen, want het christelijk narratief laat zich niet gemakkelijk verzoenen met een identiteitsdenken”, stelt Jonathan Lambaerts, filosoof en docent aan de Thomas More Hogeschool.

De strijd voor het behoud van de christelijke identiteit

Toch wordt dit verband steeds vaker en alsmaar meer nadrukkelijk gelegd. Niet enkel in België, ook in andere Europese landen wordt de christelijke geloofstraditie door bepaalde politieke bewegingen in-geroepen als bouwsteen van een eigen identiteit. Bekend is de uitspraak van Geert Wilders (PVV) dat hij de Nederlandse identiteit wil beschermen door haar joods-christelijke wortels te vrijwaren, maar ook Thierry Baudet (FvD) en zelfs de liberale Mark Rutte beschouwen de joods-christelijke cultuur als het fundament van de Nederlandse eigenheid. In Frankrijk flirt de extreemrechtse Marine Le Pen (Ras-semblement national), maar ook Emmanuel Macron (La République en marche!) met de militante Les Identitaires die strijden voor de Franse identiteit en het behoud van de christelijke tradities. En ook in andere Europese landen is er een nauw verwantschap tussen (extreem)rechtse politici en identitaire bewegingen.

De grondstelling is telkens dat de christelijke traditie vormgaf aan onze huidige cultuur en zo bepalend is voor de identiteit die wij er als cultuurwezen aan ontlenen. Dit is op zich geen onaanvaardbare stel-ling; dat het christelijk geloof een bepalende rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van onze cultuur en dat zij daardoor bepalend is voor ons eigen- en wereldbeeld, is een historisch feit. Alleen moet voor ogen worden gehouden dat identitaire politici en bewegingen enkel teruggrijpen naar cultuurvormen die in het verleden uitdrukking gaven aan het christelijk geloofsverhaal. Dit komt treffend naar voren in het citaat van Karel Dillen (de stichter van het Vlaams Blok) dat Van Grieken in hetzelfde interview aanhaalt: ‘Vlaanderen is een land van kathedralen en belforten.’

Onderscheid verbondsbeloften en evangeliebeloften klassiek gereformeerd

Door het verleden als ankerpunt te nemen, wordt het identitaire verhaal per definitie normatief. Niet enkel voor nieuwkomers wat dat betreft (denk maar aan het debat over gender). Deelname aan een samenleving vereist het zich eigen maken van het overgeërfde cultuurverhaal. Dit gaat verder dan het terechte verhaal van rechten en plichten. Er wordt verwacht dat ook opvattingen en gebruiken worden overgenomen. Er is immers een identiteit die bewaard moet blijven. Deze behoudsgezinde opstelling brengt een aanpassingslogica met zich mee. Men moet zich schikken naar een referentiepunt uit het verleden. Deze gerichtheid op wat was, leidt weg van dat wat zich aandient of ontkiemt in het heden.

Wie is mijn naaste? Een niet-politieke vraag

Nochtans is deze openheid voor wat zich aandient net karakteristiek voor het christelijk geloof. Zij voorkomt dat gebruiken en opvattingen de bovenhand krijgen op bezieling en verhinderen de naaste te herkennen. Met het bekende verhaal van de barmhartige Samaritaan (Lc 10:25-37) maakte Jezus immers duidelijk dat de naaste niet is wie een (culturele) identiteit met ons deelt, maar wie wij tot naaste maken in ons handelen. Niet het verleden maakt ons tot naasten van elkaar, maar de manier waarop wij ingaan op de noden van anderen in het hier en nu. De identitaire logica maakt – tegen de geest van het christendom in – van de naastenliefde een voorwaardelijk gegeven, terwijl zij een daad van overvloed hoort te zijn. Zij hoort een weerspiegeling te zijn van de onuitputtelijke rijkdom van de godservaring.

Ongelijkheid en de kracht van diversiteit | Beyond Mindfulness
Wie is mijn naaste?

