Hannah Arendt: “Een groep heb ik nooit liefgehad. Enkel mijn vrienden”

Mark Elchardus, socioloog, roept in zijn laatste boek “Reset” op tot meer “gemeenschapsdenken”. Terecht werpt hij op dat de verbondenheid tussen mensen een grotere aandacht verdient. Helaas verwisselt hij de begrippen “collectieve identiteit”, “verbondenheid” en “gemeenschappen”, waardoor het een verwarrend verhaal wordt dat vreemd smaakt. Hannah Arendt, een joodse filosofe, waarschuwde trouwens vroeger al voor deze begripsverwarring, en legt goed uit waar het schoentje wringt, wanneer we het hebben over gemeenschapsdenken en het te sterk benadrukken van het belang daarvan.

Hannah Arendt: “Uiteraard is het zo dat je op een natuurlijke manier tot een groep behoort, hetzij door je geboorte, en dat geldt voor ieder mens. Echter, binnen een georganiseerde vorm, spreken we over een andere vorm van gemeenschap. Het is een gemeenschap die zich verhoudt tot de wereld, met een bedoeling de eigen belangen voorop te stellen.

De enige toestand waarbij je kunt spreken van een – voor het individu – liefdevolle relatie, is deze tot een partner, vrienden of familie. Dit is de enige vorm waarbij de onafhankelijkheid van een persoon, ten aanzien van de wereld, gewaarborgd blijft, binnen een liefdevol kader.

Vanuit die vaststelling zijn vriendschappen en relaties tussen leden van verschillende groepen altijd mogelijk, omdat ze los staan van het algemeen belang die groepen hebben in hun relatie tot de wereld, maar hiervoor de individuele mens nodig hebben.

Echter, als men deze liefde op de onderhandelingstafel legt (bijvoorbeeld deze tussen de leden van verschillende gemeenschappen), als iets dat je bindt of losmaakt van een gemeenschap zit je met een “fatale” problematiek. Liefde en vriendschap kunnen zo gebruikt worden om het collectief te dienen. Dit kan rampzalige gevolgen met zich meebrengen. Liefde is altijd apolitiek. Is ze dan niet, dan kan het leiden tot onheil.” Aldus Hannah Arendt.

Elchardus meent in De Tijd, dat de vrijheid uitgehold dreigt te worden, omdat er geen volkswil bestaat. Net daar moeten we waakzaam voor zijn, waarschuwt Egbert Lachaert.

Niet dat Open VLD het altijd hoog op had met de kern van de liberale democratie – ze heeft ze te vaak economisch geïnterpreteerd – maar het klopt dat de grondrechten niet bedoeld zijn om de gemeenschap maar om de mens te beschermen.

Elchardus beweert dat progressieven het kind met het badwater weggegooid hebben door collectieve identiteiten af te wijzen. Wel, daar zit dus de begripsverwarring. Er is niks op tegen te streven naar een grotere verbondenheid tussen mensen, maar die mag nooit ondergeschikt worden aan een vorm van collectivisme of gemeenschapsdenken, laat staan volkswil.

Een samenleving doe je samen, maar van zodra je een individu ondergeschikt maakt aan gemeenschapsdenken dreig je de individuele mens uit het oog te verliezen, en zelfs te verpletteren. Dat verleden laat Europa het beste achter zich, terugkijkend op twee verwoestende oorlogen, en een staatsapparaat in China die momenteel dit pad aan het bewandelen is.

De redactie