Vieren

Ondanks de pandemie is januari, bij uitstek, een maand om te vieren. Taaldeskundige Jan Glorieux gaat er dieper op in, met een glas in de rechterhand: “Ik weet niet wat dit woord oproept in deze tijden. Velen denken aan feesten, en drank, lawaai, terwijl het om iets heel anders gaat, vind ik. Er is reden om het leven te vieren, vanuit religieus of gewoon vanuit spiritueel perspectief. Ook in deze tijden. In vreugde én pijn.”

Eigenlijk zijn feesten en vieren etymologisch nogal verwant. Feest, festa, en de beter bekende overbekende ‘fiesta’s’ zijn gebaseerd op de klassiek Latijnse heilige dagen, fēriae (mv.) ‘feestdagen’ en daarom ook snel ‘vrije dagen’, die ooit vroegen om [liturgisch…] gevierd te worden. In de middeleeuwen hadden ze aanvankelijk veel, heel veel, van die ‘holy days’, maar wij hebben er alleen holidays aan overgehouden. En de Duitstaligen blijven ook nu nog Ferien machen wanneer ze vakantie nemen. En bij onze noorderburen kun je tegenwoordig zelfs vakantie vieren!

Patroonsfeesten…

Nu, de gilden van de brouwers, de boeren, de smeden, enz., hadden hun eigen heiligen, zoals Sint-Arnol:dus, Sint-Elooi, enz. We hadden een heel santenkraam,, letterlijk een tent vol heiligenbeelden. Dat waren hun patroons: in het Italiaans padr-one, supervader, beschermer. Nu, op hun (bescherm)heiligendagen werden die vaak “grondig”, met uitgebreide maaltijden en andere feestelijkheden, gevierd zodat de feriae aanleiding gaven tot een festa: de feestdag gaf aanleiding tot een viering, of vooral een feest. Het religieuze evenement ontdeed zich van zijn religieus element…

Sint-Franciscus

Met fans?

Maar toch: uiteindelijk kan je al het vieren en feesten etymologisch ook wel terugvoeren tot fanum, een religieuze plek in het Latijn, met een dhis-no-stam in het Indo-Europees,… Daarmee begon het alvast. En geregeld kreeg je wel mensen die fanatiek werden: door God of een god geïnspireerd, en dan en-thou-siast [in-God-zijn], overenthousiast, dweepziek, om gek van te worden. Later ontstonden daaruit fans. Voetbalfans bijvoorbeeld.

Altijd iets te vieren (te celebreren??)

Maar vieren, celebreren: waarin zou dan de essentie liggen? Kan het te maken hebben met de teugels vieren in de zin van loslaten? Zou toch kunnen? Volgens EtyO ging het erom dat je een ceremonie of een ritueel publiekelijk, in het openbaar, uitvoerde. Met het celebreren hing dus samen: met veel volk, en plechtig. Mensen kwamen dus talrijk samen met het doel om te eren of te verheerlijken, om de lof te zingen. Opvallend: je feest – en in eerste instantie vier je een persoon, een god, dan een ceremonie…

Een huwelijksceremonie in hindoestaanse traditie

Ook en zeker nu…

In deze tijden zou overschaduwen zwarte wolken geregeld onze samenleving, maar toch mag je de diepere dingen vieren, desnoods virtueel, via de computer en internet. In alle culturen vieren mensen meer dan ze feesten: ze vieren verjaardagen, ooit naamdagen, en ze vieren ook samen begrafenissen of herdenken met vieringen hun doden. De Zweden vierden een maand geleden nog Santa Lucia, het feest van het licht eigenlijk, en de moslims vieren bijvoorbeeld het breken van de vasten tijdens de ramadan. Maar feesten mag best. Het is alleen iets anders…

Laudato si, geprezen zij de schepping, zong ene Franciscus van Assisi, op zijn sterfbed.

Jan Glorieux

Foto voorpagina: het breken van de ramadan