Een andere democratie, maar hoe?

“Niet de status van de spreker, maar de kracht van het argument moet het uitgangspunt vormen van besluitvorming,” aldus Habermas. Ook Paul Verhaeghe spreekt zich in zijn laatste boek uit voor een andere, deliberatieve democratie. Weliswaar met een bemerking.

De lage landen kennen een representatieve democratie: het volk verkiest een vertegenwoordiging om besluiten uit te vaardigen. Het aandeel van het volk in de besluitvorming is daarom indirect: onze belangen worden door anderen behartigd, waarbij de stem van de meerderheid de doorslag geeft. Maar wat als jouw ideeën in geen enkel partijprogramma zijn opgenomen? Of als je tot de minderheid behoort? En wat te denken van de macht van lobbyisten? Is het volk wel echt aan de macht?

Representative Democracy in the EU – CEPS

Jürgen Habermas wil de macht dichter bij het volk brengen, door deliberatieve democratie. Centraal staat niet het politieke systeem, maar het Diskurs – het uitwisselen van voorstellen, ideeën en argumenten op voet van vrijheid en gelijkheid. Habermas koestert  vertrouwen in de redelijkheid van een zuivere discussie: als conflicterende argumenten in een machtsvrije ruimte ter tafel komen, dan zal de logica van het betere argument zegevieren, met de meest rationele uitkomst als resultaat. En voor zulke deliberatie is helemaal geen volksvertegenwoordiging nodig: dat overleg kunnen kleine burgergemeenschappen best zelf voeren.
 
Habermas is de belangrijkste erfgenaam van de Frankfurter Schule, een school van filosofen en sociologen die in de decennia rond de Tweede Wereldoorlog scherpe maatschappijkritieken ontwikkelde. In zijn omvangrijke oeuvre benadrukt Habermas het belang van een sterke civil society. Onontbeerlijk daarvoor is een goed functionerende publieke ruimte waarin wij communicatief kunnen handelen, door bekritiseerbare argumenten aan te dragen en te zoeken naar wederzijds begrip.

Democracy & Human Rights

Ook Paul Verhaeghe pleit in zijn laatste boek “Wat brengt u hier?” voor een deliberatieve democratie, met een belangrijke bemerking: “De belangrijkste politieke vraag in deze nieuwe vorm van democratie is wie de agenda bepaalt. Wie kan en mag maatschappelijke kwesties voorleggen aan de groep? Daarop moet nog een duidelijk antwoord komen.”

De redactie

Dit artikel verscheen eerder en fragmentarisch op filosofie.nl