Site pictogram De verschillen voorbij…

Klein en bang

“Wie bang is, maakt zich klein, verbergt zich – of normaal toch. Wie bang is, voelt geen ruimte, kruipt weg in een hoekje. Dat is psychologie, maar dat steekt eigenlijk ook “al” in de taal, of in een aantal woorden, minstens.”

B-ang

“Bang” is namelijk niet gewoon “bang”, maar “b-ang”, ooit “bi-ang”, en op die manier verwant met “eng” en “angst”. (De b- zien we wel vaker verschijnen: in > b-in/nen, uit > b-uit/en, en eigenlijk nog in enkele courante woorden, maar vaak (her)kennen we het grondwoord niet langer..)

B-ang, vol ang-st…

Nu, als u “angst” dan weer bekijkt, dan ziet u de “ang” (of “eng”) + “–st”, het achtervoegsel of suffix waarmee wij van werkwoorden substantieven maken. (U weet wel: kunnen > kunst, winnen > winst, komen > komst (zoals toe-komst, een perfecte parallel van het Franse “a-venir”).

Wat eng, zeg! Ik ben bang!

Nu komen we tot de kern: als we het over angst hebben, dan verwijst de taal naar “eng” en “engte”. Zoals we in de inleiding lieten verstaan: wie bang is, maakt zich in een zekere zin, zoekt de engte, de kleine ruimte, om zich te verbergen, of om niet gezien te worden. Maar eigenlijk is dat misschien contraproductief: dan lijken zulke mensen nog kleiner – en voelt de tegenstander zich nog groter. Hoe dan ook: ze hebben het benauwd…

Stress en zorgen die wurgen

Zoals stress – of distress, bezorgdheid, in het Engels – : van stringere, dichtknijpen, enz. Bevrijd ons van stress, is een algemene wens. Vandaar: “Give me relief from my distress” (psalm 4, 2), heet het in het Engels, maar het Nederlands klinkt ruimtelijker, poëtischer: “die in nood mij ruimte kan scheppen”. Zoals ook van “worries”, zorgen, die ons kunnen wurgen. De gestreste heeft nood aan adem-ruimte.

Ik ben/ ik heb het benauwd…

Normaliter moet het wel zijn: “Ik heb het benauwd”, vaak synoniem trouwens van “Ik krijg geen adem[ruimte]”. “Ik ben benauwd” is nu wel echt Vlaams, dialectisch, maar het is één manier om te zeggen dat we bang zijn. “Bang” kennen we niet, lijkt mij.

Maar “benauwd” spreekt boekdelen: we voelen ons in het nauw, beklemd (“in de klem”). En opvallend: Nederlanders vinden zulke situaties “eng”, of “naar”, wat letterlijk verwijst naar het Engelse “narrow”, letterlijk “eng”.

Waarschuwen voor schoolschuwen?

Eigenlijk is “schuw”, shy, een andere variant van “bang/angst”. In mijn dialect is het zelfs het grondwoord. Wij zijn “schui” voor een grote hond, we zijn soms zelfs “scheteschui”, geloof ik.

Nu, wie waarschuwt, maakt bang. En wie werkschuw is, is bang voor het werk! Laat bange mensen weer groter worden…

Jan Glorieux, auteur van Woordwaarde, woordweelde

Spring naar toolbar