Négligé

“Ik blijf oefenen om bewust uit de tijd te stappen, en mij te vullen met iets anders dan opgejaagd worden. Met een veld bedauwde zonnebloemen. Met fijne lichamen in hun mistkleedje. Zelfs met zoiets onnozels als tijd over hebben, en content te zijn met mijn ogen, en mijn adem, en mijn dappere bloed”, aldus Guido Vanhercke in zijn mijmering over mist, zonnebloemen en hoe om te gaan met “tijd”.

Een prachtige mist, vorige week, toen ik ’s morgens rond achten naar de autokeuring reed. Onderaan de grond nog loom van nacht en dauw, daarboven al de helderheid van een nieuwe zonnige dag, en daartussen dat vreemde ding dat mist heet. Ik moest aan een dun nachtkleedje denken, van dure zijde, een negligeetje dat alle vormen extra geheimzinnig maakt. Het werd tijd dat de ochtend het kleedje uittrok, want de dag stond al te kloppen op de deur. Maar het was mooi nog dat aarzelen te kunnen zien, dat trage wakker worden, hoe alles zich nog even uitrekte voor het echte opstaan, nog even silhouet wilde blijven in plaats van hun functionele duidelijke zelf, vage vorm van de nachtelijke droom. Geen bomen, maar ronde vegen. Geen boerderij, maar een vreemd voorbij drijvend eiland. Geen zonnebloemen, maar zonne-aanbidders, wachtend op hun goeroe.

Kan een afbeelding zijn van bloem en natuur


Is dat hier allemaal in België, zei een vriend verbaasd, toen ik hem de foto’s toonde. Jawel, vriend. Ik moet nog eens een apart stukje schrijven over het belang van meester te blijven over de tijd. Vroeg genoeg vertrekken naar afspraken, want je weet nooit wat je onderweg zoal zal ontmoeten. Twee keer stoppen, om nog aandachtiger te kijken, dat onthoudt beter. Je afvragen waarom iets eruit ziet zoals het eruit ziet. Daar een paar woorden voor zoeken. Daar een foto van maken. Daar nadien nog eens aan denken. Erover vertellen helpt ook. Jezelf oefenen om opzij te leren kijken, om klein te leren kijken (die dauw op de zonnebloemen).

Kan een afbeelding zijn van natuur en boom


Ik schreef bijna: meester te blijven over je tijd. Maar we vergissen ons. Tijd is niet van ons. Tijd is daar te groot voor, gaat zijn eigen snelle gang en ik moet maar zien dat ik mee ben. Zeker met ouder worden denk ik soms: het is verdorie al weer donderdag, daarnet waren we toch nog zondag? En soms denk ik: het is verdorie al weer november, daarnet was het toch nog januari en nieuwjaar, en dan kan ik echt in ademnood raken. Vandaar dat ik mij blijf oefenen om bewust uit de tijd te stappen, en mij te vullen met iets anders dan opgejaagd worden. Met een veld bedauwde zonnebloemen. Met fijne lichamen in hun mistkleedje. Zelfs met zoiets onnozels als tijd over hebben, en content te zijn met mijn ogen, en mijn adem, en mijn dappere bloed. Als ik echt mijn best deed, kon ik het diepe ruisen in mij misschien wel horen. Dat tijdloze ruisen. Voorlopig toch…

Guido Vanhercke

Foto’s: Guido Vanhercke