“Is er iets hierna?”

Deze wat ouderwetse vraag werd me de voorbije week gesteld, of – anders gezegd – de vrouw was stellig dat het onmogelijk was. Mijn wedervraag was of “er nu iets is?” was iets moeilijker te beantwoorden. Want over die eerste vraag weten we eigenlijk al veel, namelijk: “dat we het beide niet weten”. Maar zijn daarmee alle vragen van tafel? “Want wat doe ik hier eigenlijk?”

Zin en betekenis

Veel mensen hebben niks meer met iets in den hoge en al helemaal niet met bepaalde oude godsbeelden of geloofsbeelden, die nog zeer sterk leven bij de generatie onder de vijftig jaar, en soms ouder. Ondanks alle pedagogische, goede bedoelingen, in het godsdienstonderwijs.

Maar dat betekent niet dat ze geen betekenis zoeken, of waarom-vragen zien opdagen, op bepaalde momenten in hun leven. Ze hebben er echter God, laat staan de Kerk, niet langer voor nodig. “Het is ieder voor zichzelf“, mompelt iemand, en die persoon merkt dit niet op met enige vreugde. “Toch wat nihilisme” denk ik bij mezelf, en daar kan deze groep mensen weinig aan doen.

Nochtans is dat de keerzijde van de vrijheid die we kregen nadat de katholieke Kerk verdreven werd door een seculiere cultuur. Daarin kan één ieder, in alle vrijheid, kiezen wat voor hij of zij zinvol is en betekenis geeft aan het leven.

Alle kanten uit

“Ik geloof niet in het hiernamaals dus wat moet ik met God?” zegt de jonge vrouw. “Voor mij is de wetenschap van tel. Wij zijn namelijk “niks” in dat grote heelal. We zijn misschien zelfs een toevalligheid. Dus een religie is niets minder of meer dan een manier voor de mens om zichzelf groter te maken dan hij is.”

Misschien heeft deze dame een punt. Boeken zoals de Bijbel, Thora etc… werden geschreven door (groepen) mensen. Maar er was ook een (verzonnen?) God in het spel die in dialoog ging met die mensen. Een atheïst zou zeggen dat dit een ingebeelde dialoog is, maar dan is het toch vreemd dat – zolang de mens bestaat – ze geen afstand genomen heeft van dit zogezegde waanidee. Zijn alle mensen die dit waanidee omarmen dan blind?

Momenteel zie je vele aanbieders van zingeving in onze samenleving, maar geen enkele slaagt erin grote groepen jongeren of jongere generaties te inspireren. Er is geen bindmiddel meer, en dus is het waar dat het vaak ieder voor zich is. En dat heeft nadelen en voordelen.

Doet het er toe?

Generaties hebben zich afgevraagd wat er hierna te gebeuren stond. Soms werden mensen bang gemaakt door het eindoordeel of de duivel (als je je niet gedroeg), maar dat gebeurde binnen een sociologisch katholicisme dat verdwenen is. Ik ken nu nog mensen die er nachtmerries aan overhouden, en om die reden niks meer met de Kerk te maken willen hebben. Zelfs jonge mensen in de dertig, die nog binnen zeer streng-katholieke gezinnen opgroeiden. Het is ellende troef voor deze mensen.

Maar er zijn veel gelovigen die eerlijk toegeven dat ze het niet weten, en dat ook voor hen die vraag onbeantwoord blijft. Veel niet-gelovigen hopen echter ook dat ze hun geliefde na dit leven terug kunnen ontmoeten. Maar is de vraag niet vooral: “wat doe ik hier en nu? Wat heeft mijn leven nu aan betekenis?”

Weinig en veel

Door de versnippering in het levensbeschouwelijke landschap moet je het antwoord voorlopig niet vanuit die zijde verwachten. De meeste religies worstelen met zichzelf en werken aan restauratie ten koste van zichzelf en de cultuur waarin ze zich bevinden. Ook voor die oude zingevingssystemen is het ieder voor zich, tenzij ze onze kant kiezen. In de caritas gebeurt nog één en ander, maar een vrijhaven om jezelf – binnen een bepaald zingevingskader – te ontwikkelen is er niet langer.

Het is er een beetje zwart of wit. En dat komt vooral omdat die oude zingevingssystemen voornamelijk ouderen onder hun leden hebben, die weinig flexibel nadenken over de noden die van onderuit leven en groeien. Ze hebben vaak weinig noties, tenzij oppervlakkig, over wat écht leeft bij jongere generaties, en daarom kun je niet langer spreken over een elkaar-begrijpen. Er is ook een echte strijd bezig binnen en tussen. Gezellig is het er niet.

In die zin zal elke nieuwe poging om te vernieuwen, zonder zichzelf grondig in vraag te stellen, gedoemd zijn om te mislukken. Ruim 50 jaar na ’68 is het daarom onbegrijpelijk dat dit niet begrepen wordt. Een restauratieve beweging dat niet aan te bieden valt aan de gehele samenleving is daarom een beetje minachtend. Het kijkt neer op de rest, en kiest voor een strenge leer (links of rechts) die te nemen of te laten is. “We gaan terug naar de bron”, wordt dan vermeld. Maar eigenlijk betekent het voor de anderen: trek je plan. Een restkerk, of -geloofsgemeenschap doet, naar mijn gevoel, aan zelfdestructie en handelt eigengereid.

Het leven nu

Het zal dus van onderuit komen, en het is aan het gebeuren. Mensen kunnen niet leven zonder betekenisgeving. Waar je in Nederland (om maar een voorbeeld te noemen) een waaier hebt aan kerken, gemeenschappen en zingevingssystemen, is het in Vlaanderen armoe troef. Vlaanderen was katholiek en daar betalen de huidige generaties de harde prijs voor. Er zijn geen gebouwen voorhanden, of ze zijn katholiek, en die zien andere zingevingssystemen nog steeds als concurrenten. Daar sta je dan in de kou. Er is geen alternatief van enige kwaliteit, want alles wat afweek van het katholieke geloof werd in de kiem gesmoord. Er lopen geen mensen rond die het andere kennen , want die anderen werden genegeerd.

Op die manier is er zelfs geen sprake van een verdamping, maar van een zingevings-armoede. Het andere mag niet gekend zijn. En zelfs al heb je een spoor gevonden, dan nog loopt er niemand rond die het met je kan delen, laat staan dat je een plaats van samenkomst zou vinden om nieuwe zingeving met anderen te delen. Dit zal zich wreken, op middellange termijn. Want de mens blijft zoeken naar antwoorden, en betekenisverleners liggen in Vlaanderen, om die redenen, niet voor het rapen.

In die zin is er veel hoop. Zeer veel. Maar het zal buiten de waard gerekend zijn.

Thomas Holvoet