Geïmporteerde stikstof

De Vlaamse regering tilde het gevoelige stikstofdebat over het kerstverlof. Ondertussen verschenen er de laatste weken heel wat interessante opinies over deze kwestie. Luc Vankrunkelsven schrijft enkele boeiende inzichten uit in deze persoonlijke bijdrage.

Wat ik een beetje mis, is de historische duiding van hoe het zover is kunnen komen. Voor alle duidelijkheid: ik heb het in deze bijdrage niet over de stikstofuitstoot van de Antwerpse haven of de gascentrale in Vilvoorde. Het gaat over onze exponentieel gegroeide veestapel.

1962

Na de Tweede Wereldoorlog wilden we in Europa geen honger meer. Het Amerikaanse Marshallplan heeft met voedselhulp daartoe bijgedragen, maar daar ga ik nu niet dieper op in. Vanaf 1957 is met het Verdrag van Rome het landbouwbeleid het cement van de Europese Gemeenschap, nu EU. Anno 1968 lanceerde landbouwcommissaris Sicco Mansholt zijn beruchte plan. Tussen deze twee data in zit 1962: een schot voor de boeg van het Europese beleid. De toenmalige GATT (General Agreement on Tariffs and Trade), nu WTO (World Trade Organisation) werkte in rondes: de Kennedyronde, de Uruguay-ronde, etc. Van 1960 tot 1961 liep de Dillon-ronde.

VS-Europa

De onderhandelingen betroffen toen nog vooral de Verenigde Staten en Europa. De VS waren niet enthousiast dat de toenmalige EEG zijn landbouw ging beschermen/opbouwen met een prijs- en marktbeleid. Ze aanvaardden het toch, op voorwaarde dat oliehoudende zaden zonder tarieven en zonder quota onze havens zouden mogen binnen vloeien. Merk op: nergens in de teksten staat ‘soja’, terwijl deze wonderboon zowel olie als eiwitten in zich draagt.

Vanaf 1962 begon deze boon onze Europese havens binnen te stromen, met Rotterdam (het ‘Gat van Rotterdam’) op kop. Van een kleine tonnenmaat in 1962 zwelde dit in de jaren ‘90 aan tot meer dan 40 miljoen ton. Momenteel gaat het ongeveer over 34 miljoen ton. Terwijl sojameel de eiwitcomponent in de veevoeding werd, werd mais de energiecomponent. Sinds de jaren ‘60 wordt hoe langer hoe meer mais in Vlaanderen, Nederland en Noord-Frankrijk ingezaaid. Op zich is er niets tegen deze twee planten. Soja is al 5000 jaar een heilige plant in China; mais is al duizenden jaren een heilige plant in Mexico. De eenzijdigheid van het koppel soja/mais is wel problematisch. Heel wat andere bronnen van eiwitten en energie werden door dit koppel weggeduwd.

Brazilië

1974 kende niet alleen een oliecrisis. Het werd ook een (nu vergeten) graancrisis, o.a. omwille van misoogsten en overstromingen in de Mississippivallei. Terwijl Europa ondertussen verslaafd was aan het Amerikaanse soja, werd deze toevoer abrupt gestopt. De Braziliaanse dictatuur rook mogelijkheden en begon met een groots sojaprogramma in hetzelfde jaar, o.a. om de Cerrado, de Braziliaanse savanne, te ‘ontsluiten’. Met de Groene Revolutie in de jaren ‘60 was de opgang van soja in Zuid-Brazilië al begonnen, maar deze Europese opportuniteit maakte dat gaandeweg ongeveer alle ecosystemen en inheemse volkeren in Brazilië er moesten aan geloven. Niet alleen de Cerrado is nu al voor 54 % vernietigd; het Amazonegebied voor 20%. Momenteel komt 20 miljoen ton van de 34 miljoen ton uit Brazilië, vooral uit die Cerrado, een uniek gebied van 2 miljoen km2, dat meer dan 45 miljoen jaar oud is.

De laatste jaren is de overzeese import een beetje gezakt, omdat de prijs begint te stijgen. Reden? China werkt op de wereldmarkt als een stofzuiger voor soja. De helft van de varkensvleesconsumptie situeert zich namelijk in China. De Chinezen, 20 % van de wereldbevolking, hebben maar 6 % van het wereldlandbouwareaal en 6 % van het zoetwater. Zij kopen dus soja op in de VS, Brazilië, Argentinië, Paraguay. Braziliaanse fazendeiros en Chinezen ontmoeten sinds tien jaar elkaar in Afrika, soja inzaaiend voor Eurazië.

Omwille van de hoge prijzen, is er nu op Europees niveau heel wat onderzoek om eigen soja in te zaaien. Gelukkig is er nu ook terug oog voor andere eiwitbronnen.

Samenhang

Wat heeft dit sojaverhaal nu te maken met het stikstofprobleem? Het overzeese veevoer wordt deels vlees, maar vooral mest. Stikstof. Door deze import kunnen wij in Vlaanderen ‘grondloze’ varkens houden, terwijl in Brazilië landloze boeren, inheemse volkeren en traditionele gemeenschappen worden opgejaagd. België kan zo voor 261% zelfvoorzienend zijn in varkens en sinds het afschaffen van het melkquotum in 2015 kon de melkveestapel ongebreideld groeien, met zuivelprijsinstorting en meer stikstof tot gevolg. De vlees- en zuivelconsumptie trekt in Azië aan en Vlaanderen wil daar een graantje van mee pikken, maar dat valt nogal tegen. Omwille van bv. Afrikaanse varkenspest wordt de Chinese markt regelmatig afgesloten voor varkensvlees uit onze regio’s.

Onze exportlandbouw is gestoeld op import uit overzeese gebieden. De ecologische kringlopen zijn in Brazilië en co onderbroken, maar bij ons evenzeer. Ginds verarmen de gronden en wordt vanuit vliegtuigen Europees gif over de immense vlaktes en volkeren gestrooid. Europees gif dat in Europa verboden is, maar nog wel geproduceerd en geëxporteerd mag worden. Terwijl ginds verwoestijning toeslaat, verzuipen wij hier in de mest, alle mestverwerkingsinstallaties ten spijt. Dit landbouwmodel, met verkwisting van veel energie voor import en export, is niet langer houdbaar. Het moordt boer en boerin uit. Tegelijk zet het een enorme druk op de weinige biodiversiteit die ons nog rest.

De Vlaamse overheid weet wat doen de komende maanden.

Luc Vankrunkelsven

(De auteur schreef diverse boeken over het thema Brazilië-Europa. Het laatste werk luidt: ‘Een wereld van verdoken slavernij’.