Open brief aan de bisschop van Rome, Paus Franciscus

101 mensen schreven een open brief aan de bisschop van Rome, paus Franciscus. Ze doen dit naar aanleiding van het bezoek van de bisschoppen aan Franciscus. Ondanks het feit dat het bezoek uitgesteld werd, naar aanleiding van de pandemie, wensen ze deze brief toch te laten publiceren, in aanloop van een toekomstig bezoek, wellicht in het najaar.

Vooraf

Elke 5 à 10 jaar brengen de bisschoppen van een land (in kerkelijke taal: “een kerkprovincie” nvdr.) een bezoek aan de paus. Eén week gaan ze er heen voor overleg, gebed en bezinning. In verschillende sessies gaan ze in gesprek met de paus en brengen een stand van zaken over de toestand van de Kerk in hun land. De initiatiefnemer van deze brief liet 101 mensen toe hun naam de brief te laten onderschrijven. Het is een symbolisch getal dat uitdrukt dat de lijst langer is. Niettemin is het geen petitie maar een bemoedigend schrijven, waarbij gedoopten hun eigen stem laten klinken ten aanzien van paus Franciscus. Ze nemen daarbij geen blad voor de mond, en hopen dat één van hen mee mag reizen met de bisschoppen tijdens een toekomstig bezoek, als gedoopte en getuige. Deze brief werd geschreven in de veronderstelling dat het bezoek op 7 februari 2022 zou beginnen. Maar een verschoven datum betekent geen afstel. Daarom volgt nu reeds de publicatie.

Open brief aan de bisschop van Rome, 7 februari 2022

Geachte bisschop van Rome, 

Beste paus Franciscus,

Nu de bisschoppen van ons land op Ad Limina-bezoek komen (7-12 februari 2022) lijkt het een geschikt moment u aan te schrijven. Het laatste bezoek van onze bisschoppen aan u dateert immers van 2010, wat toch een bijzonder jaar was voor de Belgische kerkgemeenschap, getekend door de onthullingen over het seksueel misbruik vanwege de voormalige bisschop van Brugge, Roger Vangheluwe, die nog steeds niet tot de lekenstaat teruggebracht werd, in tegenstelling tot andere priesters. Maar uiteraard zijn er in de jaren die verstreken zijn ook andere zaken aan te stippen, waarover we u graag wensen in te lichten. 

De Kerk in België heeft het moeilijk, en dat is een situatie waar ook het vorige Ad Limina-bezoek aandacht voor had, wanneer we de slotteksten van toen lezen. We beschouwen deze sterke neergang als een teken van de tijd, maar ook als een uitdaging voor de Kerk zelf die niet langer beschikt over een sociologische omgeving waarin de evangelisatie en het dienstwerk zich onverdacht en vrijuit kan ontplooien. Het gaat om een gedeelde verantwoordelijkheid, waarbij de verdringing vanwege de samenleving ten aanzien van religies een rol speelt. Het is tevens de onmacht van de Kerk zelf om, naar de geest van Vaticanum II, zichzelf verder te ontwikkelen en te verwerkelijken. We lijken in een stilstand beland die tevens te maken heeft met een toegenomen polarisatie op wereldschaal, waar de vele kamers in de Kerk steeds schraler dreigen te worden. Er is een gebrek aan communicatie en transparantie tussen de leden van deze verschillende kamers, en dat brengt ons tot de vraag of de synodale weg, door u uitgestippeld, niet meer kansen moet bieden om te luisteren en vrijuit te spreken, beseffend dat deze pandemie geleid heeft tot toegenomen vervreemding en verwijdering. Ons lijkt een langduriger synode op Belgische niveau noodzakelijk en urgent, willen we deze impasse doorbreken.  

De Kerk in België is voor een groot stuk op zichzelf teruggeplooid, na 2010, en verwerkt nog steeds de moeilijke nadagen van de vele misbruikschandalen, die niet tot een verwerkt eindpunt zijn gekomen. Het is zoals we in Marcus 1,29-39 lezen, “waarbij de schoonmoeder van Simon aan koorts leed en bijgestaan werd door Jezus, die haar deed opstaan. Ze werd vrij van koorts.” Van daaruit stellen we ons de vraag: “Is de Kerk wel zorgvuldig omgegaan met de jaren na 2010? Is de koorts wel verdreven? En is er een moment geweest waarbij er een opstanding waargenomen werd, zoals ook de schoonmoeder van Simon mocht ondervinden na haar genezing?” Onze indruk is dat er meer gebeurd kon zijn, dat de koorts opnieuw hoog oplaait, en dat – zo vervolgt deze passage: “de boze geesten zwegen, omdat ze Hem kenden”;  dit laatste nog steeds niet gebeurd is. We blijven vragen om een meer structurele aanpak om herhaling nu en in de toekomst te vermijden bij alle vormen van machtsmisbruik.  

