K. Schippers is dood

Dichter en prozaschrijver K. Schippers overleed op 12 augustus. Het liet Guido Vanhercke niet onberoerd. Hij schreef een bijdrage over deze dichter waarover hij zegt: “Hij liep tussen de wereld als tussen een permanent veelvoud, een overvloed waar hij niet scherp en open genoeg naar kon kijken”.

De man die zei dat de dood niet zijn idee was (beluister DOCS – 2Doc.nl) en die van de zinnetjes waarmee zijn kanker werd verteld (“Hadden ze het me niet gezegd / ik had het nooit geweten”) een knap, op zichzelf staand gedichtje had gemaakt (of omgekeerd: het gedichtje was er al, en hij herkende er zijn kankerboodschap in… En hij voegde er al onmiddellijk de soortnaam bij – een distichon, een tweeregelig gedicht – dat geeft nog meer afzonderlijkheid aan het dingetje, nog meer om aandachtig te bekijken en te beluisteren), die man (zeg ik nu, na een lange zin) is wel degelijk gestorven.

Geen origineler, grappiger, verrassender schrijver dan hij het was. Hij liep tussen de wereld als tussen een permanent veelvoud, een overvloed waar hij niet scherp en open genoeg naar kon kijken.

Ik citeer nog een gedicht van hem, omdat ik het zelf ook regelmatig meemaak, gunstig in de werkelijkheid te mogen zitten. Ik zat in het ziekenhuis in zo’n afgescheiden wachtplekje, achter witte lage muurtjes waarboven je dus de helften van andere mensen kon zien voorbijgaan. Er stond in die gang ook een tweezitsbank, en daar gingen een man en een vrouw op zitten. Toen stond de man op en liep verder de gang in en bleef de vrouw alleen achter. Ik zag haar niet, het muurtje stond in de weg. Maar wat ik wel zag was haar been en voet. Die staken voorbij de opening in het muurtje vrijuit mijn gezichtsveld in. Een prettig gezicht, moet ik zeggen, want het was een prachtig been met een voet die in een rode schoen zat en heel aangenaam kon wiebelen. En zo zaten wij daar, dat been en ik. Allebei tevreden met het kleine gelukje dat ons niet voorbij liep: het been omdat iemand zo lang wilde kijken, ik omdat het been zo lang wilde wachten. En allebei wiebelden we een beetje…

*

Gunstig in de werkelijkheid zitten

In spiegels probeer ik vaak te zien
de handelingen van degenen
die je niet kan zien
maar die toch in de kamer zijn.

Het resultaat van de lijn spiegel-proefpersoon
ligt meestal buiten mijn gezichtsveld,
delen van tafels en stoelen,
een stukje witte muur en
een keer zelfs de helft van een vogelkooi
met soms de vogel in die helft
zijn zichtbaar,
Arabië of een ander land
komt niet uit de atlas.

Gisteren zat ik naast een kast
en eindelijk lakte een meisje
dat ik niet kon zien
haar nagels in een spiegel
die ik kon zien,
ze had vijf minuten nodig
om ze droog te blazen.

K. Schippers

*Ja, die Schippers. Soms is het niet alleen poëzie, soms is het ook levenskunst. En lichtheid. Doorzichtigheid. “Alles is naar je toegekeerd.//Je hoeft ’t niet te bezitten.” (uit het gedicht “Het overhevelen van gewicht”)

Guido Vanhercke

Wie meer gedichten wenst te lezen kan terecht op deze pagina.