Moedertaal

De week van de poëzie loopt naar z’n einde. Tijd om Rutger Kopland (1934-2012) een laatste woord te geven. Een woord dat misschien de ogen opent voor de kracht en onmacht van de taal die ons bindt, en tegelijk verdeelt. In het gedicht “Moedertaal” zoekt hij waarom we zoeken naar de woorden die in onszelf liggen te slapen, waarom ze soms terug wakker worden, en hoe een eenvoudige foto daar de reden kan van zijn.

In het gedicht vraagt Rutger Kopland, een Nederlands schrijver en psychiater, waar we in godsnaam de woorden vandaan halen. Hij ziet zijn moeder over zich buigen, mee zoekend naar de woorden die de schrijver niet vindt.

Taal is, volgens de dichter, iets wat enkel opgeroepen kan worden door gedachten, waarnemingen en ervaringen. Maar dan nog vinden we soms de woorden niet. In zijn gedicht ziet hij zijn moeder op een foto met zichzelf in haar armen. Ze zoekt naar de woorden om het kind dat ze draagt te noemen, te omschrijven, te bedenken wie dat kind eigenlijk zou kunnen zijn, en via woorden mee te geven wat bij haar opkomt.

Pas veel later ontdekt de dichter, of vermoedt hij, dat de woorden die bij hem opkomen wellicht uit de moederschoot komen. “Het zijn slapende geluiden in je hoofd”, merkt hij op. Tegelijk stelt hij in het begin van zijn gedicht dat het bedenken van woorden onvoldoende is om het onbegrijpelijke grijpbaar te maken. In de volgende zinnen gaat hij daarom in op het belang van de waarneming.

Het kan een foto zijn, een eenvoudige zin die iemand je toefluistert, maar misschien ook een lied, een boze blik, een geur of smaak. Het kan allemaal iets oproepen. En dan kan taal wakker worden, of ten minste: de behoefte schenken om woorden te geven aan zo’n waarneming.

En dan nog blijft het gissen. Dit geeft Kopland ook toe in zijn laatste zin: “ik herinner mij niets maar misschien….”.

Moedertaal

Misschien slaapt er nog iets diep in je hoofd
iets van de taal van je moedertaal

want taal kan slapen – je probeert te bedenken
wat je droomde terwijl de droom alweer verdwijnt
in een steeds donkerder wordende schemer nog
voor je de woorden ervoor terugvindt

bij het woord moedertaal zie ik een oude foto
een schemerdonkere slaapkamer en in het bed
een jonge vrouw met in haar schoot
een pasgeboren kind – mijn moeder en ik

ze buigt zich over mij en haar gezicht is
nadenkend alsof ze zich afvraagt wie ik ben
mij zoekt en zoekt naar woorden voor mij

ik herinner mij niets van wat ze zei maar
dat is misschien de taal van je moeder
slapende geluiden in je hoofd

Rutger Kopland

Uit “Het verlangen naar een sigaret”

Thomas Holvoet

21 februari is de internationale dag van de moedertaal