Dit nog prille decennium is er één waar – voor het eerst in de Belgische kerkgeschiedenis – meer leken pastorale taken, bezoldigd, zullen opnemen, dan gewijde bedienaren. Scharnierjaren waarbij kerkwerkers zich afvragen hoe het verder moet met de huidige territoriale schaalvergrotingen, die vaak leiden tot verwarring, verwijdering en verdere vervreemding. Daarnaast is er soms ook eenzaamheid onder priesters, diakens en andere kerkwerkers, die steeds meer op zichzelf aangewezen lijken te zijn. Velen stellen zich de vraag die Jezus zelf stelde toen Hij met Johannes en de farizeeën een vastendag hield en daarop aangesproken werd (Marcus 2, 18-22). Zijn antwoord leeft diep in elk van ons: “Niemand naait een verstellap van ongekrompen stof op een oud kleed. Anders trekt het ingezette stuk eraan, het nieuwe aan het oude, en de scheur wordt nog groter.” Wij stellen vast dat de Kerk, in samen gedragen verantwoordelijkheid, de oude lappen stof niet langer kan verstellen met oude lappen, en verder scheurt. We beleven het einde van een kerkmodel, en vragen met aandrang dat priesters, diakens, religieuzen, kerkwerkers en medewerkers op een gelijkwaardige basis samenwerken, ook binnen leidinggevende posities. We maken deze bezorgdheid over omdat de Kerk in ons land niet langer kan overleven met een éénzijdige keuze voor het gewijde leven als plaats van herderschap, ondanks de waarde daarvan. Om die reden blijven we de vraag stellen om leken, die werken voor de kerkgemeenschap, te betrekken bij beleidsbeslissingen, zowel op territoriaal als categorieel niveau.  

Niettemin blijven we aanstippen dat de mogelijkheid tot wijding van vrouwen een blijvende aandacht moet krijgen, alsook de situatie van zij die uit een gebroken relatie of huwelijk komen. Het feit dat enkel celibataire mannen gewijde bedienaars kunnen zijn vertekent het ook evangelische elan. Ten slotte willen we bijzondere aandacht vragen voor een positieve benadering van mensen uit de LGBTQAI-gemeenschap die zich vaak negatief bejegend voelt door kerkmensen, ook in ons land. Als de Kerk universeel is, en als we gemaakt zijn naar het evenbeeld van God zelf, dan vragen we te streven naar een Kerk waar iedereen een plaats krijgt en gelijkwaardig benaderd en behandeld wordt, jong en oud, rijk en arm.  

Toen u bisschop van Rome werd, als opvolger van Petrus, hadden we een goed gevoel. U lijkt de taal van gewone mensen beter te begrijpen en neemt afstand van het klerikalisme, waar ook ons land zeer door getekend werd. We willen u bemoedigen in uw opdracht om uw inzet voor de zwaksten op onze planeet, de zorg voor de schepping en rechtvaardiging van elke mens, tijdens elke levensfase, verder te zetten.  

Maar er leeft ongeduld in de harten, want de kerk krimpt zeer snel in elkaar. Daarom is het belangrijk mannen en vrouwen te benaderen met respect en waardering voor hun integriteit en gewetensvorming, en het groeiproces dat hierbij te pas komt. Het is iets dat elk van ons als een levensopdracht ervaart. We merken dat ook de bisschoppen daar inspanningen voor doen en we hopen dat u ons en hen daartoe verder bemoedigt. Maar het ongeduld dat leeft en menselijk is, mag niet leiden tot rigide denken en uitsluiting van zij die een langer groeiproces nodig hebben. Het visioen van het ideaal is geen visioen maar utopisme. En dit kan leiden tot fundamentalisme en opnieuw: verdere vervreemding en verwijdering.  