Dit maakt op zichzelf reeds duidelijk dat het moeilijk is, zo niet onmogelijk, om deze religieus-ethische bezieling te vertalen naar een politiek leidmotief. De politiek kan de vraag wie tot de politieke gemeen-schap behoort niet ontwijken. Enkel door hierop te antwoorden kan er, zoals Hannah Arendt aanhaalt, een sensus communis tot stand komen. Het identitaire vraagstuk is eigen aan het politieke spel. Zonder een notie van de voorwaarden om tot een specifieke gemeenschap te behoren, is het onmogelijk om tot politiek handelen te komen. Het pijnpunt wanneer het christelijk narratief wordt gebruikt om een politieke identiteit te definiëren, is dat de ethische oproep die erin besloten ligt, onvermijdelijk onrecht wordt aangedaan. De bereidheid om onvoorwaardelijk een naaste voor de ander te zijn, wordt be-grensd in een voorwaardelijk en daardoor exclusief verhaal. Enkel wie zich inschrijft op het bestaande verhaal is welkom.

Identiteits- en gemeenschapsvorming als onafgebroken proces

Wie een identiteit wil bewaren of zelfs beschermen, zet zichzelf vast. De ander moet hem tegemoet-komen. Dit gaat in tegen de grondtoon van het christelijk geloofsverhaal, waarin de ander met radicale openheid wordt tegemoet getreden. Het inkapselen van het christelijk geloof in een identitaire logica bindt de wervende en verlossende kracht die schuilgaat in het Evangelie. Het doet die kracht uiteinde-lijk zelfs teniet. Wie strijdt voor ‘de kathedralen van Vlaanderen’ om haar christelijke ziel te vrijwaren, herinnert zich best aan Jezus’ woorden in het Evangelie volgens Johannes: ‘De ijver voor uw huis zal Mij verteren.’ (Joh. 2:17) De christelijke identiteit ligt niet vast, maar komt telkens opnieuw tot stand in de openheid tot de ander.

Wet American Dream. Your clit is tingling. | by Joab | Medium

Het christelijk geloofsverhaal kan aldus geen rol spelen in de verdediging van een bestaand (laat staan een vervlogen) samenlevingsmodel, maar het kan wel een vitale rol spelen in de moeilijke opgave een nieuwe gemeenschap te vormen. Door de eigenheid van de ander te erkennen en zijn noden te ledi-gen, laat de christen hem thuiskomen in zijn midden. Die ervaring zal de ander op zijn beurt appelleren

om zorg te dragen voor de plaats die hij nu thuis mag noemen. Vanuit deze wisselwerking wordt er vormgegeven aan een nieuwe gemeenschap, waarvan iedereen een volwaardig lid is. Een christelijk geïnspireerde samenleving is er dus een die telkens opnieuw wordt gevormd.

Wie zich zoals Tom Van Grieken vastklampt aan het verleden, hypothekeert deze mogelijkheid. Zij stel-len de vorm waarin het christelijk geloof eertijds uitdrukking kreeg boven datgene waartoe de christe-lijke geest vandaag kan leiden. Dit is in hun politieke voordeel. Het verleden is al verloren en dit besef van verlies schept een gevoel van onzekerheid, waar identitaire bewegingen en partijen handig op inspelen. Door het (per definitie onbereikbare) verleden als streefdoel voorop te stellen, vertellen zij bovendien een herkenbaar en vooral vertrouwd verhaal. Wie de toekomst daarentegen met openheid tegemoet treedt, weet niet hoe de samenleving juist vorm zal krijgen. Duidelijk is wel dat in een chris-telijk geïnspireerde samenleving geen enkele groep dominant kan (of wil) zijn, maar wel dat er voor iedereen plaats zal zijn.

Jonathan Lambaerts

De auteur studeerde sociaal-cultureel werk, filosofie en godsdienstwetenschappen. Hij is verbonden aan de Thomas More hogeschool, waar hij in de bacheloropleiding Sociaal werk onder meer filosofie doceert. Hij schreef ook columns voor o.a. Knack en VRT Nws.