“Ik heb niemand nodig!”

Laatst mopperde iemand over de ‘zogenaamde noodzaak tot samenwerken’. Hij had niemand nodig. Hij kon echt alles wel alleen af. Samenwerken was aan hem niet besteed. Ik schoot in de lach. Verveeld vroeg hij mij wat er te lachen viel. ‘Ik vind jouw opmerking dat je het allemaal wel alleen af kunt en dat je niemand nodig hebt, erg leuk. Zo’n goeie mop heb ik in jaren niet gehoord!’ antwoordde ik. Waarop hij ernstig zei: ‘Ik méén het.’

Nu was het mijn beurt om ernstig te zijn. ‘Jij kunt jouw huidige leventje alleen maar leven dankzij de inspanning van honderden, zo niet duizenden of zelfs tienduizenden mensen.’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Ik heb niemand nodig!’ herhaalde hij alleen maar.

‘OK,’ knikte ik quasi begrijpend. ‘Jij hebt niemand nodig. Heb je vanmorgen ontbeten?’
‘Natuurlijk,’
‘Wat, als ik vragen mag?’
‘Drie sneetjes brood met kaas; koffie zwart’.
‘En jij hebt dat brood natuurlijk zelf gebakken; de kaas heb je zelf gemaakt en de koffiebonen heb je zelf geplukt en geroosterd…‘

Hij keek me aan alsof ik zojuist iets vreselijks had gezegd. ‘Natuurlijk niet,’ reageerde hij afgemeten.

Om een lang verhaal kort te maken: hij had het brood niet zelf gebakken, het meel daarvoor niet zelf gemalen en het zout in zijn brood niet zelf gedolven. De koeien had hij niet zelf gemolken, de kaas niet zelf gemaakt en het lebferment dat nodig was om kaas te maken niet zelf gezuiverd. Maar dat was natuurlijk niet alles. De supermarkt waar hij zijn brood altijd kocht, had hij niet zelf gebouwd. De schappen waarin het brood lag had hij niet zelf in elkaar gezet en ga zo maar door. Hetzelfde gold voor de koffie. Hij had de bonen uiteraard niet zelf geplukt en gedroogd; hij had ze ook niet zelf uit het tropische land naar huis getransporteerd.

Nadat we alles hadden geschat, waren er alleen al voor zijn ontbijt honderden zo niet duizenden mensen in de weer geweest. Overdreven? Nee hoor… Ga maar na: overal zijn mensen voor nodig, is het niet om graan te oogsten of koeien te melken, dan wel om de machines te maken waar deze mensen tegenwoordig mee werken. En die machines zijn vaak van metaal, dat eerst als erts uit de grond moet worden gehaald; vervolgens tot staal moet worden verwerkt in enorme staalfabrieken enzovoorts enzovoorts. Tikt lekker aan allemaal. Maar daarmee waren we er nog lang niet!

‘Die schoenen aan je voeten? Zelf gemaakt?’
‘Nee…‘
‘Dat overhemd… katoen toch? Of is het van een mix met een of andere soort kunstvezel? En jouw sokken, ondergoed, colbertje, stropdas … en jouw bril niet te vergeten…’

Ik meende te merken dat hij door begon te krijgen dat zijn ‘ik heb niemand nodig’ op een enorme losse flodder begon te lijken. Want hij zou het nog geen week volhouden zonder anderen. In de winter misschien nog geen dag! Zijn voedsel, kleding, warme woonhuis, veilige auto … alles had hij te danken aan honderden, misschien wel tienduizenden mensen die hij dacht niet nodig te hebben.

Ik acht het voor menigeen een uitstekende oefening: ga eens na hoeveel mensen er bezig zijn geweest om jou te voorzien van wat er op je bord ligt en van wat je aan je lijf hebt. Als je wilt, ga dan ook eens na hoeveel mensen er direct dan wel indirect betrokken zijn (of zijn geweest) bij alles wat je in je huis aantreft en gebruikt.

Kijk je graag televisie? Volg je liever films of documentaires van streamingdiensten? Ga je wel eens naar een kapper? Gebruik je drogisterijproducten? Kortom: licht gewoon jouw hele leven maar eens door… En vraag je dan eens af hoeveel mensen het mogelijk hebben gemaakt en nog maken dat jij dat leven leven kunt zoals je doet. Het zijn er echt meer dan je waarschijnlijk denkt!

En doe jezelf een plezier: wees hen allen dankbaar!

Bijdrage eerder verschenen in het boeddhistisch dagblad onder pseudoniem “Dharmapelgrim”