Zoals kardinaal De Kesel het treffend zegt: “we moeten waakzaam zijn voor identitair denken, als oplossing voor deze geloofscrisis.” Helaas zien we dat een kleine groep gelovigen zeer identitair denkt en zich organiseert. Ze zetten uw beleid onder druk, polariseren en schuwen verbaal geweld niet om een identitaire, politieke agenda, los van elke geloofsact, te forceren. We vragen uw aandacht voor dit groeiend fenomeen van onverdraagzaamheid. Een fenomeen dat niet te vereenzelvigen is met het evangelie en met de eenheid onder de christenen. 

Beschikken over een verschralende kerkgemeenschap is een pijn, maar kan ook een kans zijn. En velen grijpen die ook. Beschikken over een ontmoedigde kerkgemeenschap is een kwaal. Velen zetten zich echter met passie en overtuiging in binnen de zorg voor de meest kwetsbaren: (ex-)gedetineerden, leerlingen en studenten, mensen met een zorgnood, mensen in armoede, vluchtelingen, mensen zonder papieren, politiek vervolgden. Ook de zorg voor de schepping is een prioriteit geworden die velen vooropstellen. Veel diakens en priesters zetten zich elke dag in voor de zorg van het gebed, de eucharistie en de verkondiging, ook tijdens de belangrijke momenten in het leven van elke mens. De lijst is veel langer, maar de uitdagingen zijn dus legio. Maar het enthousiasme wordt vaak gefnuikt.  

Daarbij merken we dat veel kerkwerkers zich niet meer gemotiveerd kunnen opstellen, vanuit een begrijpelijke overlevingsdrang en ontmoediging. Anderen lijden in stilte of uiten wel hun bezorgdheid, waarna ze ervoor kiezen de Kerk vaak definitief te verlaten. Waarom is er zoveel angst in onze Kerk om vrijuit te spreken, en daar conclusies uit te trekken die helend zijn voor de Kerk zelf, maar ook voor anderen die zich buitengesloten voelen, of onverschillig zijn geworden? Het is een vraag die bij ons leeft.   

U leest het goed, de problemen zijn niet langer van sociologische aard, gezien de context dusdanig veranderd is waardoor het haast onmogelijk blijft voor de Kerk om zich nog publiekelijk te uiten. Zo werd ons de mogelijkheid ontnomen nog verder een beeld te brengen van een diverse Kerk op televisie en in de ruimere media (2016). Wetenschappelijk onderzoek toont nochtans aan dat dit helpt om te komen tot een genuanceerde en open ontwikkeling van het geloofsleven, en een remedie is tegen radicalisering. Particuliere initiatieven werden opgericht of versterkt, maar de band met de samenleving werd daardoor niet versterkt. De woestijntijd waarin we leven is een kruis dat velen dragen en daarom vragen we ook een betere zorgomkadering voor kerkwerkers en éénieder die zich inzet voor elke mogelijke pastorale opdracht. Kleine, levende evangelische of pastorale cellen worden niet aangesproken en de dialoog met hen ontbreekt. Nochtans is een verschillige opstelling een teken van betrokkenheid. Dat wordt niet altijd gezien door onze kerkleiders, en we roepen hen op tot meer toenadering en actieve dialoog.  

We maken ons ook zorgen over de verschralende inzet voor de interreligieuze dialoog en de samenwerking tussen de verschillende religies. Er lijken te weinig inspanningen te gebeuren in die richting, en het versterkt de vervreemding en verhindert ook op andere vlakken de toenadering en connectie met de snel veranderende samenleving. Niks doen lijkt ons geen optie. De volledige kerkgemeenschap moet in die zin gesensibiliseerd worden en geleid worden binnen deze nieuwe context, vanuit een eigenheid en open geest. Enkel de dialoog met de ander kan onze eigen identiteit versterken en zelfs vernieuwen.   

