Sartre als remedie voor het identitaire denken (?)

Er is opnieuw meer belangstelling voor het werk van Jean-Paul Sartre. Dat deze vernieuwde interesse niet toevallig is, benadrukt filosoof en docent aan de Thomas More Hogeschool in deze bijdrage waarbij hij die interesse positioneert bij de opkomst van identitaire bewegingen. Sartre, zo stelt hij, is hierbij het perfecte tegengif: “De eigentijdse mens heeft het gevoel zichzelf te verliezen. Des te sterker wordt benadrukt dat hij geen eigenheid heeft, des te harder gaat hij zich vastklampen aan een vermeende identiteit.”

Het ideale tegengif

De laatste tijd is er weer meer aandacht voor het denken van de Franse existentialist Jean-Paul Sartre (1905-1980). Zowel in academische kring als door het brede publiek wordt zijn werk opnieuw ter hand genomen. In Vlaanderen wordt Sartres denken momenteel nog eens bijkomstig in de verf gezet door het innemende theaterstuk Sartre & de Beauvoir van Stefaan Van Brabandt. Zijn toneelstuk lijkt op het juiste moment te komen, want Sartres denken lijkt het ideale tegengif voor de identitaire logica die alsmaar meer dominant lijkt te worden binnen onze samenleving.

Jean-Paul Sartre

De mens valt niet samen met zichzelf

In zijn befaamde werk L’être et le néant veegde Sartre een eeuwenoude vooronderstelling binnen de wijsgerige antropologie van tafel. De mens heeft geen essentie die hem kenmerkt. Er is niets dat hem bepaalt of waar hij moet aan beantwoorden. De mens valt niet samen met zichzelf, zoals andere we-zens in de werkelijkheid, maar hij is altijd ‘voor-zichzelf-uit’. L’existence précède l’essence. Dit betekent dat de mens geen eigenheid of identiteit heeft, behalve dan dat hij die ontbreekt. Voor Sartre ligt hierin de kern van de menselijke vrijheid. Doordat de mens zich bewust is van zijn ontbreken van een essentie, beseft hij dat hij aan geen enkele maatstaf is gebonden.

Vandaag wordt teruggegrepen naar Sartres filosofie om een tegenwicht te bieden aan de identitaire beweging in onze samenleving. Het nationalistische discours aan de rechterkant van het politieke spec-trum wint terug terrein, inclusief de gekende etnische ondertoon. Echter, de linkerzijde van het poli-tieke spectrum profileert zich ook vaker op identitaire thema’s, zoals genderidentiteit. Auteurs zoals Ruud Welten stellen dat Sartres denken het dwingende karakter van deze identitaire logica kan helpen afzwakken. Het herinnert er immers aan dat de identiteit die iemand zich aanmeet of wordt toegeme-ten, altijd slechts een aankleding is. Het bewustzijn hiervan zou een vereenzelviging met een zelfgeko-zen of toegeschreven identiteit moeten helpen voorkomen.

De mens zal nooit weten wie hij is

De geschiedenis leert dat het existentialisme het identitaire denken niet wist uit te bannen, zelfs niet wist te voorkomen dat het terug aan kracht won. Dit werpt de vraag op of een herneming van Sartres filosofie wel een dam kan opwerpen tegen het zich uitbreidende identitaire denken. De kans is niet onbestaande dat het eerder het tegenovergestelde bewerkstelligt. Sartre zou niet ontkennen dat zijn denken ongemakkelijk is. Het ontneemt de mens de droom om tot zichzelf te komen. De befaamde slagzin dat de mens veroordeeld is om vrij te zijn, betekent niets anders dan de mens nooit zal weten wie hij is. Simpelweg omdat er niets te weten valt. De mens is zuivere potentialiteit; iedere zelfbepaling is slechts een tijdelijke vormgeving van zichzelf.

Voor Sartre lag hierin de vrijheid van de mens vervat. Wie welwillend tegenover zijn denken staat, voelt zich aangemoedigd om zich niet te vereenzelvigen met zelfomschrijvingen. Dit geeft hem bewe-gingsvrijheid. Alleen kan het besef geen vaste kern te hebben, iemand ook radeloos maken. De onze-kerheid niet te weten wie hij is en vooral, het besef dat hij dit nooit zal weten, kunnen er net toe leiden dat de mens zich des te krampachtiger gaat vasthouden aan zijn aangenomen identiteit. De herople-ving van het identitaire denken kan dan begrepen worden als een reactie op de existentialistische be-weging. Het is een poging om de zekerheid te herwinnen, die door het existentialisme werd ontnomen. De passie waarmee het debat over identiteit wordt gevoerd, verraadt dat het om meer dan een intel-lectuele discussie gaat. De inzet is existentieel.

Het loslaten van de moderne logica

De eigentijdse mens heeft het gevoel zichzelf te verliezen. Des te sterker wordt benadrukt dat hij geen eigenheid heeft, des te harder gaat hij zich vastklampen aan een vermeende identiteit. Om de identitaire logica af te zwakken, lijkt dan ook minder in plaats van meer Sartre nodig. Het is het streven naar een houvast, waaraan tegemoet moet worden gekomen (zonder zich evenwel in te schrijven op het identitaire denken).

De grootste uitdaging is het loslaten van de moderne logica, waarvan zowel het identitaire als het sartriaanse denken getuigen. Beiden zijn een poging tot beheersing. Het identitaire denken wil kennen en vastzetten. Het sartriaanse existentialisme wil het meesterschap over het eigen leven winnen en behouden. Het zijn tweede zijden van dezelfde medaille: de gerichtheid op controle over en ten voordele van zichzelf.

Nochtans waarschuwde de denker bij wie Sartre zijn inspiratie haalde voor L’être et le néant reeds voor een te grote zelfgerichtheid.

Heidegger richtte de mens op iets groters

In Sein und Zeit bepleitte Martin Heidegger (1889-1976) dat de mens moet loskomen van zichzelf en zich terug moet leren openstellen voor het geheel waar hij deel van uitmaakt. Wie de mens is, vormt zich in de wijze waarop hij zich verhoudt tot dat geheel. Dit beaamt Sartres inschatting dat er geen vastliggende essentie is, maar het maakt tegelijk duidelijk dat de mens niet de albeschikkende auteur van zijn leven is.

Bovendien vormt de mens zich volgens Heidegger niet alleen ten overstaan van anderen, maar van zijn hele leefomgeving. Zo reikte hij een perspectief aan dat wegleidt van iedere navelstaarderij. Heidegger richtte de mens op iets groters. Het is op deze horizont dat hij zich hoort te oriënteren als hij wil ontkomen aan het verstikkende van het identitaire denken en de vertwijfeling van het sartriaanse existentialisme.

Misschien kan Van Brabandt voor zijn volgende theaterstuk Heidegger de bühne laten betreden?

Jonathan Lombaerts

Jonathan Lambaerts studeerde sociaal-cultureel werk, filosofie en godsdienstwetenschappen. Hij is verbonden aan de Thomas More hogeschool, waar hij in de bacheloropleiding Sociaal werk onder meer filosofie doceert.