Ten slotte: we kunnen de kwetsuren uit het verleden enkel achter ons laten indien we voldoende ruimte krijgen om dit ook te verwerken, en te documenteren, op een onafhankelijke manier, geholpen door de academische wereld. Zo start men de parlementaire werkzaamheden op over de rol en verantwoordelijkheid van België in Congo tijdens de kolonisatie. Ook de rol van de duizenden missionarissen die zich destijds ingezet hebben in Congo wordt er bekeken en bestudeerd, maar er is uiterst weinig documentatie waarover onze politici beschikken, door een gebrek aan onderzoek. Meer aandacht voor studie, documentatie en genuanceerde benadering zal leiden tot herstel en verzoening met wat niet langer hersteld kan worden. Het is de enige weg vooruit. Eenzelfde vaststelling bleek al tijdens de hoorzittingen van het Belgische Parlement n.a.v. het seksueel misbruik in de katholieke Belgische kerkprovincie (2010-2011). Het werk is niet af, en dit is nodig om toekomst mogelijk te maken, vertrouwen te herstellen en vooral: nieuwe slachtoffers te voorkomen. 

We wensen u het allerbeste toe, en danken u voor de mateloze inzet. De Kerk in België heeft niettemin zorgen die meer communicatie en overleg vragen, samen met alle kerkwerkers, om de verwijdering en de vervreemding tegen te gaan. Samen met zij die de Kerk verlaten hebben, omdat ze daar een reden voor hadden, zien we geen andere mogelijkheid dan te wachten op uw antwoord, en intussen zelf verder te werken aan kerkopbouw op een meer gedecentraliseerde basis, waar de Belgische kerkgemeenschap meer vertrouwen krijgt om, op basis van haar eigenheid, zelf beslissingen te nemen.  

Maar niet enkel wij kunnen de Kerk terug vruchtbaar maken. Het is ook aan de leiders van de Kerk zelf om de noden te erkennen, en in te gaan op de vragen die van onderuit groeien en kansen verdienen, in vertrouwen. Het pad dat de Heer ons vraagt te volgen is misschien uitdagend, maar uitdagend is niet hetzelfde als onmogelijk. We hopen dat dit laatste woord niet leidt tot een ervaring die ons neerslaat om, vrij van koorts, terug op te kunnen staan en te wandelen.  

Onze meest dierbare groeten, 

Gezegend en Hoogachtend, 

Gedoopten en kerkwerkers binnen de RK-kerkgemeenschap van België: 

De 101 ondertekenaars:

Mieke Mariën, Daniel Alliet, Jef Schoenaerts, Stefaan Bekaert, Caroline Van Pottelbergh, Johan Akaba, Leo Bernaerts, Els Paridaens, Stefaan Kerkhof, Elke De Greef, Ann Mols, Simone Sergeant, John Dekimpe, Luk Draye, Guido Van Soom, Bart Decauter, Hilde Van Parys, Magriet Wouters, Myriam Volckaert, Jac De bruyn, Annie Thijs, Mia De Meyer, Isabelle Maes, Jos Mestdagh, Liesbeth Goethals, Veer Dusauchoit, Janin Wellens, Rita Pollentier, Rita Denulf, Carlo D., Bart Pieters, Bernard de Cock, Lea D., Norbert Bethune, Ignace Coppens, Pim Catry, Viviaene Delaere, Steven D’Hoore, Vera Daniëls, Kathleen De Gelder, Jozette Janssen, Brigitte D’Haene, Manu Roothooft, Yo Roosen, Luc Sierens, Lieve V., Herman Vermeulen, Jef Wauters, Lydia Bormans, Marisa van Huffel, Paul Libert, Danny Horré, Monique Louagie, Luc Vankrunkelsven, André Truyman, Pieter Bauwens, Patrick Destarck, Marijke Devaddere, Alis Lories, André De Roubaix, Alice Luyckx, Herman Hendrickx, Lieve Janssens, Tom Deridder, Edmond Vanderelst, Michel Van Deyck, Luc D’Hooghe, Lieve Maesschalck, Els O, Elza Deschutter, Magda Van Laethem, Willy Sermon, Lydia Bormans, Guy Vanderelst, Hilde De Meyst, Kathleen De Gelder, Jaak Kerkhofs, Mark Deweerdt, Viviaene G., Joske Moriau, Mieke Pelgrims, Gust Vankelecom, Nancy Speechaert, Paule Lerno, Jos Figeys, Jan Houthuys, Patricia Hamelryck, Dani. R. Leroy, Bernard Dehaise, Carmen Vanhauweren, Filo Desutter, Lauke Dewever, Manu V., Pieter Develter, Rik Devillé, Christine Demeester, Petra Vandromme, Tamara Delanghe, Simonne Weesman, Johan Van T., Annie Berkens.